Gedenk dan uw Schepper....
1993-01-29
Toen ik dertien jaar werd viel mij een bijzondere eer te beurt.- Jaargang 37
- nummer 3
Als kleindochter naar mijn oma Wilhelmina vernoemd zou ik een speciaal verjaardagscadeau krijgen. Enkele jaren daarvoor had mijn nichtje Willie hetzelfde gehad.
Verder werd er nogal geheimzinnig gedaan dus ik keek met spanning naar mijn verjaardag uit. Ik stelde. me er heel wat van voor.
Uit school meteen naar opa en oma.
Die overhandigden mij plechtig een klein plat pakje. Tot mijn grote teleurstelling zat er een bruine zakbijbel-met-oude-berijming in.
Voorin had opa een tekst geschreven.
In zijn drieëntachtigjarige beverige handschrift stond er met enkele spelfouten: "Gedenk dan uw schepper in uw jongelingsjaren voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan gij zegt: ik heb daarin geen behagen".
Het zei me allemaal weinig en met moeite bedankte ik mijn grootouders.
Mijn ouders vonden het een prachtig cadeau en voorspelden me dat ik er 'nog veel aan zou hebben in de toekomst'.
Later zou ik dit alles wel op waarde schatten.
Het heeft jaren geduurd voordat ik dit inderdaad deed. Dat kwam toen ik volwassen begon te worden en met ontroering keek naar mijn opa's handschrift.
Toen ik zestien was is hij overleden.
Ik heb zelfs achter in dat, inmiddels uit elkaar vallende bijbeltje, een datum gezet waarachter staat: voor het eerst echt in gelezen!
Tegenwoordig bewaar ik het zuinig al gebruik in inmiddels een modernere versie. Mijn eigen kinderen hebben nu bijna de leeftijd die ik toen had.
Waarom kreeg ik dat bijbeltje toen ik dertien werd vraag ik me wel eens af.
Was dat het begin van de jaren des onderscheids? En de kwade dagen, wat een lugubere woorden.
Als kind begreep ik er alleen maar uit dat het leven kwaad zou worden als je volwassen werd.
Nu zie ik de kwade jaren om mij heen.
Volwassen mensen die met het geloof zijn opgevoed en er niets meer van willen weten omdat ze alles nu 'beter' weten. En andere volwassenen die er niet mee zijn opgegroeid en zeggen: geloven is iets voor zwakkelingen, wie stelt zich nu afhankelijk van een God op. Geloven als volwassene is veel minder vanzelfsprekend dan als kind.
Mijn dochter had een nachtmerrie. De volgende dag zei ze tegen mij: "en toen heeft Jezus mij een hele fijne droom gegeven want hij vond het zo zielig voor mij".
Ik zie mijn opa nog voor me in die kleine kamer. Altijd gezeten achter de tafel met het wollen kleed. Hij was een bedaarde, trage man die weinig zei.
Hij schilde elke dag de aardappelen vliesdun en draaide gehaktballetjes voor de soep, vijf minuten per balletje.
Hij was van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen hij op zijn televisie astronauten op de maan zag was zijn enige reaktie: dat kan niet, dat is een trucopname.
Tot zijn dood heeft hij het niet geloofd.
Maar in God geloofde hij wel. Net zoals zijn vader en later mijn vader en nu ik en straks mijn kinderen.
God gedenken als je klein bent en als je groot wordt. Tegen mijn dochtertje heb ik gezegd: wat fijn voor je dat de Here Jezus zo goed voor je zorgt.