Reis door Turkije (9)
1993-11-05
Smyrna- Jaargang 37
- nummer 23
We besloten dus om niet naar Thyatira te gaan. Toch wil ik iets over deze plaats vertellen. Er is een kerkruïne uit de 6de eeuw. Het is een grote kerk geweest en dus moet er ook een flinke christelijke gemeente zijn geweest. De brief aan de gemeente (Openb. 2 : 18 e.v.) laat duidelijk de goede en de verkeerde kant van de gemeente zien.
Ik wil enkele regels citeren en ik doe dit weer aan de hand van de vertaling van Van der Waal in zijn boek over de Openbaring.
"Ik ken uw werken en de liefde en de geloofstrouw en het dienstbetoon en de volharding van u en uw werken, de laatste, - overvloediger dan de eerste. Maar ik heb tegen u, dat gij laat begaan de vrouw Izebel, die spreekt van zichzelf als van een profetes, en onderwijst en verleidt Mijn dienstknechten..."
Johannes moet eenzwaar waarschuwend woord laten horen. En in die waarschuwing worden dan alle gemeenten betrokken:
"En erkennen zullen al de gemeenten, dat Ik, Ik het ben, die naspeur nieren en harten en geven zal aan ulieden elk volgens ulieder werken."
Ook de troost blijft niet uit; zij, die trouw blijven zullen een ster ontvangen van de vroege morgen.
We kwamen laat in de middag in Izmir (Smyrna) aan. We hebben daar weer een paar dagen rust gehouden daarna zijn we nog een paar dagen aan de kust geweest in een klein vissersplaatsje - en we hebben er genoten van de prachtige boulevard, waar een mooi uitzicht is over de baai. Izmir is een stad met meer dan 2.000.000 inwoners. De plaats is belangrijk als handelsplaats. Er is een grote haven en allerlei schepen varen in en uit. In september wordt er een grote jaarbeurs gehouden, er is veel industrie tot scheepsbouw toe. Er zijn ruime straten en pleinen, een prachtige boulevard, een breed strand, kortom alles wat mooi en belangrijk is voor een moderne plaats. Eigenlijk is Smyrna de eeuwen door een mooie plaats geweest. Voor een deel hebben Nederlandse kooplieden hieraan nog meegewerkt. In het midden van de 17de eeuw werd de plaats het centrum van de Nederlandse handel in het Middellandsezeegebied. De eerste handelshuizen waren al een jaar of 40 eerder opgericht. Het wonen van Nederlanders had tot gevolg, dat er ook een kerkelijke gemeente kwam.
In 1661 had de gemeente al een eigen predikant. Het was voor predikanten niet gemakkelijk om hier te werken.
Over het algemeen waren de leden van de kerk welgestelde lieden, die contact hadden met allerlei handelslui in de stad.
Johannes schrijft in zijn brief aan de gemeente van Smyrna (Openb. 2 : 8 e.v.): "Ik weet uw verdrukking en armoede, hoewel gij rijk zijt.." De gemeenteleden tóen hadden niet veel, waren arm, maar door hun geloof waren ze toch rijk. Met de gemeente eeuwen later (de 17de en 18de eeuw) was het andersom: ze waren rijk en toch arm. In zijn boek 'Gij kustlanden' heeft C. van der Waal een uitvoerig overzicht gegeven van de geschiedenis van de gereformeerde kerk in Smyrna. Het is de moeite waard dit eens te lezen. Belangstellenden kunnen mij bellen voor enkele fotokopieën.
Er was dus een gereformeerde gemeente in Smyrna en dus ook een kerkgebouw. En natuurlijk was er ook een kerkhof. Van der Waal vertelt in zijn boek, dat hij half Smyrna rond is geweest, voordat hij het kerkhof gevonden had. Het verging ons ook zo.
Het was niet waar we dachten dat het was. Jaren geleden is het kerkhof nl. verplaatst en zijn de zerken naar het 'nieuwe' kerkhof overgebracht. Hier is een steen, waarop staat: "De alhier geplaatste zeventien grafstenen zijn overgebracht uit het voormalige Nederlandse protestantse kerkhof. Felemenk-Bahce te Izmir 2 september 1965".
Bij een aantal stenen is het opschrift niet meer te ontcijferen, maar bij een aantal uit de vorige eeuw is alles nog goed te lezen. Het kerkhof is nu in de tuin van een klein Armeens kerkje, waar ook nog nederlandse diensten worden gehouden.
De koster, die in de woning naast de kerk woont, vertelde ons van dé moeite, die het kost om het als christen in deze grote plaats vol te houden. Dat was het trouwens ook al in de tijd, dat Johannes zijn brief schreef. K. Schilder schreef hierover in zijn boek 'De Openbaring van Johannes en het sociale leven' o.a.:
“Daar stonden ze dan, de verdrukten, de kleine zakenmensjes, die niets konden beginnen in een vreemde, vijandige omgeving, alleen maar, omdat ze 'de sekte van de Nazarener' waren toegedaan. In zulke ogenblikken zijn mensen 'moeilijke vertroosters". Wie tot zulke opgejaagde stakkers, terwijl ze naakt uitgeschud worden, komt met een troostgrond, die niet aan 'dezientijke'. doch aan 'de onzienlijke wereld' ontleend is, hoort dan ook zich vaak als kwezelaar vervloeken. Tóch komt Jezus Christus zijn berooide volkje van 'kleine luyden' daar in Smyrna zó vertroosten..."
Als je in Izmir bent en daar genieten mag van veel goeds, is het goed dit woord van de Heiland niet te vergeten.