Oude banden

1993-08-13
  • Jaargang 37
  • nummer 17
'k had vijftig procent kans. En ik wedde op 't verkeerde paard. Zoals ik wel vaker heb gedaan in mijn leven. Maar als je. niet waagt, win je ook niet, nietwaar? Ik heb 't over mijn eerste kattebak. Over de afsterving van de oude en de opstanding van de nieuwe mens. Of dit in één keer gebeurde, of: langzaam maar zeker? vroeg de dominee. 'In één keer?', gokte ik. Foutje!
Nu denk ik: 'Was het maar waar: in één keer! Mens, je zit er je leven lang aan vast!' Dit was op catechiseerbare leeftijd, 'ná den oorlog'.

Een dominee die ik mij van 'in den oorlog' herinner, woonde aan de andere kant van de plassen. Had 'een verhaal van het water' geschreven. Had zelf dan ook gevaren. Schipperde náást, niet mét God. Wat ik me van hem vooral herinner: zijn enorme stem - 'die vulde het gehele huis waar zij gezeten waren'. De kerk als hij preekte, ons huis als hij op bezoek was. In de preek had hij het eens over de bezetters die met hun grote laarzen door ons huizen stampen. Zulke uitlatingen namen diezelfde bezetters hem niet in dank af. Hij moest voor de Ortskommandant verschijnen.
"Hoed af!", had deze hem toegesnauwd - zo vertelde hij later bij ons thuis. Waarop hij had gereageerd: "Zijn jullie hier op de tiende mei ook met je hoed af binnengekomen?!

Vier concentratiekampen volgden. In 1945hebben de geallieerden hem bevrijd. Een paar maanden later is hij in een ziekenhuis in Duitsland overleden... Aan het eind van zijn boek schrijft de hoofdfiguur: "God is de machtigste. Hij heeft mijn hart gebroken... Om Jezus' wil vergeef ik je al het leed, mij en mijn vrouw aangedaan."
Heer, herinner U de namen van hen, die gestorven zijn...

Aan onze kant van de plassen hadden we de laatste oorlogsjaren een herder die er kippen op nahield. Ze vertoonden enkele gebreken aan lijf en leden, maar haar eieren waren goed van vorm en inhoud - en daar ging het toch maar om. De dames luisterden naar namen als Kukeltje, Kokkeltje, Kakeltje en noem maar op. Ze zaten in de vensterbank als de baas de preek maakte. Was de baas weg, dan mocht ik kipdienaar zijn. Tijdens het voeren zaten ze op je hoofd en schouders.
Ik heb me later wel eens afgevraagd wat het verschil is tussen het kippen voeren dat ik toen deed en het schapen voeren dat ik nu doe. Ik denk dat het er nauwelijks is. Alleen kákelen de kippen en bláten de schapen als je er aankomt ...

In de hongerwinter vierden we Oud en Nieuw samen. Botje werd bij botje gelegd, en misschien was deze uitdrukking nooit zo van toepassing als toen. In elk geval gingen wij het oudejaar al etende uit om het nieuwe al smikkelende te beginnen - om met onze plaatselijke geestelijke te spreken. Het kwetsbare lam dat ikzelf in die tijd was, hoefde bij deze herder trouwens nooit om voedsel te blaten. Hij en zijn vrouw kwamen daar zelf mee, en dit heb ik mijn leven lang niet vergeten.
Bijna een halve eeuw later overhandigde hij mij een door hemzelf geschreven boek. Hoe sterk zijn oude banden over de kloof van tijd en ruimte heen! Dit is de draagwijdte van de opdracht op het schutblad: To Koos Veefkind as a reminder of old ties and a Canadian visit'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief