Mij geschiede naar uw woord
1993-01-15
Wees gegroet, gij vol van genade,- Jaargang 37
- nummer 2
de Heer is met U, Uwe genade zij met mij.
Gezegend zijt Gij onder de vrouwen
en gezegend zij de H. Anna,
Uw moeder,
uit wie Gij zonder smet en rimpel
en zonder zonde voortgekomen zijt,
o Maagd Maria;
uit U toch is geboren Jesus Christus,
de zoon van de levende God. Amen.
laat-middeleeuws gebed 1
Een 'drie-sterren-Maagd'
Waar we 'Maria afgebeeld zien op Russische ikonen, zoals de zo beroemde Kazanskaya of Wladimirskaya, valt ons op dat ze op haar hoofdtooi en op haar blauwe overkleed drie gouden sterren draagt: een op haar hoofd en een op beide schouders. Over de kleur blauw van Marla's gewaad hebben we in het vorige artikel gesproken. De drie sterren zijn een ander verhaal.
Daarmee is aangegeven dat de Madonna van Wladimir en de Madonna van Kazan altijd - voor, tijdens en na de geboorte van Christus - maagd is geweest. .Aei-parthenos' is daarom een van Maria's titels. afkomstig uit 553, toen het Tweede Concilie van Constantinopel die term formuleerde: 'Altijd Maagd'. 't Is stellig geen toeval dat in diezelfde zesde eeuw de nog steeds bestaande feesten ter ere van Maria beginnen. het eerst in het Oosten.
bij de Grieken. maar ook al bij de monofysitische Kopten van Egypte en Ethiopië.
Na een beschouwing over de intense strijd van de Christelijke Kerk tegen de boze ketterij van het Docetisme hadden we het in het vorige artikel over de relatie tussen de eerste Eva en de tweede Eva. Maria, een vergelijking die verregaande gevolgen heeft gehad voor de latere Mariologie en de verlossingsleer als zodanig. Een derde lijn is die van Maria's 'eeuwigdurende maagdelijkheid'. Wellicht is het goed hier al vast te noteren dat de opvatting dat Maria nooit een man 'bekend' heeft en zo een Gode zeer welbehaaglijk leven heeft geleid. vooral opgang maakt in een tijd waarin ascese en 'wereldmijding' als ideaal blijken aan te slaan, bij vooral de ernstigste vromen!
Wat zit er achter deze opvatting? In de eerste plaats dus de diepe overtuiging dat Maria na het ter wereld brengen van haar eerste Kind nooit meer een ander kind het leven geschonken heeft. De verhevenheid van maagdelijkheid als levenskeus wordt er ten zeerste door bevestigd. Maar er is meer! Maria. die een 'maagdelijke geboorte' deelachtig werd is tevoren ook zelf uit een 'onbevlekte ontvangenis' voortgekomen!
Het Voorevangelie van dakobus
Die gedachtengang wordt al sterk gevoed door het Voorevangelie van Jakobus en de ook al eerder genoemde Apocriefe Evangeliën.
Daarom wil ik hiervoor nog een keer uitvoerig aandacht vragen. Joachim en Anna, Maria's ouders hadden geen kinderen. Als zeer rechtvaardige Israëlieten gingen ze daaronder gebukt.
zegt dat Apocriefe Voorevangelie. Dat bedrukte gevoel werd alleen maar sterker. toen het Joachim verboden werd om als eerste. voor de andere mannen. in de Tempel zijn offer te brengen: "De grote dag des Heren nu was gekomen en de zonen Israëls brachten hun offergaven. En Roebiem trad hem op vijandige wijze tegen, zeggend: Het komt u niet toe het eerste uw offergaven te brengen; om deze reden. dat gij geen nakroost in Israël verwekt hebt." (1:2) Vooral blijkt Joachim door deze situatie geschokt.
omdat hij deze kwestie bij de Burgerlijke Stand van Israël navorst en bevindt "dat alle rechtvaardigen nakroost in Israël verwekt hadden". "En Joachim werd zeer bedroefd. en vertoonde zich niet aan zijn vrouw. maar hij begaf zich naar het platteland en sloeg daar zijn tent op en vastte veertig dagen en veertig nachten." Intussen klaagde ook Anna. zijn vrouw "in tweeërlei klaaglied en treurde in tweëerlei treurgezang:
Betreuren wil ik mijn weduwschap.
Betreuren wil ik mijn kinderloosheid." (2:1)
Op aansporen van haar slavinnetje Judith kleedt ze zich in haar bruidskleren en bidt een intens bedroefd gebed, waarin ze haar verdriet om haar kinderloosheid aan God voorlegt. "En zie, een engel des Heren trad voor haar, zeggende: 'Anna, Anna! de Heer heeft uw smekingen verhoord, en gij zult ontvangen en baren en over uw zaad zal men in de hele wereld spreken.' En Anna zei: 'Zo waarachtig als de Heer mijn God leeft .... indien ik zal baren, hetzij iets mannelijks of iets vrouwelijks, zo zal ik het als offergave brengen aan de Heer mijn God. en het zal Hem dienen alle dagen van zijn leven.' "(41)
In diezelfde tijd heeft ook Joachim van de engel het bericht ontvangen dat zijn vrouw in haar ouderdom alsnog aan een kind het leven zal schenken. Ze ontmoetten elkaar bij de deur: "En zie Joachim kwam met zijn kudden. En Anna stond aan de deur en zag Joachim komen. en zij liep toe en viel hem om de hals."
lets erna blijkt Anna zwanger te zijn. In later eeuwen werd de ontmoeting tussen de oude Joachim en Anna tot het moment van Maria's eigen 'onbevlekte ontvangenis'. Want dat die conceptie een wonder was was immers duidelijk!
Wat conclusies
Een paar zaken moeten we op dit moment in het verhaal al vast vermelden.
van uiteenlopende betekenis. In de eerste plaats is deze episode, waarin Joachim en Anna elkaar ontmoeten.
vooral in de middeleeuwse kunst talloze malen afgebeeld. Schilderijen en sculpturen tonen die 'gezegende ontmoeting'; in zgn. 'Maria-portalen' in Gotische kathedralen komen we het vrome ouderpaar ook zeer geregeld tegen. Een van de mooiste afbeeldingen is de vijfde gravure in de prachtige serie over het Leven van Maria.
gemaakt door de grote kunstenaar Albrecht Durer.
Ten tweede werd in de Late Middeleeuwen een genre schilderijen of beeldhouwwerken populair. dat in ons land 'Sint Anna te Drieën' heet; drie generaties 'Heilige Familie' komen we in die familiegroep tegen: Jezus en zijn moeder en grootmoeder. die beiden op bovennatuurlijke wijze hun kind hadden gekregen. Het laatmiddeleeuwse gebed bovenaan dit artikel draagt deze overtuiging uit: ook Maria's geboorte was wonderbaarlijk!
In de derde plaats moet worden gewezen op de combinatie van de namen Anna en Maria. die heel populair werd in heel Europa! 'Annemarie' en 'Marianne' zijn bij ons wel de bekendste namen.
Belangrijker dan al het voorgaande is echter dat in dit alles het feitelijke wonder het wonder wordt van Maria's geboorte! Zuivere maagd als zij was.
was ze al voor haar ontvangenis bestemd om 'de tweede Adam' ter wereld te brengen.
Pas later werd het geloof in de geboorte van Maria 'vrij van alle schuld' uitgesproken. een visie die op 8 december 1854 in Rome door Paus Pius IX tot dogma van de Kerk werd verheven.
Sindsdien is 8 december de datum waarop in Rooms-Katholieke kring 'Maria's onbevlekte ontvangenis' wordt gevierd.
We konstateren dat het wonder van Christus' geboorte door de vrome verbeelding een generatie naar voren geschoven wordt! In dat geval wordt een essentieel deel van Gods Heilsplan reeds verwezenlijkt in de ontmoeting van de twee echtelieden en hun omhelzing, volgens sommigen het moment van Maria's conceptie.
En dan…
In Arma's opdragen van haar nog ongeboren kind aan de dienst in de tempel schuilt echter nog een interessante implicatie: in het oude Israël komen we gevallen tegen van jongens die levenslang aan de Here gewijd worden; eerstgeboren jongens behoorden de Here toe en moesten daarom ook officieel worden gelost". (Exodus 13:2; Lukas 2:23) Dat dit hier met een meisje gebeurt is opmerkelijk. Omdat Maria levenslang voor de dienst in de Tempel wordt bestemd, is er tegelijk een probleem. Als ze gaat menstrueren, kan ze niet in de Tempel blijven, omdat ze die plek zou verontreinigen. We worden hierover ingelicht in hoofdstuk 8 van het Voorevangelie "Toen zij twaalf jaar oud geworden was, werd er een raadsvergadering van priesters gehouden, die zeiden: 'Zie, Maria is twaalf jaar oud geworden in de tempel des Heren. Wat zullen wij met haar aanvangen? Opdat zij niet bevlekke het heiligdom des Heren.' "(8:1,2) Daarop deed de Hogepriester zijn 'twaalfklokjesgewaad' aan, d.w.z. zijn officiële ambtsgewaad, om van God een oordeel te vragen over het ontstane probleem. Daarna volgt de episode, waarin Jozefs staf gaat bloeien en hij. een aloude man, de ongerepte maagd Maria meeneemt naar zijn huis.
In dienst van de tempel
Maria kreeg nog een heel verantwoordelijk en bevoorrecht werk uit te voeren.
"Er had nu een beraadslaging der priesters plaats. Zij zeiden: 'Wij willen laten maken een Voorhangsel voor de tempel des Heren.' En de priester zeide: 'Roept mij de ongerepte maagden uit het geslacht van David.' En de dienaren gingen heen en zochten; en zij vonden zeven maagden. En de priester gedacht aan het meisje Maria, omdat zij was uit het geslacht van David en onbevlekt voor God." Dan wordt uit dat gezelschap meisjes Maria voor deze taak gekozen, via het lot.
"Maria lootte het echte purper en het scharlaken, en zij nam het en ging heen naar huis." (10:2)
Zo komt het dat Maria aan een heel Godvruchtige taak bezig is, als de engel haar de geboorte van de Heiland der wereld komt aanzeggen. Opnieuw moet hier kort worden gewezen op de wijze waarop Maria in de laatmiddeleeuwse kunst wordt afgebeeld, met name in Vlaanderen en de Noordelijke Nederlanden, maar ook op 'Annunciatie-schilderijen' uit Italië en andere delen van Europa. Bijna steeds zit ze in een soort prieel van de tempel.
Meestal leest ze een stichtelijk boek. Niet zelden staat er een pot met lelies in het vertrek; de lelie, de 'fleur de Iys', is een symbool van zuiverheid en maagdelijkheid. (zie de lelie in de symboliek van het Franse hof tot en met in de symboliek van de padvinderij.) In Italiaanse schilderingen heeft de engel nogal eens een bos lelies in zijn hand, die kennelijk voor Maria bedoeld zijn. Zo is er een'verband tussen Marla's eigen 'onbevlekte ontvangenis' en het grote Wonder van de 'maagdelijke geboorte', volgens het Voorevangel ie.
In een terecht beroemd schilderij van de Meester van Flemalle hangt er ook een schone handdoek aan de muur evenals een grote koperen pot. Maria is het 'reine vat' dat de Here voor zich heeft bestemd. Bovendien is er net een kaars uitgegaan, die vermoedelijk moest aangeven dat de kaars die Gods presentie symboliseerde, nu niet meer nodig was; Gods echte aanwezigheid in het vlees is immers zojuist aangekondigd. "Plotseling is tot zijn tempel gekomen de Here die gij zoekt." (Maleachi 3:1)
Nadat er in het Voorevangelie nog een hele serie andere gebeurtenissen vermeld is en het Kind geboren is, krijgt de lezer of luisteraar als bevestiging van het Wonder der maagdelijke geboorte nog het volgende te horen.
De vroedvrouw die bij de bevalling geassisteerd heeft belijdt dat een groot wonder is geschied en vertelt dat aan een collega, een zekere Salome: "Salome, Salome! Een ongehoord schouwspel heb ik u te verhalen.
Een maagd heeft gebaard, wat toch hare natuur niet toelaat!" En Salome zei: "Zo waarlijk de Heer mijn God leeft... wanneer ik niet steek mijn vinger in haar en haar natuurlijke gesteldheid onderzoek ... zal ik niet geloven dat een maagd gebaard heeft." (19:3) (Net als de ongelovige Thomas moet ook zij eerst zien en voelen voordat ze geloven wil, maar het gaat wel om een ander plekje!) Nauwelijks heeft ze met haar vinger Marla's intacte maagdenvlies gevoeld of ze barst uit in een klaagzang: "Wee over mijn slechtheid en over mijn ongeloof!
Want ik heb de levende God op de proef gesteld. En zie, mijn hand verbrandt en valt van mij af." (20:1) Een engel treedt dan gelukkig toe en herstelt haar hand. Vanaf nu is ook Salome een overtuigd pleitbezorger van de maagdelijke ontvangenis en dito geboorte.
Zo wordt al meteen in dit wonderdadige verhaal een accent gelegd waar het niet hoort, namelijk bij de Maagd in plaats van bij haar Zoon. Het wonder is dan niet Gods genade die een mens - inderdaad een zeer begenadigde - neemt en haar de grote eer schenkt moeder van de Verlosser te worden. Nee, dan worden de omstandigheden van Maria's ontvangenis en haar geboorte het eigenlijke wonder!
Dan wordt de identiteit en de waarachtige maagdelijkheid van de Maagd de inzet van Gods heilrijke ingrijpen in de menselijke geschiedenis! En deze afwijking van het Evangelie wordt al heel vroeg in de Kerkgeschiedenis aangetroffen!
We konstateren dat de schrijver van dit Voorevangelie van de feitelijke aardrijkskundige situatie in het Heilige Land bar slecht op de hoogte lijkt.
Bovendien lijkt er nauwelijks enige kennis van het Joodse milieu aanwezig.
De datum van ontstaan stellen bij het jaar 100 lijkt derhalve rijkelijk vroeg. Dat het verhaal voor het jaar 600 A.D. bekend was, is echter wel een uitgemaakte zaak. Dat blijkt zonneklaar - en daar schuilt een tragedie in - uit de Koran! Niet alleen Christenen kenden die verhalen, dat geldt kennelijk ook voor de islamitische profeet Mohammed. We konstateren de aanwezigheid in 'de Islamitische Godsopenbaring' van elementen die eigenlijk alleen uit deze Apocriefe Evangeliën afkomstig kunnen zijn ... Al kunnen we daarover geen zekerheid verkrijgen, het is waarschijnlijk dat Mohammed, die een echte 'godzoeker' is geweest, de inhoud van het Christelijk geloof (in elk geval) kende uit de inhoud van dit soort Apocriefen! Als dat juist is (en nogmaals, te bewijzen is hij niet) dan hebben de verhalen rond Maria, en alle wonderen die erin worden gemeld, direkte afbreuk gedaan aan het gezag van haar Zoon!
Daarmee horen voor ons die Apocriefen veel van hun folkloristische aspekt te verliezen. Deze buitenbijbelse, vrome verhalen zijn mogelijk een konkrete verhindering geweest voor miljarden van onze medemensen, die zich tot de Islam hebben bekend, om "Gods heerlijkheid te zien in het gelaat van Christus". (2 Kor.4:6) In plaats daarvan hebben de 'Evangeliën' de aandacht van de gelovigen gevraagd voor de lichtglans die zou afstralen· van deze vrouw, de Begenadigde, zijn Moeder. ..
Moslims hebben alle eeuwen door aanstoot genomen aan dit idee van (met permissie) 'seks in de hemel'. Zo hebben ze dit idee van een Heilige Familie - God de Vader, de Moeder Maria en het Kind Jezus - immers altijd verstaan ... Daarom hebben ze door de eeuwen heen zich hevig teweer gesteld tegen elke uitspraak over Jezus als 'de Zoon van God'. Heeft de juiste visie op Maria ook in de hemelse gewesten tot hevige strijd aanleiding gegeven?
Noten
1 Zie J.J.M. Timmers. Christelijke Symboliek en Iconografie. De Haan. 1978. paragraaf 358, p.138.
2 Zie b.v. de Koran, Soera 3:33, waar over de geboorte van Maria wordt gesproken. In Soera 19:22 treffen we een ander gegeven uit de Apocriefe Evangeliën aan. Meer voorbeelden zouden wellicht te noemen zijn.