Overheid en kerkelijke huwelijksbevestiging (2)

1993-10-22
  • Jaargang 37
  • nummer 22
Niet-huwelijkse samenlevingsvormen
Toen het voornemen het verbod af te schaffen omdat het "niet meer van deze tijd" zou zijn werd afgekondigd kwam ook de opkomst en de evt. regeling van niet-huwelijkse samenlevingsvormen ter sprake. Het een staat ook niet los van het ander. Dat verband werd ook door de genoemde commissie onderkend. Natuurlijk zou de opheffing van het verbod geen dirécte juridische gevolgen hebben voor niet-huwelijkse samenlevingsvormen. Dat niet. Maar indirect toch wel. Namelijk in die zin, dat het denkbaar zou zijn, aldus de commissie, "dat de wetswijziging (de afschaffing van het verbod. J.J.O.) een ontwikkeling in gang zet waarbij een stijgend aantal ongehuwd samenwonenden een kerkelijke huwelijksplechtigheid zal doen plaats vinden zonder een burgerlijk huwelijk te sluiten". (Dat moeten die kerken dan wel willen natuurlijk). De vraag of het gewenst zou zijn het verbod af te schaffen zou, aldus de commissie, ook bij de besluitvorming over eventuele regelgeving op het gebied van niet-huwelijkse samenlevingsvormen moeten worden betrokken.

Registratie bij samenwonen
Wat dat laatste betreft voltrekt zich geleidelijk aan nog een andere verschuiving in opvattingen. De commissie Kortman, zo schreef ik vorig jaar kwam met het voorstel tot invoering van de registratie van twéé nieûwe 'leefvormen', een 'zware' en een 'lichte'. Naast de reeds bestaande voorschriften omtrent het huwelijk. Het burgerrechtelijk huwelijk zou dus blijven bestaan maar worden aangevuld met twee nieuwe mogelijkheden. Een 'zware registratie', die eveneens zou moeten worden voltrokken door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Die vorm zou dan kunnen worden gekozen door hen die "niet willen of kunnen" huwen, maar wel - publiekelijk - tot uitdrukking willen brengen een duurzame verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar op zich te willen nemen. Daarnaast een 'lichte registratie', vooral bedoeld om misbruik van een groot aantal regelingen met financiële gevolgen te voorkomen. Het kabinet heeft inmiddels laten weten in principe toch te willen kiezen voor een enigszins andere opzet. Anders in tweeërlei opzicht. Het wil vooralsnog afzien van het invoeren van die lichte registratie. De nadelen bleken al te groot. Een echte bijdrage aan o.a. de fraudebestrijding was er toch niet van te verwachten. De zaak lag ook te ingewikkeld. Onderzoek had uitgewezen, dat enkele duizenden bepalingen in de wetgeving dan nader op hun merites zouden moeten worden bezien en evt. gewijzigd. Van meer principieel belang is de tweede wijziging. Aanvankelijk koos men voor een opzet, waarin er - in veel gevallen - zou kunnen worden gekózen. Tussen het huwelijk en die zware registratie. Thans is het kabinet van mening, dat die zware registratie alleen open moet staan voor hen, die niet kunnen trouwen. Voor wie er een zogenaamde huwelijksbeletselen bestaan. Concreet: Die zware registratie zou dan open kunnen staan voor bij voorbeeld broer en zus of vader en dochter of voor een stel homo's of lesbiënnes. Huwelijk en 'zware registratie' zouden elkaar, indien dit nieuwe voornemen tot wet zou worden verheven, uitsluiten. De rechtsgevolgen zouden overigens wel in beide gevallen 'in grote lijnen'.gelijk zijn al zouden er wel enkele uitzonderingen blijven. Gehandhaafd wordt het familierechtelijke uitgangspunt, dat de ouder van een kind de moeder of de vader is van wie het afstamt. Bij die zware registratie zouden de consequenties daarvan dan in bepaalde gevallen kunnen worden 'opgelost', zo meent het kabinet, door voor de partner dan een vorm van 'medegezag' in het leven te roepen in gevallen dat de ander alléén met het gezag over dat kind belast is.

Consequenties voor onze kerken
Wat zou een en ander nu voor consequenties kunnen/moeten hebben voor onze kerken? De kerken en de overheid zullen het huwelijk, zo schreef ik vorig jaar, vanuit een sterk verschillende invalshoek (kunnen) bekijken.
Beiden hebben hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen taak. Niet dat de Schrift niet voor beiden zou gelden.
Maar ze hebben wel een. in menig opzicht geheel verschillende taak. Als er voor de overheid geen huwelijksbeletselen zijn en de ambtenaar van de burgerlijke stand tot huwelijkssluiting kan overgaan, wil dat nog niet zeggen, dat de kerk tot huwelijksbevestiging kan en moet overgaan. Die door de kerken op grond van de bijbel te markeren normen zullen bepaald niet lichter en in feite ook veel fundamenteler zijn dan die van de overheid. Die huwelijksbevestiging is er in ieder geval niet voor de 'show', om het geheel een meer 'stijlvol gebeuren' te doen zijn. Vanwege de 'dominee in toga' en het 'leuke intieme kerkje'. Of omdat je er dan veel leukere trouwfoto's bij krijgt. De verandering in standpunt van het kabinet t.a.v. de 'zware registratie' maakt m.i. in ieder geval wel duidelijk, dat de discussie, of je ook in dát geval tot huwelijksbevestiging zou moeten (kunnen) besluiten, m.i. dan achterhaald zou zijn. Bij een evt. zware registratie voor hen die niet kûnnen trouwen is er in ieder geval geen sprake van een huwelijk of van iets dat onder een enigszins gewijzigde naam daar toch mee zou moeten worden gelijkgesteld.
Da is een wijziging in standpunt van het kabinet, die alleen maar meer helderheid schept. Laten we hopen, dat als een wetsontwerp over de registratie van dergelijke 'leefvormen' wordt ingediend, de Tweede Kamer door middel van het recht van amendement niet verder op de huwelijksbedervende toer gaat. De voornemens van sommige politieke partijen, waaronder het CDA, stemmen overigens niet erg hoopvol.
Wat het strafrechtelijk verbod betreft, is, zo meldde ik al, inmiddels duidelijk dat de minister zijn aanvankelijke plan om dat af te schaffen heeft laten varen. M.i. kunnen we daar dankbaar voor zijn. Niet alleen vanwege de argumenten, aangedragen in het advies van de bovengenoemde Permanente Commissie, maar ook omdat in een door individualisme gekenmerkt tijdperk de waarde en de uniekheid van het huwelijk om het zacht te zeggen wel enige onderstreping kan gebruiken.
Die argumenten leren ons ook om als kerken zeer voorzichtig te zijn in gevallen waarin in plaats van het huwelijk voor een andere 'leefvorm' wordt gekozen. Zelfs de overheid stuit bij 'plannen om enige orde te scheppen op het terrein van die "andere leefvormen" op steeds meer problemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief