Van huis uit ...
1993-02-12
Als één lid lijdt- Jaargang 37
- nummer 4
Vorige week werd mijn dochter geopereerd.
Het was geen ernstige ingreep maar wel één met ziekenhuisopname en dat is voor een meisje van zeven jaar heel ingrijpend.
Voor haar ouders ook merkte ik.
Hoewel we opgelucht waren dat het eindelijk zover was, we hadden ruim acht maanden moeten wachten, brengt zo'n gebeurtenis heel wat emoties met zich m'ee.
Je legt steeds opnieuw uit wat er gaat gebeuren maar ze heeft nog nooit iets dergelijks meegemaakt en kan er zich geen voorstelling van maken.
Na de operatie was het dus diepe ellende.
De hele dag ziek, misselijk, overgeven, keelpijn van de intubatie en pijn aan de geopereerde voet. Ik zat er uren bij en kon niet veel anders doen dan meevoelen, helpen met het kartonnen bakje, zeggen dat het echt over zou gaan en bidden dat dat ook gauw zou gebeuren.
Je voelt je machteloos.
En je ervaart aan den lijve wat het betekent: als één lid van het gezin lijdt, lijden alle leden mee.
Mijn man had die dag veel moeite om zich op zijn werk te concentreren en de kinderen waren ontregeld. De oudste moest bijna huilen toen hij zijn zusje zo zielig in dat bed zag liggen.
Wat je dan goed doet is alle aandacht en zorg die er is.
Familie en vrienden die bellen, langskomen, hulp aanbieden, je verhaal aanhoren.
In het ziekenhuis ervoer ik de andere kant: de verpleegkundigen waren te druk, ze hadden geen tijd voor opvang.
Die hele dag kwamen ze een keer of drie uit zichzelf kijken.
Een andere moeder was er met haar dochter die een zware operatie onderging.
Ze vertelde me dat ze een week lang niet eens uit het ziekenhuis wegging omdat haar kind continu verzorging nodig had en alleen zij dat ook kon geven.
Het is schrijnend en drukt je met de neus op de feiten van de tegenwoordige gezondheids-zorg.
Gelukkig kon ons kind de volgende dag mee naar huis en was ze weer snel de oude. Wel kwamen af en toe haar angsten boven: mama kun je ook dood gaan aan een zere voet.
En zelf bleef ik bezig met alles wat die paar dagen in me losgemaakt had. De angst: komt ze uit de narcose, lukt de operatie. Het meeleven met anderen in vergelijkbare situaties, 't is opeens veel dichterbij en beter invoelbaar.
Maar ook een zekere schaamte, denken aan de keren dat ik dat niet zag en tekortschoot waar anderen me misschien nodig hadden.
Want je bent niet alleen lid van een gezin maar ook van een gemeente van Christus. Het staat er heel duidelijk.
Ook daarvoor geldt dat als één lid lijdt, de andere leden mee-lijden. Is dat zo bij ons, bij mij.
Ik moet bekennen dat dat best moeilijk is. Voor de mensen met wie je geregeld omgaat kost meeleven je weinig moeite. Maar hoe zit dat met die anderen die zich wat verder uit je gezichtsveld bevinden, waar je zelfs een hekel aan hebt.
Het is een enorme opdracht, een opgave ook.
Het leven is vlug en gejaagd en vaak hebben we geen tijd om lang stil te staan bij ziekte en verdriet. Als anderen het af laten weten doet dat pijn, ook dat weet ik uit ervaring.
Als je problemen hebt denk je wel eens: binnen mijn kerk zal ik wel geholpen worden want daarvoor zijn we bij elkaar.
En dat blijkt niet altijd op te gaan.
Ik bedoel dat niet verwijtend, zelf maak ik me er net zo schuldig aan als ieder ander. Ik heb dan ook grote bewondering voor die mensen, en elke gemeente heeft ze, die dat wel kunnen en in staat blijven het goede te zien.
lets ingrijpends meemaken maakt je kwetsbaar en gevoeliger dan je normaal bent. Dat is misschien een goed moment om je voor te nemen van nu af aan bepaalde dingen anders te doen.