Impressies uit Benidorm (8)
1993-01-29
De vorige impressie ging over de levenskunst, die oude tot zeer oude mensen hier aan de dag leggen. Je zou kunnen zeggen, dat het een pleidooi was om zo lang mogelijk initiatieven te blijven nemen en zelfstandig te blijven functioneren. Ik denk dat het zeker zo is, maar we stoten hier meermalen ook op àndere dingen, waarvan we kunnen leren.- Jaargang 37
- nummer 3
Het gaat dikwijls mis wanneer mensen de balans niet in de gaten houden en zó krampachtig zelfstandig willen blijven dat ze helpende handen van zich afduwen of ternauwernood toelaten.
Ik denk aan het verhaal dat ik eens hoorde over een Christusbeeld. De handen waren er tijdens oorlogsgeweld afgeschoten. Iemand had er onder geschreven: Nu heb Ik alleen nog uw handen.
Dat wekt ons dus op om in Zijn Geest handelend, helpend bezig te zijn.
Maar is er ook niet een keerzijde aan dit verhaal? Als de tijd komt dat het niet meer zo gemakkelijk gaat, als je de leeftijd krijgt dat je het niet meer zonodig allemaal zèlf hoeft te doen, herkennen we helpende handen van mensen dan wel als Gods handen?
Maken we dan soms niet zelf de Heer ont-hand?
Het is zo moeilijk om te aanvaarden, dat je langzamerhand de rol van de immer helpende moet opgeven. Als je soms het gevoel krijgt, dat je kinderen je gaan betuttelen.
"We hebben acht kinderen en die hebben besloten dat we niet meer zelfstandig met auto en caravan hierheen mogen rijden. Nu brengt één van hen ons", vertelt iemand van om en nabij de tachtig wat verontschuldigend lachend.
"Je hebt soms zelf niks meer in te brengen. We hebben het toch altijd gedaan? De kinderen doen het graag, zeggen ze, en ze blijven meestal ook nog een paar dagen om van de zon te genieten, en dat troost ons dan weer Je voelt de tweestrijd in zo'n verhaal.
Dat kinderen de ouders moeten helpen!
Het was toch altijd andersom?
Hulp vragen aan God gaat ons meestal gemakkelijk af. We vragen Hem in ons gebed om hulp en kracht, maar hulp vragen die Hij doorgaans zó geeft dat mènsen Zijn voertuig zijn - dàt gaat ons veel moeilijker af. Je zou je hoofd eens kunnen stoten.
Om dan later te klagen: niemand keek naar mij om. Stootte men soms op die gebalde vuist?
We willen best voertuig zijn in Gods hand om anderen te helpen, maar als Gods helpende hand op ons afkomt in de vorm van mènselijke hulp, duwen we die nijdig van ons af. We hebben het toch altijd zèlf gekund?
Wat zou eigenlijk het moeilijkst zijn in het leven: hulp géven of hulp ontvàngen?
Ik voor mij weet het anwoord wel en hoop de balans te kunnen vinden voor nu en later. Zelfstandig blijven - niet met gebalde vuist, maar met open handen.
Alfaz del Pi, januari 1993