Boekbespreking

1993-01-15
  • Jaargang 37
  • nummer 2

Zichtbare liefde van Christus·
Het diakonaat in de gemeente - onder redactie van D. Koole en Dr. W. H. Velema - Uitgeverij Kok – Voorhoeve Kampen - 245 pag. - f 39,90.

Dit imponerende boek gaat over onze diakonale roeping. De verschillende facetten daarvan worden door diverse bekwame scribenten belicht. De schrijvers zijn chr. gereformeerd. Alleen C. Huizinga, die ook zijn medewerking verleende, is nederlands gereformeerd.
Drs. W. Steenbergen gaat nader in op de Bijbelse achtergronden.
Hij draagt heel veel materiaal aan als basis van het diakonaat. Als het gaat over de vrouw in het diakenambt is hij uiterst behoedzaam in zijn formuleringen, maar zet via de aanreiking van verschillende gedachten ons wel aan het denken. Het diakonaat, dat zich ten dienste stelt van de mensen, wil gestalte geven aan de dienst aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ze is dienst vanuit Christus, geschiedt in de kracht van de Geest en is gericht op de eer van God, de Vader.
Prof. Dr. B.J. Oosterhoff laat ons zien wat de betekenis is van de woorden liefde, barmhartigheid en gerechtigheid voor de funktionering van het diakonaat. Ze zijn nauw aan elkaar verbonden zowel in het O.T. als in het N.T. en spelen door elkaar heen.
"Barmhartigheid wordt niet slechts gevoeld, maar gedaan". C. Huizinga schrijft over de figuur van de rentmeester.
Het rentmeesterschap in dienst van de Schepper draagt alle kenmerken van het ambt. Zo vertegenwoordigt de mens zijn God als gezondene.
De cultuuropdracht luidde: de hof van Eden te cultiveren en te conserveren.
"Rentmeesterschap begint bij het doopvont en is georiënteerd aan de beloofde nieuwe aarde."
Prof. Dr. W. van 't Spijker geeft een historisch overzlcht.Tn dat kader komen diakonie, diakonaat, diaken en diakones aan de orde. "Getuigenis en dienst waren de twee begrippen, die de uitbreiding van de kerk verklaren."
In het verleden stond de ambtelijke funktie van de bisschop centraal.
Luther, Calvijn en Bucer komen ter sprake. Het priesterschap van de gelovigen wordt hersteld. ,Van 't Spijker schrijft over de positiebepaling van de diakenen in konfessie en kerkorde.
Een interessante bijdrage!
Dan is Drs. J.C.L. Starreveld aan de beurt, die studie:heeft gemaakt van de diakonie in de 19de eeuwen aangeeft hoe door de verdrukking van de armen het zaad van de sekularisatie werd gestrooid. Een opleving van het diakonaat wordt gevonden bij Afgescheidenen en Dolerenden. Het werk van de plaatselijke diakonie in Kampen krijgt aparte aandacht. De meesterlijke zin van Abraham Kuyper wordt geciteerd: "Het Diaconaat mag dus volstrekt niet opgaan in collecteeren en bedeelen van behoeftige personen, maar dient zich allengs te ontwikkelen als het heerlijk orgaan der kerk voor de Christelijke philantropie." Ds. K.T. de Jonge schrijft over het Diakonaat in de 20ste eeuw. De samenleving ontwikkelde zich tot een verzorgingsstaat.
Daardoor ontdekte men, dat nood niet alleen individuele, maar ook strukturele aspekten heeft. De Jonge oriënteert ons uitvoerig omtrent de ontwikkeling van het diakonaat binnen de chr. geref. kerken en belicht het diakonaat in oekumenisch verband. Een tussenbalans wordt opgemaakt door Prof. Dr. W.H. Velema. Die bijdrage geeft een goede en noodzakelijke aanzet voor de bestudering van het vervolg van dit boek. Or. T. Brienen handelt over de diaken en de diakonale gemeente. Wat zijn de Bijbelse instrukties? Welke plaats neemt het gebed in bij het diakonale optreden?
Hoe staat de gemeente er tegenover?
Ziet ze haar eigensoortige taak? Brienen levert ons een goed onderbouwd en aktueel verhaal in een eenvoudige stijl. H.H. van Weil heeft het over het werken als diaken buiten de gemeente.
Hij maakt goede opmerkingen, maar het thema van zijn stuk heeft mij niet erg kunnen boeien.
Dan is daar nog de behandeling van het onderwerp: de diaken en de kerkelijke vergaderingen van de hand van Dr. W. van 't Spijker. Terecht stelt hij, dat de diaken niet beneden de ouderling staat. Op kerkelijke vergaderingen dient de arbeid van het diakonaat op kerkelijke wijze aan de orde te komen.
Dr. W. H. Velema wijst daarna op de diakonale roeping in onderling verband.
Allen dienen in de kerk allen met alles!
"Wat gemeenteleden kunnen doen, behoeft niet door de diakenen gedaan te worden". Volkomen mee eens!
Voorts zijn Evangelieprediking en Diakonaat één. Hier mogen wij wel onderscheiden, maar niet scheiden.
Last but not least heeft D. Koole zijn gedachten betreffende diakonale roeping en de wereldnoden aan het papier toevertrouwd. De nood van de wereld moet ons ter harte gaan en de gemeente moet ook in dat kader tot de nodige offerbereidheid worden gestimuleerd.
Koole weet via een treffende woordkeus een belangrijk onderdeel van het diakonaat in deze tijd te aksentueren.
Slotkonklusie: Alles bij elkaar is deze kapitale uitgave aanbevelenswaardige lektuur en dat niet alleen voor de diakenen.
Wie een zinnig woord wil meespreken over de funktionering van het diakonaat kan om dit lijvige boekwerk niet heen. Wél is het jammer, dat sommige bijdragen elkaar enigszins overlappen. Ook is het te betreuren, dat in de literatuuropgave slechts naar één werk van Prof. C. Veenhof wordt verwezen. Maar dat neemt niets weg van mijn diepe waardering voor dit fijne boek!

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief