Mij geschiede naar uw woord (3)
1993-01-08
Zo werd ook de ongehoorzaamheid van Eva door de gehoorzaamheid van Maria teniet gedaan; want wat de maagd Eva door haar ongeloofhad verstrikt, dat ontwarde de maagd Maria door haar geloof.- Jaargang 37
- nummer 1
Irenaeus van Lyon.(1)
De eerste der engelen werd van de hemel gezonden om tot de Godsmoeder het Ave te zeggen: en ziende, O Heer, hoe Gij een lichaam aannaamt, stond hij verbaasd en riep haar met zijn onlichamelijke stem toe:
Gegroet, door wie de genade zal oplichten;
gegroet door wie de vloek zal worden uitgewist.
Gegroet, herstel van Adams val; gegroet, die Eva 's tranen droogt.()
Gegroet, hemel/adder, waarlangs God is neergedaald;
gegroet, brug, die van de aarde naar de hemelleidt.()
Gegroet, die het welbehagen zijt van God in de stervelingen;
gegroet, toegang der stervelingen tot God.
Gegroet, vrouwe, nimmer drogende bron van levend water.
Gegroet, wondere schelp, waaruit de parel voortkwam.()
Uit "Akathistos Ymnos" , zesde eeuw(2)
kleursymboliek
Waar we Christus afgebeeld zien in de ikonen van het Oosten, maar ook in de kunst van het Westen, vooral die der late Middeleeuwen en Renaissance, valt op dat Hij vaak gekleed is in een blauw onderkleed met daarover heen een rood opperkleed. De kleurensymboliek geeft aan dat hij een hemelse oorsprong heeft (de kleur blauw is daarvan het symbool, zoals dat vermoedelijk ook al gold voor het blauw in het voorhangsel van de tabernakel) maar dat hij nu mens geworden is (het rood, van edom en adam) geeft dat menszijn aan. Waar we vervolgens Maria in de kunst afgebeeld zien, blijkt de kleurencombinatie net omgekeerd: zij draagt een rood onderkleed (ze is immers echt mens) maar ze is met een oppergewaad van blauwe kleur, teken van haar nieuwe, hemelse status, "overkleed". Als enige mens draagt zij dit blauwe gewaad; niemand immers onder de mensen heeft zo dicht aan "het hemelse" geraakt als juist zij!
Maar niet alleen dat. "Naast de Godheid is Maria de enige die soms met de mandorla wordt onderscheiden, speciaal als zij het Christuskind op de armen draagt, of wanneer haar ten hemel opneming wordt uitgebeeld."
Een mandorla of aureool is "een elliptische, ovale of amandelvormige stralenkrans, die het gehele lichaam omgeeft en die alleen wordt toegepast bij Christus, wanneer de nadruk wordt gelegd op zijn gqddelijke natuur. Een enkele maal wordt de gestalte van Maria omgeven door de mandorla...(3) Het motief van de mandorla duidt dus Maria's "heerlijkheid" aan.
Advocaat van Eva
De vorige keer is al gesteld dat veel uitspraken over Maria in de Oude Kerk feitelijk uitspraken over Christus zijn.
Zij was als Moeder des Heren de garantie dat Hij ook; inderdaad echt mens was geworden. In de formulering van een roomskatholiek boek over Maria: "Deze overtuiging van Maria's heerlijkheid was niet een losstaand motief. Ze is juist zo algemeen in de oude Kerk, omdat zij haar betekenis dankt aan het geloof in de Verlosser en Godmens Christus en met dit geloof onverbrekelijk verbonden was. Als men de teksten bij de Kerkvaders naslaat, die op Maria betrekking hebben, vindt men steeds dat deze aansluiten bij hun uiteenzettingen der Christologie."(4)
De vorige keer hebben we het vooral gehad over de aandacht voor Maria als antwoord op de dreiging van het Docetisme. Er zitten echter nog diverse andere aspekten aan de beginnende Maria-verering van de eerste eeuwen der Christelijke Kerk. In dit artikel willen we een van de andere motieven bekijken.
Nadat de Apologeet Justinus de Martelaar (die rond 165 A.D. gestorven is) al wat uitvoerig over Maria's "maagdeIijkheid" gesproken heeft, is het vooral de "Vader" van de Katholieke Dogmatiek, Irenaeus van Lyon (gestorven in 202) die dit thema-opneemt. Waarom is dat "maagd zijn" van Maria zo belangrijk?
Ik citeer hier een paar van die vroege schrijvers: "Verneemt nu" zegt Justinus, in zijn heel vroege Apologie, gericht aan de Romeinse keizer Antoninus Pius, "hoe letterlijk door de mond van Jesajalover hem werd voorzegd, dat Hij uit een Maagd zou worden geboren. De tekst luidt aldus: "Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en men zal zijn naam noemen "God met ons" () De tekst: "Zie de maagd zal zwanger worden" betekent dat de Maagd zonder gemeenschap zou ontvangen.
Want als wie ook maar gemeenschap met haar gehad, zou zij geen maagd meer geweest zijn. Maar de kracht Gods overschaduwde haar en bewerkte dat zij zwanger werd, hoewel zij maagd was." (Apologie 1.33)(5)
Is dat min of meer recht-toe-recht-aan een weergave van de Bijbeltekst, veel verder gaat Irenaeus, die al stelt dat de maagd Maria er vrijwillig in toestemde om de Moeder des Heren te worden en dat zij "door haar gehoorzaamheid voor zichzelf en voor geheel het menselijk geslacht de oorzaak van heil is geworden." (Tegen de Ketterijen. III.24.(4)) In zijn "Dialoog met Tryphon" (100) had Justinus Maria al met Eva vergeleken.
"Irenaeus werkt deze vergelijking, die een der schoonste motieven der Mariologie is gebleven, nader uit" zegt de Roomskatholieke schrijver Bouman en hij citeert vervolgens de kerkvader Irenaeus: "Zo werd ook de ongehoorzaamheid van Eva door de gehoorzaamheid van Maria teniet gedaan; want wat de maagd Eva door haar ongeloof had verstrikt, dat ontwarde de maagd Maria door haar geloof." Irenaeus, de eerste theoloog van de Christelijke Kerk, noemt Maria ook "advocaat van Eva". (Tegen de Ketterijen. V.19.1.) "Zoals het menselijk geslacht aan de dood werd verbonden door een maagd, zo werd ze ook door een maagd gered." In verband met haar moederschap van Christus komt Irenaeus al een beetje op het spoor van haar moederschap voor de hele mensheid! Zij speelde mede een rol in Christus' verlossingswerk. Haar schoot was "de reine schoot die mensen herboren laat worden tot God."(6) Let wel, dan hebben we het over theologische ontwikkelingen die al plaatsvonden aan het einde van de tweede eeuwen het begin van de derde. Dat is inderdaad heel vroeg!
de "moeder aller levenden"
Hier komen we dus dat tweede thema in de Mariologie op het spoor: Maria is de tweede Eva. De Moederbelofte is feitelijk voor haar bedoeld! Het gaat immers om haar "zaad", haar Zoon Jezus Christus, die de slang de kop vermorzeld heeft.
Onze Here Jezus Christus heet in het Nieuwe Testament "de laatste Adam".
Hij wordt in zijn werk met Adam vergeleken. (1 Korinthiers 15:22,45 en, meer impliciet, in Romeinen 5:15) Bij Irenaeus en bij vele andere kerkvaders in zijn spoor gaat Maria nu "de tweede Eva" heten! De ongehoorzaamheid van de eerste Adam is in de volmaakte gehoorzaamheid van de tweede Adam opgeheven en verzoend. Eveneens vindt de eerste Eva een pendant in Maria, de tweede Eva. Haar ongehoorzaamheid wordt verzoend in Maria's bereidheid om God te dienen en de Moeder des Heren te worden, toen ze zei: "Mij geschiede naar uw woord."
We kunnen snel inzien dat de eerste vergelijking de expliciete steun van de Schrift bezit. Bij de tweede vergelijking blijkt die steun echter geheel te ontbreken. Ze geeft echter in de tijd wel aanleiding tot steeds hoger "claims" voor Maria!
De vergelijking van Eva, de bron van de dood, en Maria, de bron van het leven, ging voort. Zo stelde een vroege theoloog Epiphanius dat Maria, en niet Eva, "de moeder aller levenden" hoorde te heten. Hij heeft mede daardoor twijfels of zij wel, net als alle stervelingen, ooit de dood gesmaakt heeft.
AI voor het jaar 750, zo meldt ons het onvolprezen boek van Prof.dr. Timmers, Christelijke Symboliek en Iconografie, wordt in Gallie al de hymne "Ave Maris Stella" (gegroet, Sterre der Zee) gezongen, met daarin o.a. de regels:
"Funda nos in oace,
mutans nomen Evae."
Grondvest ons in vrede, Eva's naam omkerend.(7)
in de kunst
"Ave Eva" wordt dus een bekend thema in de devote literatuur en ook in de beeldende kunsten. Op allerhande afbeeldingen van Maria zien we eem slang die met Maria's hoedanigheid als nieuwe Eva beklemtoont. "De oude Eva werd door de slang overwonnen, de nieuwe. Eva overwint de slang."
Timmers' boek vermeldt onder andere: "Vanaf de 13 e eeuw zien wij veelvuldig een slang of een draak onder Maria's voeten aangebracht, vooral wanneer zij zittend is voorgesteld met het Kind Jezus op haar schoot, de zgn. Sedes Sapientiae.
Soms is ook Eva aan de voeten van de tronende Maria voorgesteld. Zij draagt de vrucht in de hand en weert de slang van zich af." Van onder een preekstoel in de St.Goedelekathedraal in Brussel kruipt een slang naar boven, maar die wordt resoluut door de nieuwe Eva en haar kind onder de voeten vertreden.
bekleed met de zon
Er is in de middeleeuwse kunst nog een kennelijk geliefde wijze om Maria af te beelden. Niet alleen wordt ze de vrouw, die op een slang treedt. Ze wordt steeds meer "de vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en en krans van twaalf sterren om haar hoofd" uit Openbaring 12 vers 1. De tekst in de Bijbel vervolgt: "en zij was zwanger em schreeuwde in haar weeen en in haar pijn om te baren."
Dat thema komen we in de oude, middeleeuwse, kunst zeer geregeld tegen.
Zo is er b.v. een erg fraai beeld in het Rijksmuseum Catharijneconvent in de binnenstad van Utrecht. 7)
Het is me opgevallen dat geen enkel protestant exegetisch werk dat ik erop heb nageslagen, in deze tekst Maria ziet. Meestal denken uitleggers meer aan het Joodse verbondsvolk met zijn twaalf stammen, dat dat Kind voortbrengt en ook wel aan de Kerk. Maria wordt echter in de uitleg van deze passsage niet of nau elijks betrokken.
Maria wordt behinderlaagd door de draak die het kind wil verslinden, zodra het ter wereld wordt gebracht.
Maar ze wordt naar de woestijn gevoerd.
Uit het verband blijkt, redeneert de traditionele rooms-katholieke Schriftuitleg vaak, dat het Kind de Christus moet zijn. Hoezeer dat ook werd geprobeerd, Hij kon niet door de Boze kon worden vernietigd. In dat geval is Maria ontwijfelbaar de hier afgebeelde vrouw! Het is Maria die ook in deze episode de slang en de draak te sterk is. Maria is de vrouw die "het heelal met haar heerlijkheid vervult".
Nog een opmerking over afbeeldingen van Maria in de kunst.
In de laat-middeleeuwse en ook Renaissance kunst, vooral in de Zuidelijke Nederlanden en Italie, kennen we het genre van de Annunciatie, de Aankondiging van Jezus' geboorte door de engel. Meestal verblijft Maria in de tempel, maar er is b.v, een beroemde "Annuniciatie" (aankondiging) van de schilder Fra Angelico (1387-1455) waar we haar afgebeeld zien in een soort tuin. In de verte zien we de cherubs, die met vlammend zwaard Adam en Eva uit het Paradijs verdrijven. Op dit schilderij, dat in het Prado in Madria hangt, maken we dus net mee hoe de juist aangekondigde geboorte van de Verlosser de hardnekkige vloek over de mensheid ongedaan maakt. De Nieuwe Eva gaat in haar gehoorzaamheid de weg voor Gods heilsplan banen!
Op dit schilderij zit Maria onder een soort afdak; het plafond van dat afdak is geschilderd in een hemelsblauwe kleur en lijkt bedekt met sterren!
Toeval? Niets is in dit schilderij alleen maar wat het lijkt; er is steeds een diepere betekenis.
tenslotte
In Openbaring 12 vers 13,14 wordt gezegd dat "de vrouw die het mannelijk kind gebaard had" "twee vleugels van de grote arend werden gegeven".
Die tekst is (mede) aanleiding tot de later grootscheeps beleden visie op Maria's lichamelijke "ten hemel opneming". Daarover in een volgend artikel meer.
We vatten voorlopig samen. De eerste reden om Maria een groter rol in de "heilsgeschiedenis" te geven is de noodzaak om tegen het grote gevaar van het Docetisme in te gaan. Dat is een m.i. volledig terechte reden geweest!
Dat was het thema van het vorige artikel.
Een tweede "dogmen-historische" lijn is die om Moeder Maria te vergelijken met Moeder Eva. Ookidaartoe is, met name gezien de zgn. ('Moederbelofte') wel enige reden, maar tegelijk moeten we constateren dat dit element in de "Mariologie" ons al in een richting laat gaan, die tenslotte heeft geleid tot het vereren van Maria als "de Koningin des hemels". En dat is een apert onbijbelse notie, nodeloos om dat te zeggen.! Maar we zijn nog niet op dat punt beland, dus deze serie gaat nog even door.
Noten:
1. C.A. Bouman. Theotokos. Moeder van God.
Over de Marialeer en de Mariavereering van de Oostersche Kerken. De Toorts, Heemstede. 1941. p.11.
2. De Akathistos Hymne dient, zoals het woord zegt, staande te worden gezongen. Ze is mogelijk al in de zesde eeuw in omloop gekomen. De naam van de beroemde Byzantijnse kerk-musicus Romanos de Zanger wordt ermee in verband gebracht. Het is een Hymne van 24 strofen, waarin Maria in een keur van benamingen wordt aangesproken.
Ze wordt gezongen op de zaterdag voor de vijfde zondag van de Vasten, Passiezondag.
De gedachte van schelp en parel lijkt afkomstig uit Syrie; daar sprak Efrem de Syrier al over Christus als de parel. Volgens de sage ontstonden parels uit vuur en water, als de bliksem in zee slaat. De volgroeide parel verlaat de schelp zonder die te veranderen of te beschadigen. Daarom was het een zeer toepasselijke beschrijving van Maria.(ontleend aan Bouman, a.w. pp.59-60.
3. J.J.M. Timmers. Christelijke Symboliek en Iconografie. De Haan.1976. paragraaf 320 en 637.
Iedere kunstliefhebber die in bijzondere zin in Christelijke Kunst geinteresseerd is, zou dat bijzondere boek moeten aanschaffen. Het is een ware "Fundgrube" voor zeer interessante artistieke motieven die ons anders gemakkelijk kunnen ontgaan. Zeer aanbevolen!
4. Bouman. a.w. p.a. Het woord "godmens" is overigens typisch roomskatholiek taalgebruik.
5. Apologie I. ontleend aan Twee Apologeten uit het Vroege Christendom. Justinus en Athenagoras. vertaald, ingeleid en toegelicht door Dr.G.J.M.
Bartelink. Kok. Kampen. 1986. p.52.
6. Irenaeus. Tegen de Ketterijen. IV.33.1. Geciteerd uit J.N.D. Kelly. Early Christian Doctrines. Black. London. 1960. 5e herz.dr. 1977. p.494.
7. U weet vermoedelijk dat, wellicht niet geheel zonder reden, een aantal Protestanten zich recentelijk nogal verontrust heeft getoond over de "Europese vlag", waarop een twaalftal sterren prijkt op een blauw veld! De ontwerper is, vertelt het verhaal, een vurig Rooms-katholiek, die in zijn werk wellicht ook zijn verlangen naar "herkerstening" van ons continent wilde uitdrukken, in de zin dat de Kerk van Rome er weer een grote mate van invloed zou moeten hebben. De twaalf sterren van de twaalf lidstaten komen tot nu toe wonderwelovereen met de twaalf sterren die zo Maria worden toegedicht!)