Als hun schatten ... (2)

1993-02-12
  • Jaargang 37
  • nummer 4
In het voorafgaande zagen we hoe de HERE Israël verrast door Zich als Grote Koning aan het volk als vazal te willen binden. Een heel bijzonder, maar ook een ècht koningschap 1.
Waarin Gods macht en grootse daden zich paren aan Zijn liefde en zorg.
Dingen die in deze wereld maar zo moeilijk samengaan: macht en liefde, zijn bij de HERE volstrekt in harmonie.

Toen ...
Als kind heb ik me al afgevraagd wat de betekenis van dat nadrukkelijke 'toen' was, waarmee de lezing van de tien geboden elke zondagochtenddienst begon. Vond al bladerend. niet helemaal wat ik zocht, maar vermoedde wel dat dat 'toen' te maken had met wat Ex 19 had verteld. Over de ontmoeting van God en volk, over Mozes en de HERE die samen spraken.
Toch een begin! Nu zie je dat dat 'toen' (in onze vertaling) reliëf krijgt door de genegenheid en zorg die de HERE in en rondom Zijn majestueuze verschijning op de Horeb betoont.

Tien geboden?
Wij leerden op school (hulde aan scholen die kinderen psalmen en liederen Ieren!):

Mijn ziel, herdenk met heilig beven,
hoe God, met majesteit bekleed,
Zijn wet op Horeb heeft gegeven,
waar Hij deez' woorden horen deed:

(Gez. 1:1, Enige Gezangen.)

Als je dat 'heilig beven' mag verstaan als diep ontzag, is het iets dat we voorál niet kwijt moeten voor wat de HERE bij de Horeb deed! Maar misschien mag er wat angst af (zeker gezien Gods zorg in Ex 19). En wat heilige blijdschap en verwondering ERBIJ!
Immers, de sfeer die de naam 'tien geboden' oproept doet aan wat de HERE hier afkondigde toch wel tekort.
Is niet het EERSTEwoord van Horeb het woord van Gods liefde? Laten we dus maar gerust spreken van de Tien Woorden, zoals de Bijbel zelf doet Ex 34:28, Ot 4:13, 10:4. Trouwens, er is in de Bijbel eerder sprake van het verbond van de HERE, Ot 4:23, dan van de wet van de HERE, Ezra 7:10. En dan betékent wet ook nog: tora, d.i. de weg wijzen. Merkwaardig dat in de geschiedenis van Israël en de gemeente dit alles zo 'wettisch' gekarikaturiseerd is!
Het eerste woord zal vrede zijn, waar jij ook binnengaat, zingt een lied van Hanna Lam 2. Zien we wat Gods eerste Woord is als HIJ bij Israël binnenkomt? Liefde gebleken in machtige redding. En dat heeft elke Israeliet meegemaakt!
Elk vazalverdrag in de oude wereld gaat uit van een zgn. historische proloog: de stand van zaken tussen grootvorst en vazal, zoals de eerste die stelt. In zulke verdragen staat die nogal eens bol van de snoeverij van een grote koning. Niets van dat alles bij de echte Grote Koning. In één simpele zin zet de HERE het neer: zijn genadige en machtige redding van Israël! Weggegeven zonder voorwaarden vooraf.
Het feit dat de HERE DIE God voor Israël is en zij ZO volk van Hem zijn,dát wordt in dit verdrag vastgelegd.
Het eerste gebod sluit daar naadloos op aan. Ik zal niet tornen aan de bij ons ingeburgerde indeling van de geboden. Maar m.i. is wat wij het 2e gebod noemen alleen maar nadere uitwerking van het eerste.
Voor Israel was het gevaar groot, God naar eigen hand te willen zetten met een beeld. Maar de neiging om God te manipuleren is van alle tijden.
En dat is een streep door Gods gebleken liefde. Daar raak je Hem mee kwijt. Degene die je vertrouwt, die manipuleer je niet!
Samen maken deze geboden (''ons' eerste en tweede) het grote en eerste gebod uit, vgl. Mt 22:38. God wil de enige voor ons zijn en blijven. Hij verdraagt het niet dat we een ANDER hebben, Ot 4:35, Mk 12:32. Of dat we Hem niet op onze beurt liefhebben, dat is minstens: vertrouwen!
Hoofdbepaling of 'het grote gebod' is in een vazalverdrag vaak de eerste verplichting. In Gods verbintenis met Israël is het niet anders. Geen enkele bepaling uit de Tien Woorden is onbelangrijk. Maar de volgende - die ik hier niet stuk voor stuk bespreek - rusten wel allemaal op de basis van de grond-wet: God wil de enige voor ons zijn, en Hij wil niet worden gemanipuleerd maar bemind en vertrouwd in alles. De bevelen over het hooghouden van Zijn machtige reputatie en het vieren van Zijn ontferming in Zijn sabbatten werken dat uit.
Nel' als de bepalingen over de intermenselijke verhoudingen. Die zitten allemaal vast aan Gods God-zijn voor zijn volk en omgekeerd.
Christus We zien hier hoe de Heer Jezus de authentieke zin van dit verbond heeft rechtgedaan, toen Hij zich niet liet vangen in versnippering van de geboden in meer of minder belangrijk, Mt 22:35-40. Hij leerde de tora van Zijn Vader in waarheid. EN Hij volbracht haar. Voor Zijn volk.

Het volk beefde
Velen van ons hebben wel een foto of TV-beeld gezien van de Pinatubo op de Filippijnen, geheel in kolkende wolken gehuld en met een onheilspellende paddestoelwolk rondom de top.
Voeg daar nog bij bliksemflitsen en donderslagen en doordringend bazuingeschal, en je hebt een indruk van wat Israël meemaakte. I\:een, je hebt nog niet een indruk! Want zij hoorden ook nog die machtige HERE die zo verscheen, zelf de woorden van Zijn verbintenis met hen uitzeggen! Dat is niet gering! Het moet ons maar niet verbazen dat zij, toen God het statuut had afgekondigd, vroegen of de HERE verder via Mozes tot hen wilde spreken.
Ze waren bang, deze directe confrontatie niet te overleven. Dat blijft in het vervolg een echo die het ontzag en de blijdschap verder draagt: Gods stem horen en het mogen navertellen, Ex 24:9-11, Ot 4: 33-35 en 5:24,26!

Gij hebt het te zien gekregen.
zegt Mozes later, Dt 4:35, opdat ge zoudt weten dat de HERE de eniqe God is, er is geen ander behalve Hij.
Zo zullen we ook wel dat 'op de proef stellen' moeten verstaan. Dat dient er dus voor dat Israël God kent en vertrouwt 3. God wil Israël geen angst inboezemen, maar wel heilig respect, dat ze beseffen Wiens bondgenoten ze zijn, en leven als zijn geliefden en uitverkorenen, Dt 5:37. Uit Mozes' latere verhaal blijkt dat de HERE het verzoek van het volk positief waardeerde, Dt 5:28v. En wel in die zin dat heilig ontzag hen zou helpen bij het leven voor Hem, 'opdat het hun en hun kinderen voor altoos wel mocht gaan!' Leven voor God doet mensen goed.

En wij?
Velen hebben het gevoel, dat als wij zo geducht de HERE zouden hebben ontmoet, we met meer liefde en kracht voor Hem zouden leven. Staan wij achter bij het Israël van Horeb? Uiterlijk mag dat even zo lijken, maar wie tot het nieuwe verbond van Jezus ho- .
ren hebben met meer en dieper en verder gekomen heil van deze geduchte God te maken dan zij die het begin van Horeb beleefden, Hebr 12:18-24. Maar dat voorrecht verplicht.
Hebr 12:28 heeft het over, - neen niet angst, maar dankbaarheid, eerbied en ontzag! We mogen bedenken: en Horeb was voor de HERE dan nog maar het BEGIN!

Maatregelen
We moeten het ons zo voorstellen, dat de Tien Woorden de principes zijn die met Gods verbond gegeven zijn. Het Hebreeuws spreekt dan van wat '(in steen) ingegrift', dus duurzaam is. Die principes worden uitgewerkt en toegepast in (bestuurlijke) maatregelen en (gerechtelijke) uitspraken. We zullen wel nietmistasten als we de regels van 20:22 t/m 23:33 beschouwen als 'kleine lettertjes' van Gods verbond.
Die ook horen in het zgn. boek van het verbond,24:7.
Bepaalde patronen in deze rechtsregels komen zo of in verwante vorm meer voor in het oude Nabije Oosten.
Tegelijk zijn ze volstrekt bepaald door de grondslagen van Gods redding en verbond, en daarom (in)gevuld met Zijn ontferming. De 'letter der wet' is niet los van Gods geschonken heil verkrijgbaar.

Dit 'bondsboek'
moet samen met al eerder gegeven richtlijnen, 15:25, en mogelijk ook adviezen van Jetro, cap. 18, Israëls 'basisuitrusting' zijn geweest voor bestuur en recht. Het was toegesneden op de - binnenkort verwachte! - situatie van Israëls wonen in het beloofde land, 23:20vv, 27vv. Te beleven vanûit Gods hechte liefde voor hen.
Meer hierover D.V. de volgende keer.

Noten
1 Moeten we ook van uit dit werkelijk koningschap van de HERE Zijn klacht verstaan in 1 Sam 8:7:..Ze hebben Mij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn.;" , vgl 1 Sam 12:12 slot? Misschien ook de koningspsalmen 92 t/m 99? We kennen uit het NT het 'zoekt eerst Zijn koninkrijk en Zijn gerechtigheid', Mt 6:33, vgl. de tweede bede. Geldt die prioriteit van Gods koningschap soms allang in het Oude Testament?
2 Hanna Lamen Wimter Burg, Alles wordt nieuw, deel 3, Nijkerk 1974, p 44.
3 lets dergelijks in Dt 8.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief