Worsteling om Israël (2)

1993-10-22
  • Jaargang 37
  • nummer 22
"Doch toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met nijd, en spraken, lasterende, tegen hetgeen door Paulus gezegd werd" (Handelingen 13:45).

De vorige keer ging het over de plaats van Israël in de gelijkenissen van de Here Jezus, ditmaal wil ik het met u hebben over de rol van de Joden in het boek Handelingen; meer speciaal in het tweede deel van Handelingen, in de beschrijving van de zendingsreizen van Paulus.

Eerste fase: Jeruzalem
Er zijn om zo te zeggen twee fasen in de botsing van kerk en synagoge. De eerste fase speelt zich nog af binnen Jeruzalem - in 't begin komen de Christenen zelfs nog bij elkaar in de gebouwen van de tempel; het kan dan als het ware nog beide kanten op: kerk en synagoge kunnen botsen, maar ze kunnen ook nog zover komen dat binnen het Jodendom een plaats wordt ingeruimd voor deze nieuwe richting; de kerk als onderafdeling van de synagoge; in deze eerste fase is.dat nog niet beslist - maar dan komt de tweede fase, van de vervolging; nu worden de dingen duidelijk - althans: van de kant van de Joden: er is geen plaats voor mensen die hun heil verwachten van Jezus van Nazaret. Bekeer je, of sterf!
En zo, op de vlucht voor de vervolging, begint het Evangelie zijn loop over deze wereld; vanuit Jeruzalem op weg naar de einden der aarde. Dat moeten we goed zien: door de vijandschap van de Joden wordt het Evangelie verkondigd over heel de wereld!

Tweede fase: de wereld in
Ja, wat de synagoge betreft is het nu wel duidelijk: weg met de kerk, weg met de Christenen. Maar nu is dit het opvallende, dat de kerk deze keus van de Joden in feite weigert over te nemen. De gemeente van Christus zegt niet: "Zij hebben ons afgeschreven, nu schrijven wij hen ook af" - integendeel; als je verder leest hoe het gaat op de zendingsreizen, dan moet je van één ding diep onder de indruk komen: hoezeer God met Zijn Evangelie telkens weer probeert om het hart van Israël te winnen.
Wat gebeurt er immers strijk en zet, door alle zendingsreizen heen? Of dat nu met Barnabas is, of met Silas, of met wie dan ook: je ziet telkens hetzelfde gebeuren: als Paulus ergens in een nieuwe plaats komt, dan gaat hij steevast eerst naar de synagoge in die plaats; of als er geen synagoge is, naar de plaats waar hij vermoedt dat de Joden dan bij elkaar komen. Dat is altijd het eerste punt op de zendingsagenda van Paulus.

Naar de synagoge
En dan zet ik weer een aantal bijbelteksten op een rij: * In hoofdstuk 13 begint de eerste zendingsreis; in vers 3 staat dat Paulus en Barnabas worden uitgezonden, in vers 4 dat ze naar Cyprus gaan, en in vers 5: Zij verkondigden het Woord van God in de synagogen der Joden.
* Hetzelfde hoofdstuk, vers 14: Zij gingen van Perge, en kwamen te Antiochië (in Klein Azië), en op de sabbatdag in de synagoge gegaan zijndeen dan komt daar die lange geschiedenis achteraan van Paulus' preek en van de reactie daarop van de Joden.
* Hoofdstuk 14 vers 1: En het geschiedde evenzo te Ikonium dat zij in de synagoge der Joden gingen ..
* Dan de tweede zendingsreis, met Silas. En dan komt Paulus, in hoofdstuk 16 vers 12, in Filippi. In die puur Romeinse stad is blijkbaar geen synagoge, maar, staat er, in vers 13: Op de sabbatdag gingen wij de poort uit, (naar buiten de stad dus) en we liepen de rivier langs, in de verwachting dat we daar wel ergens een Joodse gebedsplaats zouden vinden. Geen synagoge - maar ook in Filippi gaat Paulus wel eerst op zoek naar de Joden.
* Hoofdstuk 17 vers 1 en 2: In Tessalonica is een synagoge der Joden. En Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen.
* 17 vers 10: Paulus en Silas worden naar Berea gestuurd, en als ze daar aangekomen zijn - u voelt het al aankomen - dan gaan ze naar de synagoge der Joden. Want zo deden ze het immers altijd, waar ze ook kwamen.
Verderop in Handellnqen kom je 't nog een keer of vier tegen, maar 't is nu wel voldoende duidelijk: telkens kom je in dit bijbelboek' hetzelfde tegen: de eerste plek waar Paulus heengaat is de synagoge.

Afwijzing van het Evangelie
Intussen merk je ook telkens weer dat de synagoge niet de plaats is waar het Evangelie royaal gehoor vindt. Integendeel.
Er worden gaandeweg deze hoofdstukken heel wat dingen gezegd over de Joden, die bepaald niet positief zijn.
En ook die wil ik weer op een rij zetten, net als daarnet.
* Het eerste van die negatieve woorden (als ik Elymas, de Joodse (!) tovenaar op Cyprus even niet meereken) ziet u boven dit artikel staan; het is de reaktie van de Joden in Antiochië, als ze de volgende sabbat zien wat voor een massa minderwaardig volk op de verkondiging van het Evangelie afkomt, Handelingen 13:45:Toen de Joden de scharen zagen, al die mensen die nog nooit in de synagoge geweest waren, die nooit één vinger hadden uitgestoken om het zware juk van de wet van God te dragen zoals zij dat hun leven lang hadden gedaan toen ze dát zagen, werden ze vervuld met nijd, en ze spraken, lasterende, tegen het kostelijke Evangelie van de Here Jezus.
* Even verderop, vers 50: Maar de Joden stookten de aanzienlijke vrouwen en de voornaamsten der stad op, en zij verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas.
* Hetzelfde in 14:2: dan zijn ze inmiddels in Ikonium, maar daar gaat het precies net zo als in Antiochië: De Joden, die hun geen gehoor gaven, prikkelden en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders, tegen Paulus en Barnabas.
* Van Ikonium gaan ze naar Lystra.
Daar is blijkbaar geen synagoge - er zullen wel te weinig Joden hebben gewoond - maar ook in Lystra gaat het mis op ditzelfde punt; want er komen (vers 19) Joden uit Antiochië en Ikonium, en die praten op de mensen in, en dan wordt Paulus daar zelfs gestenigd.
* De tweede zendingsreis; Filippi, hoofdstuk 16: geen synagoge - en ook geen woord over tegenwerking van de kant van de Joden.
* Wel weer in Tessalonica, 17:5: "Maar de Joden werden afgunstig, veroorzaakten een oploop, en brachten de stad in rep en roer".
* De Joden in Berea vormen de enige uitzondering op de regel; 17:11,12: zij namen het woord met alle bereidwilligheid aan; en velen van hen kwamen tot geloof.
Maar dat is nog maar amper verteld, of daar komen alweer Joden uit het nabij gelegen Tessalonica, vers 13, om ook in Berea de mensen tegen Paulus en Silas op te zetten.
• En het laatste wat ik in deze opsomming wil noemen, dat is een soort eindbalans die Paulus opmaakt van zijn zendingsreizen - u vindt het in hoofdstuk 20 vers 19. Paulus is op reis naar Jeruzalem, en in Milete neemt hij afscheid van de kerkenraad van Efeze (vers 17 en 18). En dan zegt hij: "Jullie weten hoe ik in jullie midden heb verkeerd; en hoe ik de Here heb gediend met alle ootmoed (en dan komt het:) onder tranen en beproevingen, die mij overkwamen door de aanslagen der Joden".
Paulus kijkt terug op de zendingsreizen; en wat valt er dan te melden over de Joden? Blijkbaar niet meer dan dat Paulus veel verdriet van ze heeft ondervonden, en dat ze aan alle kanten geprobeerd hebben het Evangelie tegen te werken.

Racistisch?
Als wij zulke dingen horen - en dan ga ik er maar even van uit dat het u ongeveer net zo gaat als mij - dan schrikken wij daarvan. 0, pas toch op; zeg niet zulke akelige dingen over de Joden; voor je 't weet zit je in racistisch en antisemitisch vaarwater. Wij leven inderdaad vandaag in een tijd die scherpe oren en ogen heeft voor alles wat antisemitisch is. We hebben in onze eeuw ook teveel ellende meegemaakt van het antisemitisme om daar ook nog maar één goed woord voor over te hebben, of zelfs maar een verontschuldigend woord. Voor antisemitisme bestaat domweg geen excuus.
Maar wat moet je dan aan met zulke dingen uit Handelingen? Is het verantwoord om telkens zo negatief te praten over de Joden? Ja, misschien is 't op zich nog niet eens onwaar wat er staat, maar is dat dan het enige? Valt er niet meer te zeggen? Alleen dat de Joden het Evangelie lasteren, en dat ze oproer teweeg brengen, en dat ze ongelovig zijn? Moet je niet ook het positieve van het Joodse geloof naar voren brengen? Moet je niet veel meer respect hebben voor de overtuiging van de ander? Goed, zij geloven niet in Jezus - nou en? Mogen ze misschien? Dat is toch hun keus? Hun verantwoordelijkheid?
En daar heb jij, als Christen, toch vanaf te blijven? Ja, is het zelfs, als je er goed over nadenkt, misschien niet inderdaad waar, wat wel eens wordt gezegd, dat de wortels van het antisemitisme al in de bijbel te vinden zijn? 't Is van dit soort beschrijvingen in Handelingen toch maar een klein stapje meer naar de vervolging van de Joden? Daar zit toch maar een heel dun wandje tussen?

Geestelijk
Hier ligt inderdaad een probleem voor de kerk van de Here Jezus; en er is op dit punt in de loop van de eeuwen ook heel wat misgegaan. Wij, ook wij als Christenen, zijn vaak van die onevenwichtige mensen; we glijden zomaar uit naar de ene of naar de andere kant. Want ja: er is een tegenstelling tussen kerk en synagoge; er is een antithese, een botsing, tussen Jodendom en Christendom. Maar - en hier komt alles op aan! - de tegenstelling tussen beide is puur geestelijk!

Twee wegen?
Je kunt uitglijden, zei ik, naar twee kanten; 't is als een weg met aan beide kanten een sloot; en als je niet oppast kom je in één van die twee sloten terecht. Waar de tegenstelling tussen kerk en synagoge helemaal niet meer beleefd wordt - en dat kom je vandaag tegen, bijvoorbeeld in de zogenaamde tweewegen-leer: Israël heeft een eigen weg tot God, en Christenen hebben een eigen weg tot God, en laten wij de Joden vooral niet lastig vallen met Jezus, want die hebben zij niet nodigwaar z6 gedacht wordt, waar de tegenstelling, de antithese verdwenen is, daar heb je in feite heel het Nieuwe Testament tegen je, maar daar heb je zeker het boek Handelingen tegen je. Want telkens en telkens weer gaat Paulus naar de synagoge om het in de allereerste plaats aan de Joden te vertellen, dat Jezus de Messias is niet alleen voor heidenen, maar ook eerst- voor Joden. Nee, werk de tegenstelling tussen kerk en synagoge niet onder de tafel - ook al heb je daar, in het licht van wat er met name in deze eeuw allemaal gebeurd is, misschien best een heleboel reden voor.

Antisemitisme?
Maar pas op: nu ook niet naar de andere kant uitglijden, en-in die andere sloot terechtkomen. Want waar die tegenstelling tussen kerk en synagoge wél erkend wordt, maar niet als een geestelijke tegenstelling wordt beleefd, daar staat de poort wagenwijd open voor het antisemitisme. Daar wordt de Jood een vreemd iemand, puur en alleen vanwege z'n ras, omdat hij Jood is. Daar wordt niet meer de diepe verbondenheid ervaren met het Joodse volk; die verbondenheid die Paulus ertoe dreef om juist aan Israël het Evangelie van Messias Jezus te verkondigen: "Mannen broeders, zonen van het geslacht van Abraham: tot u is deze heilsboodschap gezonden!" (Handelingen 13:26,38) Er is een diepe tegenstelling tussen Jood en Christen, tussen kerk en synagoge. Maar laten we er heel goed om denken dat die tegenstelling niets met een ras te maken heeft, niets met bloed en bodem en dat soort dingen, maar dat die tegenstelling puur geestelijk is.
Wie is Jezus? Is Hij de Messias, of is Hij dat niet? Dat is de grote vraag, tussen Jood en Christen; en om die vraag moet het gaan; elke andere vraag is uiteindelijk niet meer dan bijzaak.

Blijvend appel
Het is niet toevallig, dat het boek Handelingen in hoofdstuk 28 eindigt met nog eenmaal een gesprek tussen Paulus en de Joden. Het Evangelie is aangekomen in het hart van het Romeinse wereldrijk_ De beweging die begonnen was met dat woord van Jezus in hoofdstuk 1 - "Gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem, en in Judea en Samaria, en tot het uiterste der aarde" - die beweging is in hoofdstuk 28 in wezen tot zijn doel gekomen: in ongelooflijk korte tijd is het Evangelie terechtgekomen in het middelpunt van heel de wereld. Van Rome uit liggen de einden der aarde open. Vergeet nu de Joden maar? Richt je nu maar met alle energie op de heidenen? Want daar valt veel meer te bereiken? Nee. Het eerste wat Paulus doet, als hij net in Rome is, dat is: de Joodse leiders bij elkaar roepen (vers 17). En wat doet hij dan? Vers 23: hij stelt hen het Koninkrijk Gods voor, "pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus". Daar gaat het om: om Hem, Jezus Christus, de Messias.
Mensen, ook Joodse mensen: geloof in Hem! Antisemitisme? Nee. Maar wel de boodschap, voor ieder mens, Jood en heiden, dat deze Jezus is de Weg, de Waarheid, en het Leven; en niemand, niemand komt tot de Vader dan door Hem.
Er loopt geen weg voorbij aan Jezus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief