Impressies uit Bangui (2)

1993-07-02
  • Jaargang 37
  • nummer 14
Betekenis van de context
In het vorige artikel heb ik geprobeerd de context te schetsen waarbinnen wij ons onderwijs aan de theologische studenten hebben gegeven. Voor ons was het belangrijk die context te leren kennen, want wat hebben zij aan allerlei interessante gegevens, wanneer die niet in relatie worden gebracht met de situatie waarin zij leven?
Kennisoverdracht is de aanbieding en verwerking van informatie in de eigen leefomstandigheden. Reeds in het algemeen is dit zo. Hoeveel te meer is dit van betekenis als het gaat om de uitleg van de Bijbel of de verdediging van de geloofsleer. De verklaring van een bijbeltekst is pas voltooid, wanneer zijn actuele betekenis voor de lezer duidelijk is geworden. Tussen uitleg en toepassing is nooit een waterdichte scheiding aan te brengen. En de verdediging van de geloofsleer kan alleen zinvol zijn in de corifrontatie met critici die in de situatie van de gelovige ook werkelijk de aanval hebben geopend. De bedoeling van deze geloofsverdediging is namelijk heel concreet de tegenstanders zicht te geven op de zin van het christelijk geloof, en de gelovigen te steunen om zich niet door de kritiek uit hun evenwicht te laten brengen.

Duizendjarig rijk
Voor collega Van Leeuwen bleek die actualiteit onder andere bij zijn behandeling van het duizendjarige rijk in Opb. 20. Het belang daarvan was niet in de eerste plaats uit te maken welke theorie over het duizendjarige rijk de beste is, maar de studenten te oefenen in het aandachtig en geduldig luisteren naar de Schrift. Daartoe dienden zij de aandrang te weerstaan onmiddellijk op de klank af allerlei bijzonderheden uit het boek Openbaring te identificeren met voor hen actuele gebeurtenissen, en oog te krijgen voor het bijzondere karakter van dit boek met zijn vele herhalingen en zijn verwevenheid met het Oude Testament. Allerlei opgestelde scenario's over de eindtijd vallen dan door de mand, omdat daarin onvermijdelijk aan sommige teksten geweld wordt aangedaan. De belangrijkste gezichtspunten voor de uitleg zijn de heerschappij van Christus en het toenemende verzet daartegen, dat uiteindelijk het onderspit delft.
Voorts was het van betekenis dat de studenten leerden aanvaarden dat er ook voor hen in de Schrift dingen verborgen bleven, en dat het geen schande is dit tegenover de gemeente te erkennen. U merkt dat wij onze ervaringen bij het lesgeven regelmatig
uitwisselden. Anders had ik u dit niet kunnen doorgeven.

Apologetiek
Het spreekt vanzelf dat ik over mijn eigen bijdrage uitvoeriger kan zijn. Naar het vak Apologetiek hadden de studenten erg uitgekeken. Immers, daarin gaat het om de geloofsverantwoording met betrekking tot alle mogelijke rationele bezwaren tegen het christelijk geloof. De drie belangrijkste bronnen van waaruit in de Afrikaanse context allerlei bezwaren kunnen opkomen zijn het voorouderlijke geloof in goede en kwade machten, de islam en de westerse secularisatie, die voedsel geeft aan de twijfel. Op deze drie invloedssferen was de geloofsverantwoording dan ook gericht. Uit de oude wereld van het bijgeloof komt het argument van de angst. Stel je voor, je bent christen geworden en er overkomt je allerlei narigheid, waar komt die dan vandaan? Zie je wel, zegt een onrustige stem van binnen die versterkt wordt door anderen om je heen, de voorouderlijke goden zijn je niet gunstig gezind. In een vergelijkbare situatie bevond Augustinus zich, toen aan het begin van de vijfde eeuw na Christus Rome in handen viel van de Goten. Toen kwam de kritiek los van de Romeinen die zich altijd tegen het christendom hadden verzet. Zie je wel, zeiden ze, dat komt ervan als je de voorvaderlijke goden prijsgeeft, dan geef je ook de veiligheid van de stad prijs, want zij hadden de stad kunnen beschermen. De teksten van De Stad Gods van Augustinus die we gelezen hebben, dienden niet alleen deze tegenstanders van repliek, maar gingen ook dieper in op de aard van Gods voorzienigheid. Dat gaf ons gelegenheid na te denken over de vraag die niet alleen bij ons maar ook in Afrika gesteld wordt: Als God liefde is en alle macht heeft, hoe kan Hij dan toelaten dat er zoveel verschrikkelijke dingen gebeuren in de wereld? Hoe ontkomen wij aan de slotsom dat deze almachtige liefdevolle God niet bestaat?
Het tweede argument tegen het christendom komt van een moslim uit ongeveer 1400. Er is een schriftelijk verslag bewaard gebleven van een serie gesprekken van de keizer vanByzantium, in die tijd niet meer dan een vazal van de Turkse sultan, met een islamitische leraar. De tegenwerping van de moslim die wij besproken hebben komt hierop neer, dat zijns inziens de geboden die Christus gegeven heeft in de bergrede veel te moeilijk zijn voor gewone mensen. Daarentegen zijn de regels van Mohammed veel beter toegesneden op de menselijke mogelijkheden. Wanneer in de Afrikaanse situatie de gehoorzaamheid van kerkmensen aan Christus veel te wensen overlaat is zo'n argument niet zonder klem. Daarentegen staat de Afrikaanse islam bekend als erg serieus.

Blaise Pascal
lets langer wil ik stilstaan bij het apologetische werk van Blaise Pascal. Hij moet geplaatst worden binnen de derde invloedssfeer, die van de westerse secularisatie. Pascal leefde in de 17de eeuw in Frankrijk. Hij kende de intellectuele elite van zijn dagen. Hij wist dat velen zich door innerlijke scepsis distantieerden van het geloof van de kerk, ook al bleven ze lid. Zelf was hij een gevierd wis- en natuurkundige. Toch heeft hij niet lang van de culturele kring van Parijs deel uitgemaakt.
Als rooms-katholiek had hij sterke banden met het jansenisme, een stroming die het 'door genade alleen' van Augustinus verdedigde tegen het synergisme (rechtvaardigmaking door geloof en werken) van de jezuïeten. Hij zwoer het mondaine leven af en legde zich toe op de nederigheid voor God. Vanuit deze geesteshouding vatte hij het plan op om een apologie (verweerschrift) te schrijven om zijn vroegere vrienden voor Christus te winnen. Dit plan heeft hij niet tot een einde kunnen brengen. Toen hij op 39-jarige leeftijd stierf, bleek zijn kamer vol te liggen met losse papiertjes waarop hij zijn gedachten had neergeschreven. Deze gedachten (Pensées) zijn gebundeld en uitgegeven. Ze richten zich vooral tot de scepticus, die tot de conclusie gekomen is dat een mens nergens zeker van kan zijn en dat het daarom onwijs is zich volledig ergens aan te binden. Vrijblijvendheid is zijn devies. We zien hoe deze levenshouding die toen onder de culturele bovenlaag gevonden werd, tegenwoordig is doorgedrongen tot in alle lagen van de bevolking. We weten niet hoe lang Afrika daarvan verschoond zal blijven. De betekenis van Pascals overwegingen blijft trouwens niet beperkt tot de genoemde doelgroep. Ze zijn zo fundamenteel dat daarin ook aanwijzingen gegeven worden die bijvoorbeeld voor het gesprek met moslims belangrijke gezichtspunten openen.

De toestand van de mens
Pascal neemt twee uitersten waar in de mens, dat zijn zijn grootheid en zijn ellende. Deze kenmerken zijn zo duidelijk aanwezig, dat ook de natuurlijke mens er iets van ziet. Alleen, de natuurlijke mens is eenzijdig. Hij heeft alleen oog voor de grootheid van de mens, of alleen voor zijn ellende. De verschillende wijsgerige stromingen bestrijden elkaar, omdat zij of alleen de grootheid van de mens waar willen hebben, of alleen zijn ellende. De stoïcijnse wijsgeren van voor en kort na het begin van onze jaartelling dachten dat de mens de goddelijke orde van de natuur kon doorgronden en daarin de rechte levenshouding kon vinden. Zij werden gekenmerkt door hoogmoed.
De sceptici uit Pascals dagen dachten daarentegen dat de zin van het leven de mens ten enenmale ontgaat. Zij eindigden in lafheid, luiheid of wanhoop. In werkelijkheid is de mens echter zowel groot als klein; groot in zijn denken, in zijn voortdurend zoeken naar geluk, waaruit een herinnering aan zijn verloren heerlijkheid blijkt; klein in zijn onzekerheid, in zijn moeite en zijn angst. Alleen het christendom geeft volledig rekenschap van beide omstandigheden van de mens, van zijn grootheid en van zijn geringheid. Zijn grootheid schrijft het toe aan zijn oorsprong in de schepping door God, zijn ellende aan de zonde waarin hij met zijn nageslacht gevallen is. De ware godsdienst moet van dien aard zijn dat de gehele werkelijkheid waarin wij leven om haar inhoud draait. Pascal laat zien dat de hele werkelijkheid waarin wij leven heenwijst naar de waarheid van het evangelie.
Het evangelie geeft namelijk het volmaakte antwoord van God op de toestand van de mens in deze wereld.
In zijn komen naar deze wereld houdt God volkomen rekening met 's mensen grootheid en ellende. De kracht van Pascals gedachtegang is, dat hij niet probeert met objectieve bewijzen het bestaan van God aan te tonen, maar dat hij godskennis en mensenkennis met elkaar verbindt, net als eerder Calvijn. Onaantastbare bewijzen geven van het bestaan van God is onmogelijk en het zou zonder Christus ook alleen maar tot hoogmoed leiden. Het is veel wezenlijker te ontdekken wie die God is in wie christenen geloven. Hij is de God die ons bestaan doorlicht, verklaart en verlost. In Christus worden de grootheid en de geringheid van de mens in volle omvang verenigd. Als de openbaring van Gods liefde richt Hij de mens op uit zijn ellende en herstelt Hij hem in zijn grootheid als mens Gods. Maar niet alleen deze inhoud van Gods openbaring houdt rekening met de tweevoudige toestand van de mens, ook de manier waarop God tot ons komt getuigt ervan. Als God Zichzelf aan ons bekend maakt, verbergt Hij Zich tevens. Hij is tot ons gekomen in de nederige gestalte van een mens. En in onze bedeling is Hij noch totaal afwezig noch manifest aanwezig. Hij is er, maar verborgen voor het natuurlijke oog. Zo kan de mens tot het besef komen èn dat hij God kwijt is èn dat er hoop is op een redmiddel.

De Bijbel Gods Woord
Dergelijke overwegingen kunnen licht werpen op allerlei vraagstukken. Ik kies er een uit. Een van de studenten stelde de vraag, hoe wij kunnen verdedigen dat de Bijbel, die voor het overgrote deel door mensen geschreven is, het Woord van God kan worden genoemd. De islam lijkt hier in het voordeel. Die leert dat hun heilige schrift, de Koran, door bemiddeling van een engel rechtstreeks van God aan Mohammed overgebracht is en kort daarna letterlijk opgeschreven.
Het ontstaan van de Bijbel daarentegen bestrijkt een lange geschiedenis. Aan de schriftelijke neerslag gaat vaak een lange mondelinge traditie vooraf. Bepaalde gebeurtenissen zijn vaak aanleiding om te schrijven. Mensen nemen daartoe het initiatief, zij schrijven in hun eigen stijl. Soms laten zij een nauwkeurig onderzoek voorafgaan.
Is de Bijbel niet te menselijk om goddelijk te kunnen heten? Wat zwakheid lijkt, is echter in werkelijkheid kracht. God blijft niet onbewogen ver weg, zoals de islam meent, Hij daalt af tot het niveau van de mensen. In deze nederigheid is God groot en maakt Hij de mens groot die in zichzelf niets is. Zo spreekt de Bijbel ook in zijn ontstaan van de gemeenschap die God met mensen sticht in zijn grondeloze barmhartigheid. In die barmhartigheid mogen wij verenigd zijn als christenen over de gehele wereld. Die barmhartigheid brengt ons ook heel dicht bij onze medemens die deze God nog niet kent.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief