Niemand haat zijn eigen vlees

1993-10-08
  • Jaargang 37
  • nummer 21
Zou dat tegenwoordig nou meer voorkomen dan vroeger? Ik bedoel dat mensen een uitgesproken hekel hebben aan zichzelf. Iemand die geen vrienden kan maken omdat hij zichzelf haat. Een ander die altijd maar over zich laat lopen omdat ze vindt dat men groot gelijk heeft om haar waardeloos te vinden. Een meisje, dat weigert te eten omdat ze zichzelf iets aan wil doen, en zóveel jongeren die liever dood zouden zijn.

Het kan natuurlijk ook zijn, dat het vroeger evengoed gebeurde, maar dat je er geen erg in had. Van mezelf weet ik in elk geval dat ik zulke dingen eigenlijk niet opmerkte, toen ik net predikant was. En als iemand ronduit tegen me zei: "ik heb zo'n hekel aan mezelf", dan had ik de neiging dat weg te wuiven of weg te verklaren. Soms dacht ik ook nog: "ik weet wel' mensen die meer reden hebben om zichzelf te haten ...". Inmiddels weet ik natuurlijk maar al te goed: je kunt zo'n gevoel niet wegwuiven. Er zijn te veel mensen, die hier diep onder gebukt gaan en die er niet door functioneren in de omgang met anderen. Trouwens: ook in de omgang met God is dit een enorme handicap. Je kunt zo'n schil van schaamte en zelfhaat om je heen hebben, dat zelfs de goede woorden van onze Vader langs je heen glijden. Je zuigt de Bijbelwoorden over onze slechtheid in als een spons, en de woorden over Gods ontferming stuiten af als op een harde kokosnoot.

Jezelf liefhebben
Toen ik hier in de gemeente nadrukkelijk mee in aanraking kwam, ben ik er in een preek over het grote gebod eens op in gegaan. Het tweede deel van dat gebod luidt immers: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" en betekent dat niet dat God ook van ons vraagt om onszelf lief te hebben? Ik kreeg daar toen kritiek op van iemand en die broeder had wel gelijk: het staat er niet met zoveel woorden als een gebod. We komen met een gebod misschien ook niet zoveel verder want dan heb je dubbel het gevoel dat je faalt. God wil dat ik mezelf liefheb, maar ik háát mezelf ...
Toch is het duidelijk, dat het gebod "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" er wel van uitgaat, dat je ook jezelf liefhebt, anders heeft de vergelijking toch geen enkele zin? Ik denk ook aan het woord van Paulus in Efeze 5:29: "want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente".
Dan gaat Paulus er toch vanuit, dat iedereen voor zichzelf in elk geval goed zal zorgen. En als je dan anorexia hebt? En als je jezelf dan wel iets aan zou kunnen doen? Het is waar: een gebod om jezelf lief te hebben staat er niet. Maar mag ik het eens, heel eenvoudig; zo zeggen: God houdt zoveel van ons, mensen, dat Hij het zich gewoon niet kan v66rstellen dat wij een hekel hebben aan onszelf. Hij heeft zoveel liefdevolle zorg aan ieder van ons besteed, dat Hij er zonder meer van uitgaat, dat wij die zorg ook aan onszelf besteden. En toch, de werkelijkheid van vandaag is voor velen zo anders ...
Het gekke is: zo op het oog zitten mensen met schuldgevoel en minderwaardigheidsgevoel precies op de goede lijn voor het evangelie. Jezus zegt immers, dat Hij niet gekomen is voor de rechtvaardigen maar voor de zondaars.
Zou schuldgevoel dan niet een enorme openheid voor het evangelie betekenen? En zijn mensen met een minderwaardigheidsgevoel niet bij uitstek geschikt om te leven naar het woord van Paulus? Hij vermaant ons, te leven "zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder (lette) ook op dat van anderen." Jezelf minderwaardig voelen lijkt naadloos aan te sluiten bij de ander uitnemender achten!

Jezelf een nul vinden
En toch gaat dit in de praktijk totaal niet op. Ik heb een jongen gekend, die helemaal vastliep in zijn minderwaardigheidsgevoelens en die zei: het staat er toch, dat je de minste moet zijn en jezelf moet opofferen? Ik heb toen geprobeerd duidelijk te maken dat 'jezelf niks vinden' echt iets anders is dan christelijke opoffering. Als je jezelf een nul vindt en je gaat dan jezelf voor die andere opofferen, dan offer je erg weinig! En als je de ander uitnemender acht vergeleken bij een nul, dan is dat niet zo eervol... Het is goed om met deze gevoelens in gedachten allerlei kerkelijke taal eens opnieuw te horen. Veel kerkelijke termen komen immers totaal verkeerd over bij iemand die het uitgangspunt voor het grote gebod niet kent. Ik denk aan de zinsnede in het Avondmaalsformulier dat ieder zich beproeve of hij zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt. De bedoeling is, dat we een eerlijke hekel zullen hebben aan onze eigen zonden, maar komt het ook zo over bij iemand die zichzelf nog niet als een kostbaar schepsel van God heeft leren kennen? Bij de vragen voor Openbare Geloofsbelijdenis kwamen de woorden voor "dat u wegens uw zonden een afkeer hebt van uzelf". Jaren geleden kozen we in Rijswijk voor heel dat formulier een eigentijdse tekst, waarin op dit punt staat "dat je een afkeer hebt van je boze aard en alle zonden in je leven" en ik ben erg blij met die verandering. Het punt waar het om gaat is natuurlijk, om het met een oude uitdrukking te zeggen, dat God de zondaar liefheeft, maar de zonde haat. En zo zou, ideaal gesproken, een mens ook naar zichzelf moeten kijken. Hij zou zichzelf moeten aanvaarden zoals hij is, en tegelijk zo'n hekel aan z'n zonden hebben, dat hij ertegen blijft strijden.
Voor de meeste mensen is het probleem, dat ze te weinig een afkeer van hun zonden hebben. Maar er zijn ook steeds meer mensen, die geblokkeerd worden door haat en minachting voor zichzelf, en dat is precies even mis! Ik weet nog steeds niet of dat een nieuw verschijnsel is. Ik kan me wel voorstellen, dat het in onze tijd waarin we zoveel conflicterende eisen op ons af zien komen, meer voorkomt. Een moeder die alleen moeder is, heeft het gevoel tekort te schieten omdat je ook maatschappelijk iets moet betekenen. Een vader, die alleen alleenverdiener is, heeft het gevoel tekort te schieten omdat hij ook moederlijke taken moet verrichten. Een burger van Nederland heeft het gevoel, dat we niks aan Bosnlê doen. En er zijn nog veel meer eisen. Ben ik niet waardeloos als ik hier niet aan voldoe?

Een ànder antwoord?
Van verschillende kanten, vooral op de Amerikaanse markt, verschijnen studies naar een Bijbels antwoord op deze vragen. Het gaat dan over de moeite, dat het evangelie van genade voor zondaren bij sommigen precies verkeerd overkomt. Wanneer je tegen hen zou zeggen: "je bent een zondaar en je kunt zelf niks, maar Christus heeft voor je betaald", dan gaat dat langs ze heen. Want dat "niks kunnen", dat vonden ze zelf ook al, maar ze gaan er een verkeerde kant mee uit.
Ik geloof er niets van, zoals wel bepleit wordt, dat we daarom voor mensen van nu een ànder antwoord nodig hebben dan Christus' offer, omdat zonden het grootste probleem niet zijn voor de mensen. Maar ik geloof wel, dat we veel meer moeten leren de hele breedte van het werk van Christus door te geven. Het is niet alleen juridisch, in de betaling voor onze zonden. Christus' offer is immers bovenal een uiting van de oneindige liefde van God, waarmee Hij ons, mensen, onvoorwaardelijk liefheeft. Het evangelie is dus niet dat wij maar niks zijn; het is juist, dat God ons zoveel waard vindt, dat Hij ons niet verloren wil laten gaan. Toen ik de concordantie raadpleegde op het onderwerp "een afkeer hebben van jezelf", kwam ik als eerste tekst Leviticus 26: 11-13 tegen: "Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn. Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan." Wat een prachtige tekst over Gods 'ja' tegen ons vinden we hier! God wil bij ons wonen, Hij aanvaardt ons en schenkt bevrijding om rechtop te gaan. De taal van het verbond klinkt erin door en die taal is juist voor ons zo rijk. Het verbond is immers, dat God ons aangenomen heeft vóórdat we zelf iets konden presteren. Abraham was in een diepe bewusteloosheid toen God het verbond met hem sloot. En tegelijk betekent het verbond, dat God ons een echte verantwoordelijkheid heeft gegeven.
We zijn niet 'niks' voor Hem, maar we zijn partners in het verbond dat Hij sloot en Hij wil bij ons wonen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief