De God die slaapt?
2007-07-27
Er zijn van die beelden die we niet op God kunnen toepassen. Een daarvan zou toch die van een slapende God moeten zijn. Zegt de Psalmist niet dat God sluimert noch slaapt (121:4)? Dat geeft juist zo'n veilig gevoel. Afgoden slapen, hoonde Elia eeuwen geleden op de berg Karmel. De priesters van Baal deden hun uiterste best antwoord van hem te krijgen; maar het bleef stil. Jullie moeten hem wakker maken, spotte Elia. Zou de Heere God ook in slaap kunnen vallen? In Psalm 44:24 lijkt het erop. Word wakker, Heer, waarom slaapt u? Ontwaak!- Jaargang 51
- nummer 15
Slapen als het erom spant, is geen deugd. Neem Jona, die sliep toen zijn schip bijna verging. Terecht was de bemanning verontwaardigd. Waarom lig jij hier te slapen? Hij zou toch op zijn minst om Gods hulp hebben kunnen bidden. Jona sliep zijn verantwoordelijkheid weg. Schoot Jezus ook niet tekort, toen hij sliep bij vliegende storm? Zijn leerlingen dachten van wel. Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan? Hij zou er toch iets aan kunnen doen? En dan de leerlingen zelf: zij sliepen toen Jezus hun steun nodig had in zijn gebeds-worsteling in Getsemane. Liggen jullie daar nog steeds te slapen?
Het beeld van een slapende God zou oneerbiedig, ja zelfs lasterlijk zijn, als de nood niet zo hoog gestegen was.
De mensen werden dagelijks om hun geloof in God gedood. Er was geen reden om aan straf voor zonde te denken. Waarom doet God dan niets? Dat hoeven we van God toch niet te verwachten? Wat moet er van ons worden, als God blijft slapen en niet meer wakker wordt? Nu weten we van Jezus dat dat gelukkig niet kan. Hij werd onmiddellijk wakker en bestrafte de wind. Ps 44 eindigt met een beroep op Gods trouw, waarop Israel mocht hopen.
Klagen mag. Klagen over God mag ook. Vrijmoedig en hartstochtelijk! Dat kan tot de grens gaan van wat ons past. Word wakker, Heer, waarom slaapt u? Maar klagen doen we tegen God zelf, die omwille van zijn trouw op tijd wakker is.
Dr. Bob Wielenga woont in Zuid-Afrika en is emeritus-predikant van de NGK van Kampen.