In memoriam Meindert de Jonge

1993-07-02
  • Jaargang 37
  • nummer 14
In de rubriek Boekbespreking verscheen van tijd tot tijd een recensie waaronder naam en woonplaats van de heer M. de Jonge te Voorburg. Deze hooggewaardeerde medewerker aan ons blad is 18 juni op 79-jarige leeftijd overleden (men zie ook de advertenties in dit nummer) en daardoor ook aan onze lezerskring ontvallen. Aan het verzoek van de Redactie een woord van herinnering aan broeder De Jonge te schrijven voldoe ik gaarne. Met te meer dank aan de Redactie omdat zij mij de gelegenheid biedt aan enkele van zijn vele gaven aparte aandacht te schenken.

Een van die gaven was zijn bijzondere opmerkzaamheid als lezer. En dat als onderscheidend lezer van wat lezenswaard is, te midden van het gaandeweg overstelpend geworden aanbod van de zo genoemde christelijke lectuur.
Ik bemerkte dat in de loop der jaren doordat Meindert me zo af en toe attendeerde op een boek dat volgens hem niet aan mijn aandacht mocht ontsnappen. Hij kon dan terloops aangeven waarom en de manier waarop hij dat deed vervulde mij als latere lezer met groot respect voor zijn even bezonken als rake oordeel.
Niet verwonderlijk is dat die gave bij hem uitdrukking vond in zijn wijze van schrijven en beschrijven, zoals in zijn boekbesprekingen in Opbouw. Recenseren is een kunst die aan hoge eisen moet voldoen en in de beantwoording daarvan betoonde hij zich een vakman. De eerste eis, in volgorde, is die van deskundigheid inzake de in het boek behandelde stof. Doorgaans was die stof van min of meer theologische aard. Maar zonder dat hij zelf theoloog van welk type ook was, wist hij zijn besprekingen altijd in een wijder perspectief te plaatsen. Het was een perspectief dat deel uitmaakte van zijn niet geringe Schriftkennis en van zijn vermogen van daaruit, hetzij positief waarderend hetzij corrigerend, de lezer te doen vertrouwen op de juistheid van zijn doorwrochte bijbelse visie.

Vooral in corrigerend opzicht is een tweede hoofdvereiste onontbeerlijk: die van de integriteit. Hiermee wil ik zeggen de recensent recht moet doen aan de bedoeling van de besproken publicatie en daarmee aan de publicist zelf. Dat wordt al voor een deel bereikt door de deskundigheid. Maar het heeft ook een menselijke, persoonlijke kant, namelijk van het besef dat de schrijver van een boek of dichtbundel zijn of haar product als een geesteskind beschouwt en aan de wereld voorstelt.
Hij of zij verwacht dan een eerlijke beoordeling, die enerzijds zakelijk is maar anderzijds niet kwetsend, eerder liefdevol. Meindert liet zich daardoor leiden op de bijzonder manier, waarmee hij in allerlei verband optrad: beslist, maar mild en wijs.
De nog wel vaker dan hij in ons blad schrijvende recensenten weten dat ik hun met deze woorden niet te kort doe.
Ook dat broeder De Jonge een zeker 'recht' had ontvangen op een bepaald genre boeken, in de bespreking waarvan hij uitblonk. Ik vermoed dat dit samenhing met de breedte en de diepte van zijn maatschappelijke en culturele vorming, men kan ook zeggen zijn 'niveau'. In de maatschappij bekleedde hij laatstelijk de functie van Directeur Economisch Beheer van de Koninklijk Marine; maakte hij deel uit van de Admirallteitsraaden op christelijk cultureel gebied had hij een belangrijk besturend en stimulerend aandeel in de Reformatorische Studieavonden in Rijswijk. In het eerste werd hij geëerd door het Officierschap in de Orde van Oranje-Nassau en in het Ridderschap van de Orde van de Nederlandse Leeuw. Ik voeg er aan toe dat hij in zijn dagelijks werk zich een Leesbare Brief van Christus betoonde en een Eer van Hem, wat ik eens ongezocht mocht vernemen van een vroegere, eveneens hooggeplaatste collega. In het tweede werden en worden nog steeds de vele bezoekers uit de Haagse regio geboeid door de creatieve manier waarop het Bestuur sprekers en spreeksters van allerlei signatuur weet te vinden die belangwekkende informatie kunnen geven op kerkelijk, maatschappelijk en cultureel terrein. Jarenlang heeft Meindert de Jonge zich daarvoor ingespannen en ieder weet hoe sterk zijn naam en persoon met die activiteiten waren verbonden. Het doel van die bijeenkomsten was en is nog steeds wat onze overleden broeder zelf zo bezig hield: het opsporen en ontdekken van Gods grote werk en werken in heel het mensenleven en niet alleen in de kerk of de eigen gemeente.

Opbouw heeft van zijn bijzondere kwaliteiten terecht en in de goede zin geprofiteerd. Gezocht heeft hij dit zijdelingse werk niet, evenmin als welke van zijn veel meer omvattende hoofdtaken in samenleving en kerk ook. Hij werd aangezocht en stelde zich in dienst. Moest er iets van belang worden gepubliceerd dan leverde hij de passende vorm of studie. 'Met plezier', zoals hij dan zei. En de bijdragen voor Opbouw schreef. Zorgvuldig in de behandeling van het onderwerp, zuiver in de kritiek, duidelijk in zijn mening, helder in zijn stijl. Gevoed en behoed, dat in alles, door oprechtheid en vroomheid (Ps. 25). Zo moge de nagedachtenis van Meindert de Jonge in de kring van Redactie en lezers van ons blad blijven leven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief