Jeugdwerk in een supermarktcultuur (2)
1993-08-27
In de eerste aflevering van deze serie werd beschreven hoe het verzuilde jeugdwerk een duidelijk opvoedkundige bedoeling had. Zo wilden de Gereformeerde Jongelings- en Meisjesverenigingen jongeren vertrouwd maken met de eigen (= Gereformeerde) waarden en normen.- Jaargang 37
- nummer 18
Weinig gemeenschappelijks
In het 3e hoofdstuk van hun boekje1 gaan Blanken e.a. in op de 'waarden' van de hedendaagse jongere. Hoe besteedt hij zijn tijd, wat vindt hij belangrijk in zijn leven? Opvallend is dat de levensbeschouwing nauwelijks meer een rol lijkt te spelen in de manier waarop jongeren hun leven inrichten en waarderen (26). Of -zou je je nog af kunnen vragen- is de functie van de levensbeschouwing tegenwoordig moeilijker in kaart te brengen? In ieder geval wordt geconstateerd dat jongeren zich steeds minder verbonden voelen met een kerk en met kerkelijke rituelen (bijv. bidden, naar de kerk gaan, bijbellezen). Er is ook geen alternatief: "noch de oosterse, noch de evangelische aanbiedingen op de levensbeschouwelijke markt vullen het ontstane gat" (26). Wat ik me hierbij afvroeg is, in hoeverre men rekening houdt met grote invloed van de -toch wel oosters georiënteerde New Age beweging. "Jongeren knutselen als kleine doe-het-zelvers hun eigen (levensbeschouwelijke) cultuurtje bij elkaar uit de beschikbare resten van de grote 'verhalen' " (Lévi-Strauss). Dit maakt dat groepen mensen weinig gemeenschappelijk hebben. Als de conclusie van Lévi-Strauss waar is en ook opgaat voor de kerken, zou het lid zijn van een bepaald kerkgenootschap dus weinig meer zeggen. In de praktijk vult ieder gemeentelid zijn leven toch weer op zijn eigen wijze in. En: als ieder lid zijn eigen 'culturele rugzak' inpakt, ben je als kerkelijke gemeenschap nauwelijks meer herkenbaar.
..Er is dus weinig gemeenschappelijks meer om over te dragen op een volgende generatie. "Het mag duidelijk zijn dat dit geen eenvoudig klimaat is voor kerkelijke jeugdbewegingen en evangelisatiebewegingen" (28), aldus de auteurs van het boekje.
De ik-gerichte samenleving
Volgens de Amerikaanse historicus Christopher Lasch vindt in onze westerse samenleving een rampzalige ontwikkeling plaats. Het gezin wordt door allerlei factoren ernstig ondermijnd. De auteurs noemen ook auteurs die dit geen ongezonde ontwikkeling vinden. Ze lijken zich echter aan te sluiten bij Lasch (helaas komt de visie van 'gezinsvijandige denkers' door het direct onder hetzelfde kopje volgende commentaar van Lasch op blz. 32 niet goed uit de verf). De auteurs vinden dat door de ontwikkelingen in de samenleving het gezin niet meer de plaats is waar het kind emotioneel kan groeien (in de richting van een harmonieuze volwassenheid). Een hele cultuur wordt op deze manier ziek. De mens trekt zich terug in een vroege ontwikkelingsfase: het narcisme (d.w.z.: het op jezelf gericht zijn). Mensen hebben geen ideaalbeeld, geen gemeenschappelijk doel meer; het zijn net kleine kinderen die de wereld alleen vanuit hun eigen perspectief en genot willen bekijken.
In een andere context wordt dit ook nog eens beschreven: "de persoonlijkheid van de jaren '90 komt pas tot leven als er een camera op hem gericht is" (44). Beschrijft Lasch de ondergang van het gezin, andere auteurs noemen de schadelijke invloed van de media (Postman en Ellui). Ook aan hen wordt in het boekje van Blanken e.a. aandacht besteed. In onze tijd maakt het geschreven woord plaats voor allerlei losse fragmenten2. Het kritisch denken wordt daarmee uitgeschakeld. De belangrijkste regels zijn: snel, afwisselend, niet te moeilijk en vooral: amuserend (37). De 'elektronische kerk' in de U.S.A. is een voorbeeld van deze verwording. De auteur Alan Bioom noemt het onderwijs (en in zekere zin ook de moderne rock-muziek) als 'boosdoeners' in onze samenleving. Het onderwijs is verzand in de introductie van technologische specialismen en van subjectivistische vaagheden (40). De rockmuziek is gericht op directe behoeftebevrediging.
Tenslotte gaat het boekje in op het zgn. Postmodernisme: de tegenpool van het vooruitgangsgeloof. De wereld is niet doelmatig geordend en heeft geen 'Zin' (i.t.t. het gereformeerde denken over de soevereiniteit in eigen kring3 .
Jongeren. geloof en kerk
Het 5e hoofdstuk vat een aantal uitkomsten van onderzoek onder jongeren in relatie tot geloof en kerk samen.
Een aantal van deze onderzoeken werd al eerder in 'Opbouw' besproken. Het boekje richt zich vooral op de evangelische jeugdbeweging. Is het waar dat deze beweging voortdurend groeit? Wees daar maar niet te optimistisch over, stellen de auteurs. De doelstelling om buitenkerkelijken te bereiken wordt nauwelijks gerealiseerd, de groei zit vooral in de leegloop van andere kerken (51). Ook in dit hoofdstuk wordt weer een weinig hoopvol beeld geschetst van de leefwereld van de westerse mens. Geloof lijkt alleen nog zinvol binnen de muren van de kerk, daarbuiten gelden andere normen en waarden. Jongeren vinden het vaak bespottelijk dat de kerk voorschriften handhaaft op terreinen die mensen naar eigen goeddunken wensen in te richten. Met andere woorden: het geloof heeft geen consequenties voor het leven van alledag...4
Pessimistisch
Dit artikel geeft uiteraard lang niet alles weer van wat in het boek wordt geschreven. Wie er meer over wil weten, raad ik aan de publicatie zelf ter hand te nemen. Het zal echter wel duidelijk zijn dat de auteurs een heel pessimistisch beeld schetsen van de westerse samenleving. Het meest opvallend lijkt de machteloosheid van het gezin. Zelfs als de mens beschutting zoekt in de veiligheid van het burgerlijke gezin is het nog de vraag of deze beschutting groeibevorderend is. "Het gezin als vluchtheuvel waar nog iets van veiligheid te vinden is...Bij de televisie...!" (45)5. Er dringt zich het beeld op van wat de apostel Paulus in zijn 2e brief aan Timotheüs schrijft over het op zichzelf gericht zijn van de mensen (meer liefde voor genot dan voor God (2 Tim. 3: 1 tot 5). De vraag is in hoeverre de christelijke kerk er nog in slaagt om (o.a. via het jeugdwerk) andere geluiden te laten horen én te doen over komen bij een volgende generatie. Over die vragen gaan de laatste hoofdstukken van het boekje.
Noten
1 G.J. Blanken (red.): Jeugdwerk in een supermarktcultuur, KokIVoorhoeve, 1993,67 pagina's + literatuurlijst, , 15,90
2 Zie: Vertellen of leren omgaan met teksten? Opbouw 1993/13.
3 Vgl. drs. A. Tol: Vollenhoven en het postmoderne. In: Beweging, juni 1992.
4 In een interview van Reina Wiskerke met Dick en Jeanette Westerkamp-Stegeman wordt als een groot probleem in de Afrikaanse situatie genoemd dat christelijk geloof en dagelijks handelen zo weinig met elkaar verbonden zijn (Nederlands Dagblad, 8 juli 1993). Wanneer we de uitkomsten van de hier genoemde onderzoeken lezen, lijkt het erop dat de westerse cultuur steeds meer op de Afrikaanse cultuur gaat lijken ...
5 Voor wie meer wil lezen over de invloed van de televisie verwijzen we naar 2 publicaties van Andries Knevel: De wereld in huis (Kok/Voorhoeve 1991)en Doe dat ding dan uit (Kok/Voorhoeve 1993).