Reis door Turkije (3)
1993-08-13
In Pergamum - Jaargang 37
- nummer 17
Als ik aan het oude Pergamum denk, denk ik aan het grote theater uit de tweede eeuw voor Christus. Er zijn 80 rijen en er kunnen 15.000mensen zitten. De helling, waartegen het theater werd gebouwd, is steil en als je van boven naar beneden loopt, moet je meer dan 200 treden (ik meen ongeveer 240, maar ik kan me best wat vergissen) afleggen.
We deden dat natuurlijk, maar toen, nadat we van alles en nog wat bekeken hadden, we tot de ontdekking kwamen, dat we ook weer naar boven moesten klimmen, hebben we even diep gezucht.
Maar we zijn er gekomen. En als je dan weer om je heen kijkt, kom je onder de indruk van wat het antieke Pergamum eens moet zijn geweest. In de tweede eeuw voor Christus was hier een bibliotheek met 200.000 boeken. De banden werden o.a. gemaakt van perkament, te vergelijken met de naam Pergamum. De oude stad ligt bijna 300 m hoger dan de tegenwoordige plaats Bergama. En tussen de resten vind je ook muren van de oude bibliotheek.
Verder zijn er restanten van tempels en scholen. De tempel van Trajanus bv. heeft een oppervlakte van 70 bij 100 meter en de restanten bestaan voor een groot deel uit marmer. De christelijke gemeente heeft het er in de dagen van Johannes niet gemakkelijk gehad. Hij moet immers aan de gemeente schrijven (Openb. 2:12 e.v.), dat de gemeente woont "dáár waar de troon des satans is". In dezelfde brief wordt gesproken over Antipas, die een getuige wordt genoemd. Waarschijnlijk wordt hiermee bedoeld, dat hij in Jeruzalem getuige is geweest van de dood van de Heiland. Vanwege zijn getuigenis is Antipas gedood. Hij is niet de enige geweest. In de derde eeuw na Christus werden enkele christenen in het theater verscheurd, hetgeen veel verontwaardiging bij de bevolking tot gevolg had. Tijdens het bewind van de christenkeizer Constantijn was er in Pergamum een bloeiende gemeente, maar na een paar honderd jaar ging dat snel achteruit, totdat er, als gevolg van vreemde overheersing, weinig of niets van de kerk overbleef. Pergamum was een grote stad met ongeveer 120.000inwoners. Het was een stad, die voorop ging op het gebied van de wetenschap (denk aan de bibliotheek), de bouwkunst (denk aan de soms nog mooie restanten) en de medische ontwikkeling. Dat laatste is een verhaal apart. Eerst nog iets over de bouwkunst. Ver boven de omliggende bebouwing uit staan de restanten van een gebouw van rode baksteen. Dit gebouw werd in het begin van de tweede eeuw op last van keizer Hadrianus gebouwd ter ere van de Egyptische god Serapis. Zelfs nu het gebouw zwaar gehavend is, is het nog indrukwekkend. Later werd het gebouw als christelijke kerk gebruikt en gewijd aan de apostel Johannes. In de achtste eeuw werd het bouwsel door arabieren verwoest. Bij dit rode gebouw is een soort kerkhof. Er zijn ook enkele joodse grafstenen van nog niet zo lang geleden. Ook in deze arabische wereld wonen her en der nog enkele joodse gezinnen. Zoals gezegd deed men in Pergamum heel wat aan de ontwikkelingen op medisch gebied. Er was een uitgebreid medisch centrum, het Asklepion, waar op voor die tijd moderne manieren allerlei therapieën werden toegepast. Het geheel was gewijd aan de god der geneeskunde, Asklepius. Het aesculaapteken op de voorruit van een arts herinnert nog steeds aan deze godheid. In Bergama wijst een groot bord naar de overblijfselen van dit gebouwencomplex. De weg er naar toe was vroeger een heilige weg. Er staan nog stukken van mooie zuilen en restanten van winkels. En als je vroeger bij de ingang van het medisch centrum kwam kon je de woorden lezen: "In naam der goden, de toegang is verboden aan de dood." Na de poort kwam je in de voorhof met een grootte van 110 bij 130meter. De zuilen rond de voorhof waren 125meter hoog. Voor de studenten was ook hier een bibliotheek en de patiënten konden tussen de behandelingen door naar een speciaal theater gaan, waar 4000 mensen konden plaatsnemen.
Door een ondergrondse tunnel van 80 meter kon je lopen naar de tempel van Telesforos. Hier deed de zoon van de god Asklepios uitspraken, die door de priesters werden uitgelegd.
Christus of Asklepius
In zijn nog steeds lezenswaardige boek 'De Openbaring van Johannes en het sociale leven' heeft Dr. K. Schilder er op gewezen, dat de christenen in Pergamum dagelijks geconfronteerd werden met de macht van de afgoderij.
Het teken van de slang herinnerde hen aan de slang in het paradijs. In deze plaats stonden Christus en Asklepius tegenover elkaar. En ook al was het machtige gebouwencomplex ter ere van de god der geneeskunde er nog niet toen Johannes zijn brief schreef, de gelovigen van die dagen hebben met de verering van die god zeker te maken gehad. Maar Johannes prijs hen, omdat ze de Heiland niet hebben verloochend. Wel moet Johannes er op wijzen, dat er afvalligen zijn in de gemeente. En dus is er bekering nodig. Maar voor hen, die het temidden van het heidendom met God willen volhouden, heeft Johannes een troostvol woord: "Wie overwint, hem zal ik geven van het verborgen manna en...een witte steen en...een nieuwe naam..."