De navolging(1)
1993-01-29
Altijd al was ik van mening dat het resultaat van een evangelisatiecampagne niet is te vermelden door het aantal nieuw bekeerden, maar door hen, die na vier of zes maanden naar de kerk blijven komen, en onderwijs in het discipelschap hebben ontvangen en die genoteerd zijn om gedoopt te worden om in het lidmaatschap te worden bevestigd; dat wil zeggen, bekeerden die volharding tonen gedurende de campagne.- Jaargang 37
- nummer 3
In Johannes 15:16 spreekt Jezus van de volharding der bekeerden. Hij verklaart duidelijk zijn voornemen en wens: "Niet gij hebt Mij, maar ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven..." Jezus spreekt van "blijvende vrucht".
Als we een vergelijking met zaaien maken is de campagne slechts het planten; en als we dit vergelijken met de Grote Opdracht dan moeten we er op uit. De Heere zegt: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen... leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb" Mt. 28:19. Het zijn vier stappen: heengaan, tot discipel maken, dopen en leren. Bij de evangelisatie doen we alleen de eerste stap en ontbreken de andere en het is daar dat wij altijd mislukken. Wij falen als we de tweede stap niet doen "tot discipel maken"; deze sluit de derde en vierde stap in: "dopen en leren" .
Uiteraard is voor het onderwijs materiaal nodig en dient het onderwijs daarmede te geschieden. Het is duidelijk dat er middelen zijn om de groei van de nieuwe gelovige te steunen, maar bovenal is onmisbaar het Woord van God, de Bijbel. Maar heden ten dage is het voor de meeste mensen moeilijk een Bijbel te verkrijgen want er is geen geld voor. Er is geen geld omdat er zeer onvoldoende werk is.
En als iemand tegen een karwei aanloopt zijn de verdiensten niet genoeg om van te leven.
Het tijdstip voor het beschikbaar stellen van Bijbels
De mensen gevoelen zich tot kerkgang geroepen, ze gaan in drommen naar de Here want ze hebben geestelijke honger. Ze willen meer van God weten en meer van Zijn Woord, meer van Zijn liefde. De nieuw bekeerden worden uitgenodigd deel te nemen aan Bijbelstudie. Het is daar dat zij een Bijbel ontvangen en het studiemateriaal.
Ofschoon zij de Bijbel in de handen van anderen gezien hebben is het voor de meesten de eerste maal dat zij er één in hun eigen handen houden.
Hun gezichten vertonen allerlei uitdrukkingen, van verrassing tot tranen.
Het is het moment dat zij hun dank betuigen. Ook zijn er die met opoffering, liefde en veel gebed geld meebrengen opdat wij hier het Woord van God in onze handen kunnen houden.
Indeling van studiegroepen
Wij zien ons genoodzaakt drie verschillende studiegroepen te vormen: zij die voortgezet onderwijs hebben gehad, zij die alleen lagere school hebben en dan degenen die niet kunnen lezen. De eerste groepen beginnen hun studie zonder grote problemen.
Voor de derde groep is het noodzakelijk lezen te leren door middel van de methode "ALFALIT", een methode op basis van afbeeldingen en woorden van twee lettergrepen. Ze gaan goed vooruit want het doel is dat ieder in staat is zijn Bijbel te lezen.
Toerusting van onderwijzers
Het is belangrijk om enkele personen klaar te maken om onderricht te geven aan de nieuw toegetredenen. Het beginsel van hulp en voorbereiding moet functioneren in de plaatselijke gemeente, want het is daar dat de discipel wordt voorbereid, men doopt de gelovige en men aanvaardt hem/haar als lid. Hoe kunnen de toekomstige onderwijzers van groepen worden toegerust zodat zij doeltreffend hun taak kunnen verrichten?
1. Toerusting van de groepsonderwijzers
Twee maanden voor een evangelisatiecampagne is het noodzakelijk de toekomstige onderwijzers in een bijeenkomst aan te stellen en op te dragen aan de Heere. Hand. 9 dat handelt over Sauls bekering en de verantwoordelijkheid van Ananias kan dienen voor de inleiding tot de bediening van de onderwijzers. Deze moeten dagelijks voorbede doen voor bepaalde personen; medewerkers, buren, vrienden, gezinsleden, hun namen aantekenend op een kaart om hen in het dagelijks gebed te gedenken.
2. De toerusting afronden
De toekomstige onderwijzers moeten gedurende acht weken, voordat de campagne aanvangt door de predikant, of leider of voorganger, worden onderwezen. Het studiemateriaal dat zij bijeenbrengen en gebruiken kan door wie later hen opvolgen opnieuw gebruikt worden. De onderwijzers moeten leren van de voorgangers zodat zij op hun beurt dit onderwijs kunnen doorgeven aan de nieuwe leden. Ten tijde van de oogst kunnen de onderwijzers, de oudere en de jongere, zelfstandig werken.
3. Verantwoordelijkheid van de onderwijzer
De verantwoordelijkheid is drieledig.
a) inleiden en toerusten
b) voorbede voor de genoteerde personen
c) discipelen maken is onderwijzers trainen
4. Tot discipel maken van onderwijzers
Na de bijeenkomst voor toerusting kan het zin hebben, dat de voorganger tijd besteedt aan de onderwijzers opdat deze leren discipelen te maken. De invloed van de onderwijzer is onmisbaar.
Wat is onze hulp? De materialen die de nieuw bekeerden hebben benut, onderwijzerstoerusting. Bedenkende dat wanneer discipelen delen in wat zij weten, zij niet zijn dagloners. De dagloner wordt betaald, de discipel deelt mee.
5. Taak van de onderwijzer
De week vóór de campagne, moet de onderwijzer diegenen bezoeken voor wie hij in het geheim gedurende twee maanden heeft gebeden. (Hij zou het kaartje kunnen tonen met al de namen) en dan ieder uitnodigen de boodschap des heils bij te wonen. Dit verleent gezag aan de onderwijzer. Want vóór het bezoek aan de vriend of het onbekeerd gezinslid klopte ik aan de poort van de hemel, deze personen in gebed voordragend.
6. De navolging van de onderwijzer
Ziehier de belangrijkheid om onderwijzers toe te rusten niet alleen vóór de campagne, biddend en uitnodigend, maar die na de campagne bereid en in staat zijn om de kostbare taak van de navolging van degenen die hun beslissing vóór Christus genomen hebben, nu aan een ieder te onderwijzen met recht gebruik van de Bijbel. De onderwijzer moet een duidelijk plan hebben, anders wordt het een mislukking. De navolging omvat ook het tot discipel maken, onderwijzend het gebruik van de Bijbel tot de dag van zijn doop.
Daarna zal men hem voorbereiden en aanmoedigen om hetzelfde te doen en zich te wijden aan het onderwijs om zijn onbekeerde vrienden te winnen.
Het is zaak te bedenken dat de nieuwe gelovige meer onbekeerde vrienden en familieleden heeft dan in oude tijden in de gemeente het geval was.
Hier begint een tijd van uitbreiding, van vermenigvuldiging van het werk, dat nooit klaar komt! Nadat we de navolging in praktijk hebben gebracht bemerken we met verrassing dat onze arbeid vrucht oplevert, veel vrucht, die bovendien blijvende vrucht is. De Bijbels die ingevoerd werden spelen daarbij een grote rol, want bij het volgen van de studie zullen we zelf kun nen vaststellen dat de Heere tot ons spreekt door middel van Zijn Woord en dat de Heilige Geest elke lezing bevestigt, elk tekstgedeelte, elke les in de harten en levens.
" ...bidt voor ons, dat het Woord des Heeren snelle voortgang hebbe en verheerlijk worde, evenals bij u." 2 Thess. 3:1.
Ds. Smouter in een begeleidende brief:
Onlangs ontvingen we een ontroerende brief van ds. Manuelli Gonzátez, waarin hij beschrijft hoe hij de Bijbels gebruikt, die hij via ons (Spanjecommissie van de Ned. Geref. Kerk van Rijswijk) ontvangt. Het is een beschrijving van hun methode van evangelisatie, waarbij het gebruik aan de orde komt van de Bijbels die we mochten verzenden. Met name wat hij schrijft over de gewoonte dat de medewerkers aan een campagne eerst een tijdlang dagelijks bidden voor een aantal ongelovige mensen, om hen vervolgens aan te spreken, vond ik indrukwekkend. Het past precies in het groeiende besef, dat persoonlijke contacten voor evangelisatie zo belangrijk zijn. Zo'n brief maakt duidelijk, dat wij hier nog wel eens iets kunnen leren van de mensen overzee, die wij op het financiële vlak ondersteunen