Het ongevraagde teken van God Zelf
1993-12-03
Het was met het huis van David niet best gesteld in de dagen van Jesaja. Koning Achaz regeerde, en hij wa s geen man naar Gods hart als zijn voorvader David. Toch krijgt hij de woorden van God te horen. Tot beschamens toe, zou je haast zeggen. Wanneer hij in het nauw zit omdat vijanden hem bedreigen komt Jesaja hem vertellen, dat hij niet bang hoeft te zijn. De HERE zal uitredding geven. Achaz mag zelfs om een teken vragen. Tot verbijstering van de profeet bedankt hij daarvoor, met het vrome praatje: ik wil de HERE niet verzoeken.- Jaargang 37
- nummer 25
Nee, Achaz zit niet op God te wachten. De profeet van God, die hem achtervolgt met beloften van heil, wordt beleefd de deur gewezen. Achaz verwacht zijn heil van het uitzitten van de belegering en de hulp van de koning van Assur.
Maar het meest zal hij geïrriteerd zijn geweest, dat de profeet zei: "Indien gij niet gelooft, voorwaar, gij wordt niet bevestigd." Gods woorden vragen geloof, en Achaz had zijn vertrouwen al geschonken aan de koning van Assur.
Geheel ten onrechte, zoals later bleek. Toch moet koning Achaz een teken in ontvangst nemen. Als hij zelf niet een teken wil aanduiden, zal de HERE het wel doen door Jesaja. Een heel merkwaardig teken: er zal een jonkvrouw zwanger worden en een zoon baren. Zij zal hem de naam Immanuël geven. Nu hoeven we ons niet in taalkundige beschouwingen te verliezen over de precieze betekenis van het woord dat hier met 'jonkvrouw' wordt vertaald. De aanhaling in het Nieuwe Testament in Mattheüs 1:23 en ook de joodse vertaling in het Grieks vóór Christus (toen er dus nog geen confrontatie met de christelijke belijdenis van de maagdelijke geboorte was) pleiten voor de betekenis 'maagd'. Ook is op geen stukken na duidelijk, wat de HERE met deze belofte op het oog had. Was het de jonge vrouw van de koning? Of iemand anders uit zijn omgeving? Ook hier valt over te speculeren.
Maar het teken was niet schokkend en veelzeggend vanwege deze dingen. Het punt waar het om gaat is iets anders, namelijk: Achaz . staat er buiten. De belofte van heil wordt nog eens onderstreept door een ons verder onbekende vrouw; zij geeft die naam van geloof aan het kind. Het geslacht van David heeft gefaald in het op het eigen kracht verder leiden van Gods volk. Maar of Achaz wil of niet: Gods bevrijding komt wel. Omwille van de belofte, aan David gedaan, en de belofte aan Adam en Eva gedaan.
Wat een lankmoedigheid en wijsheid bewijst God hier. Daar denken we toch altijd weer te klein van.
Wat heeft Hij Achaz niet alleen lang verdragen, Hij blijft zelfs van heil en verlossing spreken toen Achaz daar allang geen behoefte meer aan had. Hij blijft oproepen tot geloof. Grotere illustratie van Gods geduld is niet denkbaar. Hij laat mensen niet zomaar vallen; zelfs als ze zelf gesprongen zijn spreekt Hij ze nog aan.
Toch: wanneer God verder wil werken aan zijn belofte om weer bij de mensen te wonen en met de mensen te zijn, moet Hij maar niet op mensen rekenen. Zelfs niet op de zoon van David. En dat doet Hij dan ook niet.
Mensen zitten niet te wachten op de verlossing van Godswege. Vaak ook niet mensen, die door Hem al van jongs af aan zijn aangesproken. Vergeten wij niet Gods lankmoedigheid in de omgang met elkaar; en ook niet, dat Hij zijn werk nooit door mensen zal laten verbreken. Je mag toch zeggen: Gods doorzettingsvermogen is grenzeloos.
Wanneer Hij verlossing belooft, brengt Hij die.
Wanneer later een zoon van David, Jozef, tot zijn vreugde mag horen, dat Immanuël geboren zal worden uit zijn vrouw, is het geheel Gods werk. Ze is zwanger uit de Heilige Geest; Jozef staat er buiten. Hij verleent aan Immanuël de wettelijke positie van zoon van David. Dat is zijn bijdrage namens het geslacht van David: Jezus werd tot zijn wettelijke zoon gerekend. Maar het is volledig Gods werk. Zodat wij nooit op mensen hoeven letten en menen, dat er van Gods koninkrijk wel niet veel zal komen; de HERE zelf geeft het teken in de maagdelijke geboorte van zijn Zoon. Aan een ongelovige Achaz, aan een ongelovige wereld, verloren in schuld. Gods belofte wordt heerlijk vervuld. Hij wil zijn heil aan mensen geven. En Hij doet het. Hier is inderdaad Immanuël, God met ons, die geboren zal worden.
En als God met ons is, wie zal tegen ons zijn? We kunnen ook nooit meer denken, dat de verloste wereld er komen moet door onze handen. Dit werk is door Gods alvermogen, door 's HEREN hand alleen geschied. De verlossing is op alle fronten gekomen. Een ieder, die gelooft, wordt bevestigd. Ondanks de mensen, dankzij God. Vrede op aarde? Ere zij God!