De preek als bediening van de Geest

1993-09-24
  • Jaargang 37
  • nummer 20
Het is de Heilige Geest, die met en door de prediking het heil van Christus bij de mensen brengt. Natuurlijk, een mens verkondigt in mensentaal; maar tegelijk handelt de Heilige Geest bij de verkondiging. In onze menselijke activiteit is God zelf aan het handelen. God is het die door Christus het heil in de wereld stelt en door de Heilige Geest de mens in dat heil doet delen. Het geloof is afkomstig van de Heilige Geest, die dat geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig evangelie (Heidelbergse Catechismus Zondag 25, vraag en antwoord 65). Er is de activiteit van God en er is de instrumentele functie van de menselijke verkondiging. Prediking is de bediening van het Woord van God: het Woord opvangen en doorgeven.
Achter die bediening van Gods Woord, wat de prediking is, staat de Heilige Geest. Die is bezig het heil van God bij ons thuis te brengen, voor ons neer te zetten, ons na aan het hart te leggen. Opdat wij er naar grijpen en er van leven. En bij die bediening wordt de mens actief betrokken. De Geest wil het geloof immers laten werken door middel van de verkondiging van het evangelie. Langs deze weg brengt de Geest het heilzaam Woord van God vlak bij de mens en in de mens.

Nu nog enkele praktische opmerkingen bij de prediking als bediening van het Woord.

a. Zoals de Bijbel het op ons, hoorders, afgestemde verhaal van God is, moet de prediking op de hoorders zijn afgestemd. De prediking behoort naar inhoud, presentatie en taalgebruik verteerbaar te zijn. Daarbij moet iedere predikant zoeken naar een redelijk gemiddelde temidden van de grote variëteit van de luisteraars. Bovendien zal de predikant rekening houden met de situatie, de problemen en de omstandigheden van zijn hoorders.
b. Het gezag van de prediking ligt niet in de prediker, maar in het Woord van God. Niet het ambt van een predikant verleent gezag aan de prediking, maar het Woord van God verleent hem gezag om met gezag te spreken.
c. Het ambt van een predikant is dienstbaar aan het Woord van God.
Door middel van dat Woord regeert God zijn gemeente. De predikant moet dan ook maar een ding willen: het Woord van Christus aan de gemeente brengen.
d. De houding van de gemeente moet er een zijn van luisteren en gehoorzamen, niet zozeer aan de dienaar van het Woord - deze is slechts als knecht van Christus een dienaar van de gemeente - als wel aan het Woord zelf, aan Christus zelf. Ambtsdragers mogen dan ook nooit heerschappij voeren over het geloof, maar zij moeten meewerken aan de blijdschap van het gemeente-zijn.
e. De prediker moet niet denken dat de doorwerking van Gods Woord in de harten en in het concrete leven van de gelovigen alleen van hem afhankelijk is. De Heilige Geest is ook bezig in de gemeente, in de huizen, in de harten. De kinderen in de kerk hebben ouders ontvangen. De volwassenen kunnen ook zelf het Woord van God verwerken en in hun leven toepassen.
f. Een prediker moet goed zijn plaats op de preekstoel weten. De preekstoel is niet de plaats voor commentaar op het nieuws van de dag; niet de plaats om eigen meningen te ventileren; niet de plaats om met behulp van allerlei simplificaties te zeggen, hoe het in ethisch, politiek, militair en maatschappelijk opzicht geregeld moet worden in de wereld en in de eigen samenleving. Dat is een schande voor God, waardeloos voor de gemeente en lachwekkend voor de wereld.
g. Een dienaar van het Woord behoort bij zijn tekst te blijven en vanuit dat Woord - een Woord dat om gelovige aanvaarding vraagt - mee te werken aan de blijdschap van de gemeente. In de uitwerking van de boodschap laat hij zien, dat het leven met en het dienen van de Here goed is en levensrijkdom betekent.
h. De gemeente heeft er recht op dat de prediking verstaanbaar is en betrouwbaar. Zij moet zich onder de prediking veilig weten. Want de prediking is het gezicht van Christus in de gemeente en de presentie van de Heilige Geest onder de gelovigen.

Dit stuk vormt het slot van een artikel over: 'De gereformeerde visie op de prediking' van de hand van Dr. J.J.C. Dee, gepubliceerd in het: 'Hervormd Weekblad'. Deze benadering van de bediening van het Woord door onze Hervormde collega uit Twijzelerheide heeft onze hartelijke instemming. Tóch is er ook iets, dat we missen. Nergens komen wij een opmerking tegen over de vertroostende en vermanende functie van de verkondiging. Het kan zelfs zo zijn, dat de gemeente bestraft moet worden vanwege een concrete zonde, die in haar midden als een virus werkt b.v. een ergerlijke vorm van individualisme, die de gemeenschap der heiligen belaagt. Dan denk ik aan het woord van Paulus aan Timotheüs: "Verkondig het Woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting." (11Tim. 4:2). Er wordt wat van een dominee gevraagd om te volharden in een liefdevol pastoraat tot heiliging van Gods Naam en tot opbouw van de gemeente! Gelukkig geldt het votum aan het begin van elke kerkdienst waarin de hulp van boven wordt verwacht, niet in de laatste plaats voor hem!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief