Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 1993

1993-08-27
  • Jaargang 37
  • nummer 18
Uitgave van Buijten en Schipperheijn bv.; 224 pag.; f 15,60.

Alweer een tijdje geleden verscheen het 'blauwe boekje'. Het bevat heel wat informatie over de kerken, kommissies, zending, predikanten, allerlei stichtingen en organisaties enz. Onmisbaar wil ik het boekje niet noemen, maar alleen wat deze gegevens betreft al, is het wel uiterst handig. Naast deze gegevens zijn er twee 'in memoriams' opgenomen.
Ds. H. van Ommen herdenkt op een fijne wijze ds. J. Waagmeester en ds. J.A. de Vries staat op een gevoelige, bewogen manier stil bij het leven van ds. H. Kiezebrink. Ook de cijfers ontbreken niet. De NGK zouden aan het begin van dit jaar 29.543 leden hebben (begin '92 was dit 29.622), waarvan 18.898 belijdend lid zijn (was 18.799). Een lichte achteruitgang in aantal, waarbij opvalt dat het aantal belijdende leden stijgt en dus het aantal doopleden daalt. Opmerkelijk is verder hierbij dat voor het eerst sinds jaren het aantal ingekomenen uit de Geref. Kerken aardig groter is dan het aantal dat naar die kerken vertrokken is (+ 31). En nog een opvallend gegeven: er zijn meer leden vertrokken 'naar eigen kerkverband' dan 'uit eigen kerkverband' zijn ingekomen. Hier ligt m.i, een taak voor kerkenraden om elkaar te berichten wanneer een gemeente een nieuw lid verwachten kan, en het niet te laten bij het afgeven van een attestatie. Wat in een kerkelijk jaarboek het meest de aandacht trekt, is het jaaroverzicht. Nadat de laatste 7 jaar ds. K.H. de Groot deze klus voor zijn rekening genomen had, heeft dit jaar drs. H.
Algra de fakkel overgenomen. Voor het eerst sinds het informatieboekje verschijnt is het een niet-theoloog die het jaaroverzicht verzorgt. Wat mij betreft een prima keus! Algra schrijft fris, positief, nuchter en invoelend. Dat laatste komt sterk naar voren in zijn opmerking over de mensen achter de cijfers. Algra typeert het jaar 1992 voor de NGK als een gewoon jaar. Hij zegt daarbij dat dat allerminst betekent dat het een jaar is waarin niets gebeurt. Hij doet dat na te hebben opgemerkt dat de NGK midden in het spanningsveld staan tussen de veranderende cultuur en een kerk met een oude boodschap die gepreekt en overgedragen moet worden. Uiteraard horen we ook wat over de kontakten met de Chr. Geref. Kerken en de Geref. Kerken (vrijg.). Ook reacties op de boeken van de predikanten Van den Brink/Van der Kwast en Moggré, waarin de vrijgemaakten een grote rol spelen, worden genoemd. Nuchter vind ik het wat Algra schrijft over de kontakten met de GK(v): Een al te groot optimisme leidt al snel tot overvraging en vervolgens tot teleurstelling. En: Het wegnemen van het wantrouwen en het naar elkaar zoeken in geestelijk opzicht is al een hele stap. Wanneer de nieuwe redacteur komt te spreken over de plaatselijke gemeenten noemt hij verschillen die er zijn. En hij vervolgt dan als volgt: Er zijn ook verrassende overeenkomsten. Het is een persoonlijke indruk, maar als wekelijkse 'hoorder' meen ik toch te mogen opmerken dat er grote overeenkomsten zijn in de prediking, al verschilt ook daarin de 'vorm' wel. Wat de inhoud betreft vervult het mij met dankbaarheid dat voorgangers proberen om aan de bijbelse boodschap recht te doen, door te putten uit de volle breedte van de wijsheid, die God ons in Zijn Woord geeft.
De manier waarop Algra zijn taak als redacteur heeft waargenomen vervult mij met dankbaarheid!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief