Gods leiding in ons leven (2)
1993-11-19
In het vorige nummer van 'Opbouw' bespraken we een gedeelte van het door drs. Pieter van Kampen geschreven boek 'In Gods Hand'. In dat gedeelte werd o.a. aan de hand van vraaggesprekken nagedacht over de manier waarop God in individuele levens van mensen aan het werk is.- Jaargang 37
- nummer 24
Het tweede deel van 'In Gods Hand' heet Bijbelstudie. In bijna 100 pagina's biedt Van Kampen de lezer een schat aan gegevens over de wijze waarop God leiding gaf aan het leven van mensen in de tijd dat de Bijbel werd geschreven. Voor Van Kampen is het buiten kijf dat de bijbelse gegevens ook voor ons van toepassing zijn. Hij spitst de betekenis van die bijbelse geschiedenissen toe op ons concrete hedendaagse leven. Gods leiding kunnen we op verschillende manieren zien. De leiding geldt op een universele manier (d.w.z.: voor iedereen, in de wetten en vermaningen) én in Gods hoogstpersoonlijke bemoeienis met het leven van individuele mensen. De leiding van God is soms ook herkenbaar in de omstandigheden waar we in terecht komen. Van Kampen wijst in een apart hoofdstuk op het belang van het christelijk gebed. Bij dat bidden hoort ook het wachten. "Het verstrijken van tijd is soms een noodzakelijke situatie, als Gods wil voor ons leven herkend moet worden" (113).
Tekenen
Van groot belang lijkt mij het hoofdstuk over het vragen om 'een teken. In de Bijbel vinden we allerlei geschiedenissen waarbij de 'hoofdpersoon' om een teken vraagt. De manier waarop dat teken uiteindelijk een rol speelt in de beslissing, blijkt heel verschillend te zijn. Van Kampen concludeert dat we voorzichtig moeten zijn met een 'tekengericht' geloof (149). Hij stelt zelfs dat allerlei 'spirituele boodschappen' uit een werkelijkheid kunnen stammen die niet van God is. "Een teken kan ons - als we geen herkenbare 'Bijbelse verankering' in ons denken hebben - een totaal verkeerde kant optrekken!"
(150). In dit verband citeert de auteur o.a. Barclay: "De hele kerkgeschiedenis door zijn er mensen geweest die de meest onwaarschijnlijke en zelfs onchristelijke daden en opvattingen hebben gerechtvaardigd op grond van een speciaal visioen of teken. Vooral sekten gaan supersubjectief om met de 'leiding van de Geest' " (151). Deze waarschuwing is zeer terecht; wie onlangs de BBC documentaire over David Koresh heeft gezien, kon zef constateren hoe hier mensen op een verderfelijk dwaalspoor werden gebracht door de 'zondige Messias'. Uit het voorgaande zal duidelijk zijn geworden dat Van Kampen niet iemand is die 'drijft op de ervaring' (zoals in extreme vorm bij sommige Pinkstergroeperingen, in sekten en bij gemeenten aan de uiterste rechterflank van de gereformeerde gezindte).
Geloof en ervaring
Nu staat de 'ervaring' momenteel ook onder gereformeerden weer meer in de belangstelling. Opmerkelijk was in dit verband een reeks artikelen in het Nederlands Dagblad in de week van 10 oktober jl. Zowel op de christelijk gereformeerde mannenbondsdag als op een congres van het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte stond dit onderwerp centraal. Prof. A. Troost signaleerde in gereformeerde kring in het algemeen getob met het onder woorden brengen van de verhouding tussen geloof en ervaring (2). Van Kampen is niet iemand die zó bang is voor alles wat naar ervaring riekt, dat hij er meteen maar een afwijzend etiket op plakt. Hij wijst wél op de gevaren. Je ervaring kan je namelijk op een heel verkeerd spoor brengen.
Er zijn veel mensen die zich beriepen op Gods Wil en die daarmee volkomen het bijbelse spoor kwijt raakten (bijv.
de Wederdopers in Münster). Van Kampen wil terug naar de bron. Aan de hand van tientallen bijbelse geschiedenissen probeert hij uit te leggen hoe God bezig was in het leven van mensen in de bijbelse tijd. En dan zie je dat de mens soms zelf ingrijpt aan de hand van een bepaalde situatie, dat God het soms is die de mens duidelijk op een bepaald spoor zet (bijvoorbeeld d.m.V. een teken), dat mensen ook heel verschillend omspringen met Gods leiding en soms die leiding negeren of verspelen (bijv.: koning Saul).
Andere godsdiensten
In het 11e en 12e hoofdstuk vergelijkt Van Kampen de christelijke boodschap met die van andere godsdiensten. We treffen hier parallellen aan met wat· anderen die nauw betrokken zijn bij het werk van 'I Abri hebben gezegd of geschreven (3). In het 11e hoofdstuk laat Van Kampen zien hoezeer God (in de Bijbel) een persoonlijke God is in vergelijking met de godheid in andere wereldgodsdiensten. "Bij alle religies van het Oosten zien we een godsbegrip dat onpersoonlijk is" (164). Geen enkel geloof kent een god, die tevens vader is. Daarom is de titel van het levensverhaal van een bekeerde islamitische vrouw zo treffend: "Ik durfde hem Vader te noemen". In het 12e hoofdstuk gaat Van Kampen in op de vraag hoe in de verschillende wereldgodsdiensten om wordt gegaan met vragen rond de almacht van God en de invloed van mensen. Als je in God gelooft, heb je dan zelf niets meer in te brengen? Ligt alles vast, is het heelal gedetermineerd? Opnieuw laat Van Kampen zien hoe uniek en persoonlijk het christelijk geloof is. Boven het hoofdstuk heb ik in potlood genoteerd: Maarten 't Hart zou dit eens moeten lezen...
Leiding als óns probleem?
In het 11e hoofdstuk raakt Van Kampen de kern van waar veel (o.a. jonge) christenen als vraagstuk mee lijken te worstelen. Johannes 15: 16: "Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen". "Wij moeten daarom van een basiswantrouwen af; het gevoel dat het vinden van Gods leiding mijn probleem is! In zo'n opvatting wordt God een bewegend doel, vergelijkbaar met een vossenstaart bij de hazewindhondrennen. We krijgen dan het gevoel dat het God niet zoveel kan schelen of ik de weg vind of niet..."(168/169). Van Kampen geeft een wijze raad mee aan jongeren: als je je afvraagt op welke manier God leiding geeft aan je leven, hou je dan aan Gods Wet. Lees regelmatig en gedisciplineerd in je Bijbel. En... win advies in bij vertrouwde en betrouwbare oudere mensen, rnedeqeloviqen, die ons kunnen vertellen hoe ze het leven met God hebben ervaren. De auteur verbaast zich er overigens wel over dat jongeren zo vaak zelfstandig beslissingen in hun leven nemen zonder daarover met 'ouderen' te hebben gesproken.
De hedendaagse samenleving
In het 14e hoofdstuk van zijn boek schetst Van Kampen de hedendaagse cultuur. Opvallend is zijn analyse van de veel te hoge eisen die jongeren aan zichzelf stellen, omdat hun idolen onbereikbaar zijn geworden. Daar stelt hij weer de boodschap van het christelijk geloof tegenover. Hier geen onbereikbaar ideaal: trouw zijn aan Gods bedoeling met je leven. "De liefde voor anderen en medemenselijkheid kan ieder mens leren, die achter Jezus aangaat" (196).
Hoe pas je Gods leiding toe in je eigen leven?
Aan het slot van zijn boek komt Van Kampen weer terug bij de beginvragen en bij de vraaggesprekken die hij heeft afgenomen. Hoe kun je God gehoorzaam zijn? Welk beroep moet ik kiezen? Je kunt jezelf soms idealen stellen die niet haalbaar zijn. Boeiend is het verhaal van Sonja van den Bergh. Ze wilde dolgraag naar Azië, maar een medische keuring sloot dat plan uit. Toen werd ze secretaresse bij een zendingsgenootschap, gewoon in Nederland, waar ze tot zegen van velen vele jaren heeft mogen werken. Zo kan het dus ook!
Wijze raadgevingen worden gegeven door Prof. dr. Joh. Verkuyl. Ze illustreren meteen al hoe goed het kan zijn als je als jongere raad vraagt bij een ouder en door het leven gerijpt christen.
Voor evangelischen en gereformeerden
Aan het eind van het boek vinden we nog een aantal (soms wonderlijke) verhalen uit de wereldse en kerkelijke geschiedenis. Opnieuw blijkt hoe kritisch Van kampen is bij de interpretatie van de gebeurtenissen. "Is dat Gods leiding? Dat weten we niet. We hebben van Godswege immers geen uitleg over het gebeurde ontvangen?" (230).
Ik heb de neiging om veel meer uit dit boek door te geven in 'Opbouw', maar het is natuurlijk niet de bedoeling om het halve boek over te typen. Duidelijk mag zijn dat ik 'In Gods hand' heel geboeid heb gelezen en dat ik blij ben dát ik deze publicatie heb mogen lezen. Daarin zal ik niet de enige zijn. Van Kampen schrijft met kennis van zaken. Hij is naar mijn mening evenwichtig in zijn conclusies. Treffend en vaak verrassend zijn de vele citaten die hij in het boek weergeeft. Ik heb de indruk dat deze publicatie zowel in evangelische- als in gereformeerde kring heel goede diensten kan bewijzen.
Voor jong en oud
Het boek lijkt in de eerste plaats geschreven te zijn voor jongeren. Aan de ene kant zijn zij soms heel intens op zoek naar Gods leiding in hun leven. Ze kunnen teleurgesteld zijn als ze geen antwoord lijken te ontvangen.
Voor hen laat Van Kampen zien dat Gods leiding ook bij heel overtuigde christenen lang niet altijd zo duidelijk direct aanwezig is. Hij laat ook zien dat je voorzichtig om moet gaan met tekenen en met uitspraken van mensen die zo zeker lijken te weten wat Gods bedoeling op een bepaald moment is. Aan de andere kant zijn er veel jongeren voor wie God in het dagelijks leven heel ver weg lijkt. Voor hen is het goed om te horen dat je wel degelijk in je leven rekening moet houden met wat God van je vraagt.
Daarmee kom ik nog wel op een kritische kanttekening: het boek lijkt mij voor veel jongeren 'te hoog gegrepen'.
Voor gebruik in deze vorm op een jeugdvereniging zou ik het niet direct aanraden. Dat is jammer, omdat ik de boodschap die Van Kampen brengt zo belangrijk vind. Juist jongeren in de leeftijd van ongeveer 16jaar staan voor belangrijke keuzen in hun leven. Zou het mogelijk zijn om dit boek te bewerken in de vorm van een aantal schetsen die gemakkelijker voor een jeugdvereniging te hanteren zijn? Overigens: het boek is zeker niet alleen voor jongeren. Voor ouderen, die denken dat alles in hun leven al 'geregeld' is zou het lezen van dit boek heel goed zijn. Dat geldt ook voor minder zekeren ouderen die een 'midlifecrisis' meemaken (202) en die opnieuw beslissingen moeten nemen.
Niet alleen
'Door Zijn Hand' is geen receptenboek waaruit ik nu kan halen wat Gods bedoeling is voor mijn leven. Terecht stelt Van Kampen dat de weg die God met iemand gaat heel verschillend kan zijn. Toch is onze God geen grillige God, Hij heeft een doel met ons leven. Het zou jammer (én zonde) zijn als we geen rekening houden met Gods leiding in ons leven. Want we staan er uiteindelijk als christenen niet alleen voor.
Noten:
1. N.a.v.: drs. Pieter van Kampen, Door Zijn Hand (Gods leiding in ons leven). Uitgave: Kok Voorhoeve-Kampen (Verbo Reeks). 1993, 250 pagina's, f 34,90.
2. Prof. dr. A. Troost: Ervaring gaat nooit aan het geloof vooraf, Nederlands Dagblad, 15 oktober 1993.
3. Te denken valt bijvoorbeeld aan bijdragen van drs. W.G. Rietkerk (o.a. in het septembernummer van 'Beweging').