Terloops
1993-02-12
P.C. van Wijk, Zaltbommel - Jaargang 37
- nummer 4
Tante Johanna
Tante Johanna is onlangs overleden.
Begrijp me goed, ze was geen echte tante van me en ik heb ook nooit tante tegen haar gezegd, maar ze heette wel Johanna. En de laatste jaren hadden we het hier in huis altijd over tante Johanna. Wie er mee is begonnen weet ik niet eens.
Tante Johanna woonde al jaren bij ons aan de overkant, in het verpleegtehuis.
Daarvoor werd ze verzorgd door haar zoon en zijn vrouw. Dat kon echter niet meer, toen de verzorging te zwaar werd. En toen is tante Johanna naar het verpleegtehuis gebracht, ondanks veel tegenwerpingen van haar kant.
Eén van de dochters had ook nogal bezwaren, maar die woont een eind hier vandaan en ze heeft voor de verzorging van haar moeder nooit één hand uitgestoken. Dan heb je natuurlijk gemakkelijk praten.
Die verhuizing naar het verpleegtehuis is hard bij haar aangekomen. Ze heeft er tegenover mij veel over gemopperd, dat haar kinderen haar dat hadden aangedaan. En ik moest haar man maar wat gelijk en wat ongelijk geven, er een beetje tussen door schipperen.
Misschien kent u dat wel: een beetje ja en een beetje nee. Of behoort u tot de mensen, die alleen maar van helemaal ja of helemaal nee weten?
En toen, op een zondagavond, moesten de kinderen komen. Ik stond net voor het raam, toen ze er aankwamen.
Ze vertelden me wat er aan de hand was en toen ben ik ook een paar keer naar de overkant gegaan. Van de forse vrouw, die ze eens was, was niet veel meer over. De vergankelijkheid had haar helemaal in de greep. Op zo'n moment is het wel eens moeilijk om te geloven, dat het vergankelijke eens tot onvergankelijkheid zal worden.
U begrijpt al, dat ik een bijzondere band met tante Johanna had. Ik was, zoals dat wel genoemd wordt, een beetje kind in huis. Dat kwam zo: mijn moeder en zij waren vriendinnen. Mijn moeder was wat ouder, ze scheelden 8 jaar. Die vriendschap was eigenlijk wat bijzonder. Om dat te begrijpen moet je wat afweten van de godsdienstige situatie in de Bommeierwaard. Sommige dorpen zijn voor een groot 3el protestant, andere zijn hoofdzakelijk rooms-katholiek. Tante Johanna kwam uit Ammerzoden en mede dank zij Thomas Walraven van Arikel, heer van Ammerzoden (overleden in 1694) heeft het rooms-katholieke geloof in dit dorp steeds veel aanhangers gehad.
Van Arkel verborg jarenlang Pater Ooms in zijn kasteel en vanuit het kasteel ging Ooms met een klein altaar, verborgen in een kar, als boer,of koopman verkleed de waard in om 'zijn' mensen te bezoeken.
Mijn moeder kwam uit Weil, dat vlak bij Ammerzoden ligt, heel mooi aan de Maas. In Weil was bijna iedereen protestant.
En vroeger was het in Weil en Ammerzoden zó: protestanten gingen niet om met katholieken (het woordje 'rooms' werd wel eens vergeten) en katholieken gingen niet om met protestanten.
En op die manier was er altijd wel wat tussen Ammerzoden en Weil.
U hebt het al begrepen: tante Johanna was rooms-katholiek en mijn moeder protestant. En die twee hebben, eerst toen ze ieder nog 'thuis' woonden, en later, toen ze beiden in Zaltbommel woonden, altijd contact met elkaar gehad. Hoe dat is gekomen weet ik niet, maar het was zo. Er is tussen die twee wat afgekletst over de 'goeie ouwe tijd' in Weil en Ammerzoden. Of het allemaal zo goed was betwijfel ik wel eens.
Tante Johanna had met haar man een bedrijf. Samen dus, want zij had de touwtjes aardig in handen. En toen haar man zo'n 30 jaar geleden stierf, zette ze het bedrijf met haar zoon voort. En de touwtjes bleven bij haar.
Ik mocht jarenlang een oogje houden op haar administratie en dat viel vaak niet mee, want tante Johanna had een heel aparte kijk op boekhouden en daar liet ze zich niet gemakkelijk van afbrengen. En ongemakkelijk evenmin.
Wat dat betreft heb ik weinig vruchten op m'n arbeid gezien.
We praatten er ook veel over, hoe het allemaal moest als ze er niet meer zou zijn. Ze had wel door, dat de 'verdeling' wel eens problemen tussen haar kinderen zou kunnen opleveren en daarom benoemde ze mij tot executeur-testamentair. Eigenlijk gek, als er eigen kinderen zijn, maar ja, er is een 'kwaje' bij. Zo gaat dat soms en dus moet ik nu de zaken regelen. U mag wel weten, dat de eerste stormloop inmiddels achter de rug is en dat mijn positie nog onaantastbaar is. Dat . laat ik zelf trouwens ook wel merken en dat is de beste manier om al te veel aanvaringen te voorkomen. 't Is maar gelukkig, dat bij ons in Bommel protestanten en rooms-katholieken wel met elkaar praten, want anders kwamen we niet ver. Trouwens, in Ammerzoden en Weil praten ze tegenwoordig ook wel met elkaar. In Bommel praten ze zelfs wat al te veel naar mijn zin, want hier zijn ze zowat 'samen op weg'. Nou, dat hoeft voor mij ook niet.
Tante Johanna is natuurlijk ook begraven en voorafgaande aan de begrafe-· nis was er een dienst in de parochiekerk van de Heilige Martinus. Met Maarten of Martinus van Tours hebben we wat in Zaltbommel. We hebben de protestante Sint Maarten en de roomskatholieke Martinus.
Hier stop ik m'n verhaal. De volgende keer verder.