Zwerfkat
1993-07-16
Het regende verdriet en nattigheid op de autobaan.- Jaargang 37
- nummer 15
De voertuigen renden langs elkaar heen als dieren die maar een instinct kennen: terug naar de stal!
Niemand had het bagagebundeltje aan de oprit gemerkt. Nog afgezien van de vraag, of men voor de kleine eigenaar van de opgestoken duim was blijven staan.
Lifters zijn soms aanstichters van een kort maar heftig gewetensconflict.
De gordiaanse knoop van ja en nee wordt meestal doorgehakt met een ferme trap op het gaspedaal. Een kluwen van overwegingen maakte dat ditmaal anders werd gereageerd. Mijn voet beroerde de rem en de hand opende het portier voor de jonge ridder van de droeve figuur. Een ridder was de lifter echter niet. Het bleek een jonkvrouwe.
Pril van jaren, miezerig in de kleren en een druilerig bosje haren. In mijn hart had ik haar meteen tot 'zwerfkat' omgedoopt.
We reden en zwegen. De wissers hadden het druk met het wegpoetsen van de tranen op de autoruit, terwijl ik een stuk chocolade verteerde.
Het is onaangenaam te weten, dat iemand naast je de privésfeer van je eetbewegingen bekijkt. Daarom informeerde ik of zij had gegeten. Ze zei ja. Maar elke exegeet zou voelen, dat het beleefdheidscamouflage was. De geboden reep nam zij met graagte aan.
Evenzo de verdere inhoud van mijn lunchpakket, intussen vertellend, dat dit haar eerste voedsel was sinds twee dagen!
"Het is hier beter als thuis" merkte het zwerfkat je op. En toen kwam een triest stuk verhaal ...
In Hamburg geboren uit een onduidelijk ouderpaar had zij het merendeel van haar 19 jaren versleten in tehuizen voor ongewenste jeugd. Na haar 16e was ze op eigen magere benen komen te staan.
Maar het was geen spat beter gegaan. Nu was ze er tussen uit geknepen. Einddoel Riva en een daar wonende jonge Italiaan. Een gastarbeider. De enige die ooit echt aardig tegen haar had gedaan. Een zwerfkat op zoek naar de luchtbel van erkenning, genegenheid en liefde.
Bij een afrit scheidden zich onze wegen.
Je blijft zitten met de vraag: Wat had de Heer (gesteld dat Hij autorijder was) in zo'n geval gedaan? Misschien had Hij onze wereld weer met z'n scherp verwijt geplaagd. Misschien had Hij onze bikkelharde samenleving met verbazing aangestaard. Waarschijnlijker is, dat Hij driftig was opgesprongen en had gezegd: "Als jullie steeds nalaten een dak boven het hoofd van zwerfkatten te zijn, wordt het de hoogste tijd, dat Ik wederkom!"
We hebben aan dit indrukwekkende stukje als titel meegegeven: ZWERFKATJE. Het werd gepubliceerd door Drs. A.C. Bronswijk, evangelisatiepredikant te Bloemendaal in zijn rubriek ALFRED in het 'Centraal Weekblad'. Wat doen wij voor de opvang van dergelijke verwaarloosde jongeren? Hebben wij er een orgaan voor? Zien wij vervolgens mogelijkheden op dit gebied? Benutten wij die dan? Zijn we vervuld van de liefde van Christus, die omzag naar de hulpelozen? Heeft de gelijkenis van de barmhartige' Samaritaan een beheersende plaats in ons hart en leven gekregen? Hoe beleven wij één en ander in het zicht van Christus' komst?