Stom, stom, stom!
1993-07-02
"U hebt vandaag een andere dienst", voegt één van de kerkgangers me zondagmiddag toe. Geen dienst des woords, maar een dienst des oors. Niet spreken, maar luisteren. De tegenstelling klopt niet helemaal, want om te spreken moet je eerst geluisterd hebben: de preker is de eerste bepreekte. Maar de bedoeling is duidelijk: het is bijzonder wanneer je als dominee niet op de stoel stáát maar op een stoel zit. Bijzonder voor de gemeente, voor je gezin en voor jezelf.- Jaargang 37
- nummer 14
Een vrije zondag is een heel andere zondag: er móét niets, er màg van alles. De druk is van de ketel, het is heel ontspannend - gewoon net als iedereen. Het 'gewone' is juist zo 'anders'. Je mag bijvoorbeeld gewoon met je gezin gewoon naar de kerk.
Begrijpt u me goed: er zijn mensen die - van nature of uit genade - graag twee keer naar de kerk gaan. Dit zijn gelukkige mensen, denk ik. Maar zelf zit ik niet zo in elkaar. Ik lijk meer op mijn neef die als kind luidkeels liep te zingen: "Ik zal met vreugd in 't huis des Heren gaan ", en die dan vervolgens met pepermuntjes naar de kerk gelokt moest worden! Hij is trouwens ook dominee geworden, dus dat zegt niks. Toen ik zelf kind was, speelden we thuis kerkje. 'Thuis' - dat wil zeggen: in de schuur; en de keukentrap was de preekstoel. Mijn broer was dominee (is hij trouwens nog), mijn zus ouderling (toen al: en dan praten we over de jaren dertig), en ikzelf was het schaarse publiek. Dat overigens wegens onoplettendheid en ordeverstoring buiten de kerk werd gezet (ook dat begon al vroeg). Tussen haakjes, voor de liturgiemensen onder ons: bij het begin van de kerk, onderaan de preekstoel, zei de 'ouderling' tot de 'dominee': "Gelukkig Nieuwjaar". In de loop der jaren heb ik op zo'n tijdstip en zo'n plaats heel wat ouderlingen heel wat goede wensen horen uitspreken, maar deze klassieker nog nooit. Ter navolging?
Ik ga natuurlijk elke zondag twee, soms zelfs drie keer naar de kerk. Ambtshalve. Maar op een vrije zondag - als ik nu heel eerlijk ben - vind ik het helemaal niet erg om een keer thuis te blijven. "Papa past op, vandaag" - die deed het nog wel toen de kinderen klein waren. "Papa heeft hoofdpijn"- die kan wat langer mee, en die is ook wel eens waar. Zeker op een dubbele rustdag. Maar ook zonder zo'n waterdicht alibi sta ik echt niet altijd te trappelen om naar de kerk te gaan. Zeker niet, als je 's morgens al 'een goeie' hebt gehoord. En ik kan u verzekeren dat het gáûw goed is, als je er zo weinig hoort! Het minst kritische schaap is een hongerige herder ... En toch - ik kan die mensen zo goed navoelen, die denken: "Zit hier lekker in het zonnetje" ('s zomers), "gezellig in m'n warme huissie" ('s winters)."Sla vandaag maar 'es een keertje over" ('t hele jaar door). Ik heb die gedachten ook, ik ken dat gevoel.
Maar weet je wat nou zo gek is? Als ik dan toch naar de kerk ga (ik kan het tegenover m'n kinderen niet maken, dat ik thuisblijf), dan vind ik het zó fijn en dan werk: het zó bevrijdend - daar heb je geen idee van! AI is het alleen maar een zinnetje uit de preek of een regel uit een versje. En het is veel méér, bij ons: er wordt geen genade uitgedééld, er wordt genade uitgestort - over je arme zelf, over je arme volk en over een arme wereld...
En dan wil ik het wel uitschreeuwen tegen al die mensen die op zondagmiddag in het zonnetje of voor de TV blijven zitten: "Mensen, doe toch niet zo stom!" Of, om met André van Duin te spreken: "Stom, stom, stom, stom, stom, stom!"
Want door de vermaningen wordt genade medegedeeld. En waar vergeving is, daar is leven. Hoort, burgers, hoort!