Een kerk ging stak maar de Gemeente bleef bestaan!

1993-01-08
  • Jaargang 37
  • nummer 1
Er is na de eind-zestiger jaren heel wat geschreven in de kerkelijke pers inzake de scheuring binnen de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt waaruit de Nederlands Gereformeerde Kerken zijn voortgekomen. Geschreven vooral door diegenen die de scheuring en wat daaraan vooraf ging bewust zelf hebben meegemaakt. Voor een aantal was het zelfs de tweede scheuring. Bij veel schrijvers voel je al lezend de diepe pijn die werd gevoeld en soms weer boven komt.
Er wordt weinig over deze zaken gesproken en geschreven door de jongeren van vandaag, zeg maar de begin-dertigers die in de zestiger jaren de weg als vanzelf met hun ouders gingen.
En dat is begrijpelijk want wij hebben de zestiger jaren niet bewust meegemaakt.

Een kerk ging stuk
Het boek 'een kerk ging stuk' is met name geschreven voor onze generatie.
En inderdaad voor mij was het lezen van het boek een ervaring, in die zin, dat ik als het ware een nooit zo goed begrepen stuk jonge kerkhistorie waarvan ik slechts de emotionele naweëen heb gevoeld aan mij voorbij zag trekken.
Nu ik het boek gelezen heb kan ik beter dan voorheen begrijpen waarom ouderen toen ik nog als puber in de Nederlands Gereformeerde Kerk zat zo fel konden reageren op de Vrij gemaakten en vice versa. Nu begrijp ik waarom hele families, hetgeen zich bij ons ook voor deed, werden gescheurd.
Op bepaalde adressen hoefden wij niet meer te komen. Gelukkig is er sindsdien ook veel ten goede veranderd.
Ik kan het begrijpen en daarmee bedoel ik dan dat ik de eind-zestiger jaren nu beter dan toen in een bepaalde context kan plaatsen maar hoe langer ik over de feitelijke toedracht nadenk des te beschamender vind ik de hele affaire. Ik moet bekennen dat ook ik met gigantische vooroordelen naar de Vrijgemaakten heb gekeken en voor wat betreft sommige aspekten doe ik dat nog steeds maar niet meer zo zeer vanuit een voorgenomen negatieve houding maar ook wel vanwege persoonlijke ervaringen die ik heb opgedaan en dan wel het meest vanwege het soms zo verstikkende dogmatisch kerkelijke klimaat wat vanuit de Vrijgemaakte kerk op mij af komt.
Maar na het lezen van het boèk bekroop mij ook een ander gevoel en ik vraag mij af of de schrijvers van het boek met de uitgifte ervan deze vragen ook bewust hebben willen oproepen.
De vraag is deze: in hoeverre moeten de jongere generaties binnen onze kerken en dan oak de jongeren binnen de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerken zich aktief inzetten om weer naar elkaar toe te groeien?
Zijn wij, zo vraag ik mij af, juist vanwege het gemis aan persoonlijke konfrontaties niet juist beter in staat om weer met elkaar in gesprek te treden dan de ouderen die met alle respekt vaak niet over hun persoonlijke belevingen en vooral ook emoties heen kunnen stappen, wat op zich zelf genomen heel begrijpelijk is. Ligt daar voor ons jongeren niet een taak?
En dan doel ik niet zo zeer op het streven naar hereniging en eenwording in organisatorischezin maar allereerst op wederzijdse erkenning en respekt voor elkaar omdat we ontdekken kunnen als we dat willen dat we heel veel met elkaar gemeen hebben en in Christus broeders en zusters zijn!
Op het boek 'een kerk ging stuk' werd in het Nederlands Dagblad positief gereageerd. Lees je echter in De Reformatie de artikelen van W.G. de Vries, die het boek recenseert dan kom je al weer snel in het aloude welles nietes trajekt terecht waarbij er na het lezen vansdeze artikelen weinig hoop overblijft om met wederzijds respekt met elkaar te kunnen spreken over zaken die ons binden.
Het was onze ds De Jong die nog niet zo lang geleden in Opbouw schreef: "We kunnen niet zonder elkaar maar we kunnen ook niet met elkaar". Hij zei mijns inziens middels deze uitspraak iets heel herkenbaars!
Maar moeten wij jongeren het daar dan maar bij laten, zonder hiermee te willen suggereren dat dit Ds. de Jong zijn advies zou zijn!

De jongeren
Hoe kom ik er eigenlijk toe in Opbouw naar aanleiding van het uitkomen van het boek 'een kerk ging stuk' te schrijven?!
In de eerste plaats omdat de vragen hierboven gestelde bij mij opkwamen en ik die vragen 'en mogelijke antwoorden daarop graag met anderen wil delen.
In de tweede plaats omdat onze kerken zo hier en daar samen spreken met Christelijk Gereformeerden en zelfs ook met Gereformeerd Vrij gemaakten en het valt mij op dat met name daar waar het een samenspreking met Gereformeerd Vrijgemaakten betreft het proces veel moeizamer verloopt juist ook vanwege die al genoemde wederzijds voelbare emoties en vooroordelen die een werkelijke toenadering vaak zo moeilijk maken en uiteindelijk schijnbaar onmogelijk.
In de derde plaats omdat ik de indruk heb maar dat is uiterst subjektief bepaald, dat wij binnen onze kerken en met name onder de jongeren een gebrek kunnen opmerken aan relevante kennis met betrekking tot onze kerkgeschiedenis.
Ik heb de indruk dat er maar een heel kleine groep jongeren is die kennis neemt van kerkelijke ontwikkelingen vanuit Gereformeerd kerkelijke lektuur. Tevens denk ik dat er in onze gemeenten door de jongeren weinig gesproken en gedacht wordt vanuit een stuk bekendheid met het verleden. Dat dat soms een groot voordeel kan zijn ben ik mij heel wel bewust maar het omgekeerde is ook waar.

Dat er veel ontwikkelingen zijn momenteel op kerkelijk terrein is een feit.
En ook binnen de Gereformeerd Vrijgemaakte kerken is een verandering voelbaar die naar mijn indruk positief te beoordelen is en perspektieven biedt meer dan ooit om door ons aangegrepen te worden in het kader van wederzijdse ontmoeting.
In de vierde plaats en zeker niet de laatste omdat we elkaar gezien de kerkelijke ontwikkelingen in ons kleine land zo nodig hebben. En je kunt ervan denken wat je wilt maar binnen de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerkgemeenschap is er ook vanwege hun grootte het voordeel van het om het maar zo te noemen kader van waaruit op ontwikkelingen op kerkelijk en maatschappelijk gebied wordt gedacht en geschreven en waar een ieder kennis van kan nemen. En dat soort begeleidende informatie moeten wij toch wel enigszins ontberen. En dat ervaar ik persoonlijk als een gemis.
Dan doel ik op informatie die door allerlei Gereformeerde organisaties wordt aangeboden. Om eens wat te noemen: Nederlands Dagblad, het nieuwe blad 'bij de tijd', het jongerenblad 'Kivive' en toch ook wel evangelisatieprojekten die vanuit een aantal gemeenten worden gedragen en een Bijbelcursus die voor onkerkelijken is opgezet en waarmee wij persoonlijk goede ervaringen opdoen.
Ik denk dat het waardevol is dat er zoveel goede literatuur voorhanden is binnen de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerken en ik vind het jammer dat we zo weinig op dat gebied met elkaar delen.
Maar ook op het terrein van onderwijs hebben de Gereformeerd Vrijgemaakten in heel wat plaatsen wat te bieden.
Na de scheuring waren er heel wat barrières die veroorzaakten dat wij niet van deze scholen gebruik maak ten en was het 'gewone' Protestants Christelijke Onderwijs nog een heel redelijk alternatief maar dat is vandaag de dag wel anders en zo is dat met meer organisaties waarin de Gereformeerd Vrijgemaakten om het zo maar te zeggen zelfvoorzienend zijn geworden.
Moeten we ons niet aktiever inzetten voor onderling kontakt en zou het niet goed zijn oprecht te zoeken naar wegen om samen te werken op terreinen die voor ons en onze kinderen zo van levensbelang zijn zonder overigens de kerkelijke vraagstukken onbesproken te laten?
Moeten we, en dan doel ik dus met name op diegenen onder ons die de scheuring niet bewust hebben meegemaakt, ons niet meer dan nu gebeurt inzetten voor het nemen van stappen die in ieder geval kunnen leiden tot kontakt met elkaar, in de hoop tot erkenning van elkaar te komen en uiteindelijk tot samenwerking op allerlei terrein?

Samenwerking
Zelf neig ik er naar bovenstaande vragen positief te beantwoorden en te stellen dat wij ons aktief open moeten stellen voor vormen van samenwerking op allerlei gebied.
Niet omdat ik meen dat wij elkaar wel moeten zoeken omdat de onderlinge verdeeldheid een gruwel zou zijn in Gods ogen.
Met dit motief heb ik persoonlijk enige moeite waarmee ik niet wil zeggen dat het geen bijbels gefundeerd motief zou kunnen zijn.
Van uit deze motivatie wordt een streven naar eenheid al snel een bij voorbaat gefrustreerd proces waarbij het als een falen en als een zonde wordt ervaren indien onverhoopt pogingen daartoe mislukken. Ik geloof ook niet dat God zoveel verdriet heeft vanwege het bestaan van de verschillende kerkgenootschappen op zich. Ik beperk mij dan even tot de Gereformeerd Vrijgemaakten, de Christelijk Gereformeerden en de Nederlands Gereformeerden.
Veeleer heeft God er denk ik wel verdriet van dat we elkaar soms zo enorm te kort doen en vanwege het feit dat we veel dingen die we samen zouden kunnen doen laten liggen en/of deze afzonderlijk uitvoeren.
Nee, mijn motief om elkaar meer dan nu gebeurt te zoeken is veel meer daarin gelegen dat ik ook juist om praktische redenen die alles te maken hebben met de huidige ontkerkelijking van onze samenleving er van overtuigd ben dat we elkaar heel erg hard nodig hebben. Nu, maar ook in de toekomst steeds meer.
Immers de samenleving verandert snel en wij leven daar gelukkig midden in en zullen antwoorden moeten geven op vragen die vanuit die samenleving aan ons worden gesteld. En wij worden in die samenleving een steeds kleinere groep en hebben denk ik in zekere zin ook een stuk verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen.
Door met elkaar te spreken en zelfs op terreinen samen te werken kunnen we ook ervaringen delen en elkaar vast houden ook al denken we over bepaalde zaken heel verschlllend.
Die verschillen beperken zich mijns inziens vaak tot bijzaken. Het was iets wat mij trof tijdens het lezen van het boek 'een kerk ging stuk' denkend aan de huidige ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Hervormde kerk die gezamenlijk op weg zijn gegaan, maar jaarlijks duizenden ingezetenen verliezen. Het ging in de 'Open Brief' toch ook om die mogelijkheid en dat verlangen van hen die zich later Nederlands Gereformeerd noemden, met die Gereformeerd synodalen in gesprek te blijven?
Zat daar ook niet iets bij van het elkaar niet willen verliezen ook al waren ook wij er wel van overtuigd dat er zich in het synodale kamp 'gevaarlijke ontwikkelingen' voordeden? Is het risiko niet groot dat je sneller van elkaar vervreemdt en minder invloed kunt uitoefenen op elkaars afzonderlijke ontwikkeling indien je de band met elkaar aktief of passief verbreekt en elkaar niet meer zoekt? Hebben wij en zeker zij die elk kontakt met 'die synodalen' meden, kijkend naar de ontwikkelingen in de 'Samen op Weg Kerken' alleen maar -hootdschuddend opgemerkt zoiets vaa 'zie je wel, dat was te voorzien'? Of voelen we ook een beetje gezamenl!Ïjke schuld of op z'n zachtst gesproken medeverantwoordelijkheid voor datgene wat zich bij hen voltrekt omdat wij vanwege onze houding wellicht onvoldoende de mogelijkheden om met deze kerken in gesprek te blijven, hebben gemist?
Hadden wij in de hoop dat we het tenminste op hoofdpunten met elkaar eens zouden kunnerublijven niet meer naar elkaar om moeten zien? Zonder water bijde wijn te doen toch om elkaar heen blijven staan, is dat niet onvoldoende door ons nagestreefd?
De kloof tussen onze kerken is inmiddels wel erg groot geworden, schijnbaar niet te overbruggen zelfs. Hoe het ook zij het is uiteindelijk anders gegaan en de Samen op Weg-kerken lopen sneller leeg dan wij hadden gedacht en velen sluiten zich nergens meer bij aan en dat is erg, dat is nog wel het grootste verlies.

De Gemeente bleef bestaan
Laten we uit dit soort ontwikkelingen lering trekken en om elkaar heen blijven staan in plaats van slechts elkaar te bekritiseren. Een kerk ging stuk maar de meeste mensen die dat meemaakten zijn er nog. En zij kregen kinderen en die hoorden er van.
En die kinderen luisterden naar alle verhalen en sornrniqen lazen alle stukken en vroegen zich af, was dat nou nodig en op die manier?
Ja maar, zeiden sommige ouders, het zou zo weer kunnen-gebeuren hoor, er is maar één kerkelijk adres, één ware kerk en je moest eens weten wat ons toen is aangedaan en hoe...
Maar zeiden sommige kinderen die inmiddels ook weer zelf kinderen hebben gekregen, er is ook zoveel wat ons bindt en er zijn zoveel overeenkomsten en wij jongeren praten niet meer zo over toen, dat is gebeurd, het interesseert ons wel als historisch gegeven maar de tijden zijn veranderd ook bij hen...
Er hebben zich over en weer nog al wat karikaturen gevormd die zullen blijven bestaan als we niet met elkaar spreken in plaats van over elkaar te spreken.
Een kerk ging stuk maar de Gemeente bleef bestaan.
Is dat ons ook niet beloofd en moeten we ons daar dan ook niet voor in blijven zetten?
Er is ons toekomstperspektief beloofd!
En daar kunnen wij ons zelf bij in laten schakelen.
Laten we dat dan ook doen!

(E.Th. Verboom (33 jaar) is landbouwkundige en lid van de Ned. Geref. Kerk te Arnhem)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief