Kerkeraadsbeleid inzake relaties en relatievormen (2)

1993-11-19
  • Jaargang 37
  • nummer 24
De bijbelse voorschriften inzake relaties en relatievormen zijn lééfrege/s. Ze zijn heilzaam en wijs. Waarom ze zich - ook vanuit menselijke optiek - goed laten verdedigen, wil ik dit artikel pogen onder woorden te brengen.

Totaalrelatie
Wanneer een man en vrouw hun leven delen (al dan niet getrouwd), hebben ze een totaalrelatie. Dit ter onderscheiding van deelrelaties. Een deelrelatie hebben we met onze ouders, familie, vrienden, kennissen, collega’s, buren enz. Ze zijn van niet te onderschatterd belang, maar betreffen - normaal gesproken - slechts een stukje van ons leven. Een totaal relatie hebben we alleen maar met die ene, tegen wie we met hart en ziel 'ja' hebben gezegd: onze man, onze vrouw.
Met hem of haar delen we alles, nou ja, bijna alles: het huis, het inkomen, het bed, de kinderen - zo God ze geeft - , onze hoogte- en dieptepunten, onze sterke en zwakke kanten, de vreugde en het verdriet, en dat allemaal tot in onze grijze dagen, als het even kan. Hel aangaan van een totaal relatie is letterlijk een levensgrote stap, je bent er met hart, ziel en lichaam bij betrokken. Vanuit dit ingrijpende karakter van een totaal relatie, laten de bijbelse voorschriften zich verstaan.

Verscheurd bestaan
Om met het verbod op het ongelijk span te beginnen: bij echt geloof wordt in het leven ook een diepe laag aangeboord, een laag die tot de fundamenten van ons bestaan behoort. Gelovend leven is luisterend leven: je leven horend naar het Woord van God leven, luisterend naar de stem van de Goede Herder. Gelovend leven is biddend en dankend, lovend en prijzend leven: bij de alledaagse kleine en grote vreugden en verdriet gaan tot God, de Schepper, de Vader. Gelovend leven is getroost leven, zelfs met de dood voor ogen. Gelovend leven is kritisch leven: leef ik, leven we op niveau van het Woord van God? Gelovend leven is dienstbaar leven: toegewijd aan Christus, zijn kerk en de wereld.
Een gelovige, die een totaalrelatie aangaat, heeft dus met twee zeer fundamentele relaties te maken: de relatie tot God en de relatie tot de levenspartner. Wat een handicap voor je relatie, voor je geluk, voor je toewijding aan God is het, om zo'n fundamenteel stuk van je leven niet met elkaar te kunnen delen! Het kan bijna niet anders tot de combinatie van gelovend leven en een ongelovige partner, leidt tot een verscheurd bestaan. Of tot een minder toegewijd leven aan de HERE... Daarom schrijft de Schrift voor te huwen met een gelovige partner.

Bescherming
Tegelijk laat zich uit het ingrijpende karakter van een totaal relatie de keuze vóór het huwelijk en tégen samenwonen verklaren. Het is machtig mooi om je leven voor bijna 100% te delen met een ander, maar ook heel riskant. Binnen die relatie kun je elkaar tot grote zegen zijn, maar ook tot een vloek. Je kunt de ander bouwen, je kunt de ander breken. Daarom moet er heel zorgvuldig mee worden omgegaan. Mensen die een totaal relatie aangaan moeten beschermd worden.
Vandaar het pleidooi voor betrokkenheid van de wetgever en het afleggen van een publieke belofte van trouw.
Die bescherming is natuurlijk geen garantie dat er niets misgaat. Samenwonen is niet tot mislukken gedoemd, en trouwen bij voorbaat geen succes. Toch ontneemt dit trieste fëit het huwelijk niet haar zin. Ook een ziektekostenverzekering garandeert absoluut niet, dat je niet ziek wordt, maar desondanks is het nog wel zinnig er één af te sluiten! De zin van de officiële huwelijkssluiting wordt op verschillende manieren door de praktijk bevestigd.

Te laagdrempelig
Mijn stellige indruk is, dat jongeren geneigd zijn de keuze voor een huwelijk wat langer uit te stellen, dan de keuze om samen te wonen. Samenwonen is een laagdrempelige samenlevingsvorm. Je trekt 'even' (ik chargeer) bij elkaar in. Bij trouwen ligt dat anders: je doet het pas als je zeker weet 'de ware' gevonden te hebben (ik generaliseer). Daarin zit iets heilzaams. Met een auto kun je een proefrit maken, maar met je medemens niet. Eenmaal samen heb je een stap gezet van grote emotionele, psychische en sociale betekenis. Dat de drempel om met elkaar zo'n relatie aan te gaan aan de hoge kant ligt, is daarom zo gek nog niet. Terzijde, in dit verband zou ik ook een pleidooi willen voeren voor de verkeringstijd als een tijd van onbevangen én serieus opbouwen van je relatie. In een samenleving waarin de kwaliteit van een relatie zo belangrijk is als de onze, kunnen we ons een slordige voorbereiding op het huwelijk niet permitteren. Hier zie ik een taak liggen voor de familie en vrienden, maar ook voor de predikant.

Samenlevingscontract
De zin van het officiële huwelijk wordt op nog een manier bevestigd. Door te trouwen wordt een koppeling gelegd tussen liefde en recht, preciezer gezegd, tussen het aangaan van een totaal relatie en het juridische. Ook deze koppeling is, gegeven het ingrijpend karakter van een totaal relatie, zinvol. Omdat er sprake is van een levensgrote stap moet die met de nodige voorzorgsmaatregelen omringd worden. Inmiddels heb ik verschillende gescheiden mensen gesproken die zich hierin konden vinden. Zij waren met hun tweede partner (nog) niet hertrouwd, maar hadden wel een samenlevingscontract afgesloten waarin ze - juist vanwege hun echtscheidingservaring - bepaalde dingen lieten vastleggen, voordat ze bij elkaar introkken.
Even los van de vraag of ik hiermee gelukkig ben, bevestigt dit, dat het aangaan van een totaal relatie rechtsbescherm ing behoeft.

Diepe laag van mens-zijn
Ook de terughoudendheid ten aanzien van geslachtsgemeenschap in verkeringstijd valt met menselijke argumenten te verdedigen. Binnen een relatie neemt het lichamelijke kontakt namelijk een heel eigen plaats in. Is het aangaan van een totaal relatie al ingrijpend, de lichamelijke eenwording van een man en een vrouw is zo mogelijk nog ingrijpender. Een uiterst diepe laag van het mens-zijn wordt erdoor geraakt. Ook dit laat zich door vele voorbeelden illustreren. Van het huwelijk dat stuk ging, omdat hij of zij 'het' met een ander deed, tot de vrouw die psychisch kapot is ten gevolge van ongewenste intimiteiten. Van de mensen die hun ogen na het hoogtepunt beschaamd afwenden om te verbergen dat er geen liefde in te lezen valt, tot de onuitwisbare herinnering aan een kortstondig seksueel contact in het (verre?) verleden, die heel het huwelijk meegaat. Het hebben van gemeenschap is een uiterst intense ervaring, waarbij je als mens helemaal en diepgaand betrokken bent. Waar man en vrouw lichamelijk één zijn, stort hij in zekere zin zichzélf in haar uit en ontvangt zij hem min of meer met lichaam én ziel.

Veilig vrijen
In dit licht voeren we een pleidooi voor 'veilig vrijen'. Van deze woorden maakt de moderne mens een karikatuur door ze toe te passen op condoomgebruik. Hij moet overigens wel.. Binnen onze zienswijze heeft het woord veilig een veel diepere en vollere betekenis. Veilig vrijen heeft iets van wat Adam en Eva hadden in de hof, voor de zondeval. Het houdt in, dat je onbevangen naakt kan staan tegenover elkaar, zowel voor als na het vrijen, zowel lichamelijk als geestelijk, omdat je je bij elkaar geborgen weet. Hij/zij gééft om de mens die ik ben, laat me niet vallen, wil me geen pijn of verdriet doen, is me trouw.
Echt veilig vrijen kan eigenlijk alleen maar, wanneer je bereid bent de volle verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen, voor datgene wat je ontvangt en geeft. En dan denk je toch gauw aan het veilige kader van een verbondssluiting.
Dan probeer je elkaar in ieder geval de maximale veiligheid te geven (niet te garanderen), die je menselijkerwijs in staat bent elkaar te bieden.

Iets goeds te verdedigen
Wat ik in dit artikel wil laten zien, is dat de christelijke moraal alles te maken heeft, niet met fatsoensrakkerij, maar met zuivere menselijkheid, integer leven, verantwoordelijkheidsbesef. Hiermee is de zin van het gebod niet uitgeput. Wat bijvoorbeeld geheel buiten beschouwing is gebleven, is het leven 'tot eer van God'. Ook de Schepper wil wat te zeggen hebben over de wijze waarop zijn schepping gebruikt wordt! AI is het alleen al, dat Hij het in de mens heeft gelegd om middels de geslachtsgemeenschap de voortplanting te laten plaatsvinden ... Maar dit argument zal jongeren in eerste instantie misschien niet zo aanspreken. Vandaar die nadruk in dit artikel op de ingrijpende emotionele, de psychische en de sociale betekenis van de totaalrelatie en het lichamelijke één-zijn van man en vrouw. We hebben iets om mee voor de dag te komen, regels ten leven. Dat mogen we naar de jongeren best een beetje uitstralen.

Gesprek aangaan
Alles overziend zou ik de kerkenraden willen aansporen de dingen niet op hun beloop te laten, maar met de betrokkenen het gesprek over deze dingen aan te gaan. Laten we ook het effect van onze eventuele nalatigheid op langere termijn niet uit het oog verliezen: wanneer we de tijdgeest op zijn beloop laten, gaat de tijdgeest onherroepelijk op de loop met ons.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief