Geloven als een kind

1993-10-08
  • Jaargang 37
  • nummer 21
Kunt u zich nog herinneren hoe u vroeger geloofde als kind? Veel mensen hebben levendige herinneringen aan hun jeugd, ze kunnen allerlei specifieke gebeurtenissen beschrijven. Zeker als die jeugd in een bepaalde tijd was, bv. de oorlogsjaren. De ene mens zal zijn jeugd intensiever beleven dan de andere maar herinneringen zijn er altijd. De geloofsherinneringen nemen daarbij een aparte plaats in. Het grappige is dat de dingen die blijvende indruk op een kind maken vaak niet in de herinneringen van de ouders voorkomen. Mijn vader vroeg mij eens wat ik nog wist van de dominees ten tijde van mijn jeugd. Er waren toen ds.
Lindeboom, ds. Bouwsma, ds. Mulder en ds. Visée, allemaal te Kampen. Het enige wat ik nog wist was dat ik er een hekel aan had als ds. Visée preekte want die man had zo'n vreselijke stem, ik werd er zo moe van om naar hem te luisteren. Later kreeg ik hem op catechisatie en ontstond er een andere mening. Hij was altijd vriendelijk en werd vrijwel nooit boos. De enkele keer dat hij uit zijn slof schoot was het ook menens.
Wat mij heel erg is bijgebleven ls het langzaam groeien van het besef dat God in mijn leven ook bestond. Daardoor ben ik er ook van overtuigd geraakt dat je als ouders je kind van alles mee kunt geven over het geloof maar het geloven zelf, dat blijft een mysterie. Als kind van een jaar of acht, negen heb ik een tijd gehad dat ik ontzettend leed onder nachtmerries, bijna elke nacht. Het ging om twee dromen, één met vuur (een garagebedrijf waar ik dagelijks langs kwam ging in vlammen op) en één met water (er werden in die tijd nieuwe bruggen over de Burgel in Kampen gebouwd en ik ging altijd in ijltempo op zo'n brug af om te ontdekken dat hij er niet was en dan suisde ik vervolgeris naar beneden om wakker te worden vlak voor ik het water raakte). Nat bezweet werd ik wakker en kon soms niet meer slapen uit angst dat ik weer ging dromen. Ik begon vurig tot God te bidden want, zo redeneerde ik, die snapte vast wel hoe erg ik het vond en niemand anders was verder in staat mij van die nachtmerries af te helpen.
Tot mijn verbazing en vreugde nam eerst de frequentie af en verdwenen de dromen na een tijdje geheel.
Ik heb wel twee jaar doorgebeden terwijl ik niet meer droomde omdat ik bang bleef dat ze terug zouden komen.
Toen groeide in mij het vertrouwen dat God werkelijk hielp als het nodig was en dat Hij daarom ook echt moest bestaan, Hij werd even reëel voor mij als mijn familie. In mijn puberteit heb ik heus wel twijfels gehad en alles verliep niet vlekkeloos maar diep daaronder verstopt bleef altijd de overtuiging dat wat ik zelf ook deed God ergens op mij bleef wachten tot ik opnieuw bij Hem uit zou komen. En zo is het ook gegaan. Geloven als een kind is heel bijzonder, Jezus heeft hen niet voor niets gezegend.
In drie evangeliën wordt deze situatie beschreven. In Marcus wordt zelfs verteld dat Jezus boos werd op zijn discipelen en dat hij de kinderen omarmde. Als ik mijn eigen vier ondeugden voor mij zie weet ik dat er heus niet altijd reden is om kinderen te omarmen. Jezus deed dat ook niet omdat ze zo veel liever waren dan de volwassenen maar omdat Hij bij hen de volkomen openheid en onbevangenheid zag naar Hem toe. Ik voelde mij als kind vaak niet goed genoeg voor Jezus want ik wist best wat er allemaal voor verkeerds in mij school. Ik denk dat kinderen zich van hun tekortkomingen heel goed bewust zijn. Als wij het verhaal van Jezus die de kinderen zegent in de Anne de Vries bijbel lazen dacht ik wel eens bij mijzelf: als ik daar bij had gestaan had Hij mij vast niet gezegend.. Wat merkwaardig dat ik nu als volwassene pas besef hoe zuiver ik toen in feite reageerde en hoe juist dát was, wat Jezus bedoelde toen Hij zei dat we het Koninkrijk der hemelen pas in kunnen gaan als we geloven als een kind.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief