Je krijgt alleen aandacht als je iets verkeerd doet
1993-09-24
Jelle was 22 jaar. Hij werkte in de verpleging, maar woonde nog steeds bij zijn ouders thuis. Ieder jaar kwamen de ouderlingen trouw op huisbezoek. Zijn ouders bepaalden dan min of meer de loop van het gesprek en zeker de antwoorden die werden gegeven. Meestal zat Jelle er maar zo'n beetje bij, soms was hij ook niet eens thuis geweest. Alleen toen hij belijdenis wilde gaan doen, hadden de predikant en een ouderling afzonderlijk met hem gesproken. Wel had Jelle tijdens de belijdeniscatechisatie een goed contact opgebouwd met de predikant. Ook nadat de predikant was vertrokken naar een andere gemeente, kwam Jelle regelmatig in de kerk, al moest hij door zijn onregelmatige werk in de verpleging nogal eens kerkdiensten missen.- Jaargang 37
- nummer 20
Tussen zijn wijkouderling en Jelle was nauwelijks sprake van een persoonlijke band: ze kenden elkaar eigenlijk helemaal niet. Ze zagen elkaar in de kerk, maar Jelle zou nooit iets tegen zijn wijkouderling zeggen of aan hem vragen. Omgekeerd gebeurde dat ook niet; ze wisten niets van elkaars leven, elkaars interesses.
Ongehuwd samenwonen
Jelle kreeg verkering met een meisje uit een kerk in een andere plaats. Na een jaar besloten ze om te gaan samenwonen. Iedereen deed dat immers? En zijn vriendin woonde al op zichzelf, waarom zou hij niet bij haar intrekken? Ze hadden het vrij snel beslist. In feite stelde hij zijn ouders en kennissen voor een voldongen feit. Natuurlijk kwam het samenwonen op de kerkenraad. Twee ouderlingen erop af, met een stevig vermaan. Dat bezoek hadden Jelle en zijn vriendin als overrompelend ervaren.
Twee werelden
Op een vraag of de bevreemding over dat bezoek niet wat naïef was, antwoordde Jelle het volgende: "Natuurlijk wist ik wel dat het ongehuwd samenwonen door de kerkenraad niet goed werd gevonden. Er hadden stukken over in het kerkblad gestaan. Maar dat was al een paar jaar geleden. En niemand had er verder met mij over gesproken.
Ook geen wonder, want ik was het ook helemaal niet van plan. Ik dacht zelfs dat ik toch nooit zou trouwen, dat was veel meer een probleem voor mij. Maar ik had ook niet gedacht dat de kerkenraad nu nog steeds grote bezwaren had. Overal hoorde je dat jonge mensen gingen samenwonen, dus misschien zou de kerkenraad er ook niet zo'n punt meer van maken. Het verslag in het kerkblad was immers al een paar jaar oud? Er veranderde wel vaker een standpunt en er zaten ondertussen ook weer andere mensen in de kerkenraad. Dat was wel wat naïef, inderdaad, en ik heb er ook over nagedacht hoe ik zo naïef kon zijn. Weet je, in mijn omgeving gaat iedereen samenwonen.
En dan ga je dat normaal vinden. Heus, ik probeer de kerk niet te laten schieten, maar als het erop aan komt ben je in de verpleging zo intensief met je collega’s bezig, dat het contact met mensen in de kerk toch meer op een afstand is. Hoewel ik nog thuis woonde en ze me regelmatig in de kerk zagen, was ik toch van de leefwereld van de kerk vervreemd.
Eigenlijk leefde ik in twee werelden.
Overrompelend
Het bezoek hadden Jelle en zijn vriendin dan ook als overrompelend ervaren. "Ik kom regelmatig in de kerk.
Daar hoor je niets over. Ik help mee met een kinderclub en ik nam een week vrij van mijn werk om bij een jeugdkamp te helpen. Daar hoor je niets over. Jarenlang spreek je niemand van de kerkenraad. Waarom dan nu opeens zoveel aandacht en 'alleen maar over dat samenwonen'? Alsof dat het enige is wat ik doe of denk. Je krijgt dus pas aandacht als je iets verkeerd doet" was de reactie van Jelle.
Persoonlijk contact gemist
Uit een later gesprek bleek dat Jelle ook allesbehalve vond dat 'alles mocht en alles kon'. Hij hoorde niet bij die jongeren die het bespottelijk vinden dat de kerk op allerlei levensterreinen voorschriften handhaaft. Wat hij echter had gemist was het persoonlijke contact. Net of hij er niet echt bij hoorde. Hij noemde als voorbeeld de vroegere huisbezoeken. Er werd wel gevraagd naar het werk van zijn vader, maar dat hij een zware dobber had gehad in de verpleging, dat kwam niet ter sprake.
"In de verpleging voel je je vaak eenzaam en dan heb je vooral behoefte aan steun. Dat heb ik gemist in de kerk en die steun kreeg ik wel van mijn collega’s. Je trekt dan vanzelf meer naar hen toe". Er was in zijn beleving ook nooit iemand die tussendoor eens vroeg hoe het met hem ging. Pas toen het mis ging, kreeg hij opeens bezoek.
Maar toen ging het nog niet over hemzelf. Jelle: "Natuurlijk weet ik dat de ouderlingen het druk hebben, nu we geen dominee hebben. Ik wil ze ook niet verwijten dat ik ze nooit zie. Maar ik heb er wel moeite mee als mensen met een bestraffend vingertje naar me toe komen als ze niet eens eerst hebben geprobeerd iets meer van me te weten te komen. Daarom viel dat bezoek ook helemaal verkeerd bij me. De eerste reactie die bij me opkwam was: bekijken jullie het maar; mij zie je niet meer. De afstand die ik op dat moment voelde tot de mensen uit onze kerk was echt heel groot. Gelukkig heb ik die reactie voor me gehouden. Maar begrijp me goed: ik was niet boos omdat ik vind dat de kerkenraad zich niet met mijn leven mag bemoeien. En ook niet omdat ik vind dat er geen regels horen te zijn in de kerk".