De christen en de verlichting
1993-12-03
Het rumoer rondom het partijlidmaatschap van de vrouw in de SGP en het besluit van de vrijgemaakte synode inzake het actieve kiesrecht van de vrouw in de kerk zijn er het bewijs van dat geen christelijke 'gemeenschap hoe behoudend ook aan de emancipatie ontkomt. Natuurlijk, men .zal bij elk stapje in die richting zeggen dat het iets volslagen anders is dan toegeven aan de tijdgeest, dat men op grond van betere bijbeluitleg tot een veranderde opstelling is gekomen en dat dit dan ook helemaal niet wil zeggen dat na dit ene schaap over de dam er meer zullen volgen (dat het bijvoorbeeld van stemrecht voor de vrouw in de kerk zal komen tot openstelling van het diakenambt en verder).- Jaargang 37
- nummer 25
Zeker, men zal dit bij hoog en bij laag beweren, maar wie in een terugblik het christelijke leven van de laatste decenniën overziet die zal met een glimlach van vertedering zulke gemaakte voorbehouden herkennen: Ach ja, zo zei men dat elders enige jaren geleden ook. En kijk eens hoe het daarna in die verschillende groeperingen wel degelijk verder is gegaan. Dat deden zij niet eens, dat overkwam hun! Inderdaad, hoe waar is dat! Want hoe men ook praat en studeert en hoe dikke rapporten men ook schrijft, het emancipatieproces is niet te stuiten en gaat soeverein z'n eigen gang. Het is van de dagen der Verlichting af bezig zijn onstuitbare loop te volgen en het gaat door totdat ook het laatste reservoir van ouderwetsheid, dat van de SGP, is aangesproken en opgebruikt. Nee, ik zeg niet dat dit proces een ononderbroken lijn vertoont. De opkomst van de islam bijvoorbeeld zou ook hier voor een machtige recessie kunnen zorgen. (De islam immers die zes eeuwen jonger is dan wij staat nu historisch op het punt waar wij waren toen de Middeleeuwen begonnen af te lopen). Maar ook deze recessie zal van tijdelijke aard zijn. Emancipatie behoort noodzakelijk tot de ontwikkeling van het menselijk geslacht zoals de volwassenwording tot het leven van het individu. Probeer je maar eens in te denken dat een besluit als van de vrijgemaakte synode teruggedraaid zou worden. Dat is ondenkbaar, het maakt deel uit van een onomkeerbaar proces.
Het positieve van de emancipatie
Ik weet wel dat dit soort gepraat sommigen onder ons tot in de nieren kan prikkelen. Ze worden er even kwaad om als om wat destijds Colijn schreef na de capitulatie voor de Duitse overmacht. Die pleitte toen voor realiteitszin. Dat men zich nu maar bij de ontwikkeling van de feiten moest neerleggen. Wat is bij velen de leider toen tegengevallen! Wat een defaitisme! Wat een ontmoedigende praat! Men had toen gelijk. Alles komt er nu echter op aan hoe men dat emancipatieproces beschouwt. Is het inderdaad even negatief te beoordelen als destijds de Duitse inval? Of kan het positief verstaan worden? Ik denk dat op die vraag een genuanceerd antwoord gepast is. De wijsgeer Immanuël Kant definieerde ooit de Verlichting van de zeventiende, achttiende eeuw als het naar voren treden van de mens uit zijn schuldige onmondigheid. Aardig gezegd maar wat is nu precies die onmondigheid? Slaat dat op het vastzitten in en het vasthouden aan allerlei achterhaalde opvattingen inzake de inrichting van het leven of gaat het veel verder, in die zin dat de mens vrij moet komen van zijn Schepper die in Christus ook onze Verlosser is? Moeten wij het in verband brengen met Psalm 2 : 3: "Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!", of heeft het te maken met wat de apostel schrijft in het Hooglied der liefde dat hij, een man geworden, heeft afgelegd hetgeen éens kinds was (I Kor. 13: 11; in Gal. 4: 1vv past Paulus het beeld van de volwassenwording toe op het volk van God)? Dat zijn twee Schriftaanhalingen en welk van die twee werpt nu het juiste licht op het onderhavige proces? Ik zou zeggen: Moeten wij de eerste duiding met alle kracht verwerpen, uit de laatste blijkt dat er ook in een positieve zin over de emancipatie te denken en te spreken valt, ja, dat het niet-rekenen daarmee inderdaad tot een schuldige onmondigheid kan voeren.
Relativering gewenst
"Afleggen hetgeen des kinds is", wat zou dat nu kunnen zijn? Ik denk dat daar onder christenen niet gemakkelijk eensternrniqheid over te bereiken is. De oorzaak van dit verschil is dat men over het woord 'kind' niet gelijk denkt. Vat je 'kind' op in de zin van 'kind van God', dan zijn we gauw klaar, dan valt er helemaal niets af te leggen. Kindschap Gods is immers niet aan ontwikkeling onderhevig. Of je nu Abraham heet of Henk de Jong, dat maakt in dit opzicht geen verschil.
Gods vaderliefde is voor al zijn kinderen gelijk. Maar 'kind' betekent in dat woord van Paulus kennelijk 'onvolwassene' en dat maakt alles wel wat anders. Want dat betekent dat het volwassen worden van je vergt dat je bepaalde opinies aflegt en bepaalde gedragingen herziet. En daar begint de onenigheid. Want wat de een een teken van volwassenheid noemt is voor de ander een bewijs van ongehoorzaamheid. Dat is altijd zo geweest en dat dit verschil nog eens bijgelegd zal worden ligt niet in het verschiet. Toch is er een lichtpuntje. De tegenstelling is namelijk niet zuiver, niet totaal. Ook degene immers die aan al het vroegere wil vasthouden kent de inconsequentie van het afleggen en loslaten, terwijl van de andere kant op meest vooruitstrevende zijn tegenstrijdige momenten van vasthouden heeft. Allemaal leggen wij min of meer af en allemaal houden wij min of meer vast. Niet principieel maar gradueel gaan de mensen op dit punt uiteen. Deze relativering van het verschil zou al voor enige verdraagzaamheid bij de behoudenden en voor enig respect bij de vooruitstrevenden kunnen zorgen.
Respekt, daar zeg ik wat! Ik herinner mij dat ik eens voor de Wageningse studenten van SSR een dagsluiting hield. Het was in de dagen van EIspeet: inenten tegen potlo of niet? De golven van verontwaardiging over zoveel christendommelijke achterlijkheid sloegen hoog op. Ik heb toen om geen olie op het vuur maar op de golven te gooien opgemerkt dat we in de ogen van de wereld allemaal Elspeters zijn. "Matig je hovaardij!" En onlangs hoorde ik Kuitert in een interview over de vrouwenkwestie in de SGP beginnen met te zeggen dat het nog niet zo lang geleden is dat we er allemaal zo achterhaald over dachten. Dit zijn geen opmerkingen die bedoelen de emancipatie de wind uit de zeilen te nemen (gesteld al dat dat zou kunnen) maar om de hooghartige verachting tegen te gaan die de emancipatie zo vaak heeft ontsierd. En die verachting is opmerkelijk genoeg juist daar het grootst waar men nog maar net losgekomen is van achterhaalde opvattingen.
Het christelijk sturen van de emancipatie
Wij kunnen als christenen de emancipatie niet tegenhouden. Alle pogingen daartoe zullen in frustratie eindigen.
Maar er is wel alle reden om het emancipatieproces christelijk te sturen.
"De kennis 'maakt opgeblazen maar de liefde bouwt op", schreef de apostel Paulus aan de Korinthiërs ter zake van het al of niet eten van aan afgoden geofferd vlees (I Kor. 8 : 1) Zouden we met dit geweldige bijbelwoord niet een christelijke draai aan de emancipatie kunnen geven? De Verlichting, zoals we die in onze Europese cultuur hebben gekregen, is die inderdaad niet teveel een kwestie van enkel kennis geweest? Van die kennis die opgeblazen maakt? Wat hebben de mensen van de Verlichting (die weliswaar in de zeventiende, achttiende eeuw begonnen is maar eigenlijk nog steeds in onze westerse cultuur nadeint, zeker in de kerkelijke subculturen) de kerk en het geloof veracht! Wat hebben ze neergekeken op degenen die in de nachtschuit van het geloof bleven zitten en in de achterhaald heden van de bijbel bleven hangen. Het was alles in hun ogen versmadelijke domkopperij. Het heeft voor christenen aan de hooggeroemde Aufklärung een hatelijke bijsmaak gegeven. Zo geheel anders dan wat we in de Schrift over· de verlichting lezen. Spreekt de Schrift dan over de verlichting? Wel zeker!
Lees maar mee: "Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat" schrijft Johannes, "die is in de duisternis tot nu toe" en "Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht. .." (I Joh. 2: 9 en 10).
Verlichting, onmiskenbaar. Maar dit beeld ervan heeft de Europese Verlichting niet te zien gegeven. Bepaald niet! Deze apostel heeft het dan ook over een andere verlichting. Niet die van een doorbraak van de kennis maar van de liefde. Niet van de kennis die opgeblazen maakt, maar van de liefde die opbouwt. De gedachte namelijk die Johannes in dit gedeelte van zijn brief ontwikkelt is deze dat met de komst van de Heiland in de wereld ("Het waarachtige licht schijnt reeds") er voor de liefde eigenlijk geen beperkingen en remmingen meer zijn. De zaak van de liefde staat er sindsdien opperbest voor. Er is nu met en na Christus achter het oude liefdegebod zo'n geweldig motief komen te staan dat alle bergen vlak kunnen worden en alle zeeën droog. En deze stralende opgang van de liefde, die heet nu in de bijbel 'verlichting'. Zouden we deze bijbelse verlichting niet moeten paren aan de historische beweging van die naam? Zou dat niet de bijdrage van de gemeente aan het ontwikkelingsproces van het menselijke geslacht kunnen zijn? Dat wij de progressie in kennis (en de daarmee hand in hand gaande emancipatie) adelen door er een voortgang in liefde mee gepaard te laten gaan? Omdat liefde meer is dan kennis moet dan kunnen.
De liefde van het nieuwe voor het oude
Wat zou de taak van de Iiefde dan kunnen zijn in het emancipatieproces?
Dat ze niet alleen het nieuwe zo positief mogelijk tegemoet treedt maar ook het oude met respect en sympathie bejegent. Dat ze op zoek gaat naar het goede in het oude om te proberen dat in het nieuwe mee te nemen. Zo zou je je - om van dit laatste een voorbeeld te geven - af kunnen vragen of in de ondergeschiktheidsverhouding van vroeger tussen mannen en vrouwen de eigenheid van de vrouw niet meer gewaarborgd was dan nu. Neem nu de boerin op de boerderij van vroeger tijd aan wie bijvoorbeeld de hele kaasmakerij was toevertrouwd. Wat een soevereiniteit in eigen kring! Het is waar, de boerin stond daardoor nog niet op één lijn met de boer maar ze was op deze manier wel een heuse 'hulpe als tegenover hem', zoals de Staten Vertaling van Genesis 2 : 18 het zo mooi zegt (het 'hulp die bij hem past' van de NBG is beslist niet te mannig). Dat met eigenheid gevulde 'tegenover' van de vrouw nu, wat stellig een goed is (en niet alleen in het huwelijk!), gaat dat in de tegenwoordige emancipatie niet wat teloor? kun je vragen. Zeker, de bijbelse beschikkingsmacht van de man over de vrouw is verdwenen en ik zie het als een misverstaan van wat bijbels christendom is om te proberen dat stukje vroegere cultuur aan te houden of terug te halen, maar ging en gaat er met dat verdwijnen niet teveel eigenheid van de vrouw overboord?
Nog te vaak aapt in het feminisme de vrouw de man na, tot in zijn hebbelijkheden en fouten toe, is (niet alleen) mijn indruk. Terwijl moslimvrouwen, met name zij die in onze streken tot de islam zijn overgegaan, de ruimte roemen die ze in hun nieuwe godsdienst juist voor hun vrouw-zijn krijgen. Zou dat dus niet de functie van de liefde in het emancipatieproces kunnen zijn dat ze het oud overgeleverde bekijkt met de instelling van "Verderf niet! Er is nog een zegen in!" (vgl. Jes. 65 : 8)?
Is dat trouwens niet een kenmerkende trek van het christen-zijn in het algemeen dat het het oude altijd probeert te integreren in het nieuwe? Denk maar aan het Nieuwe Testament dat het Oude niet heeft afgeschaft of weggedrukt maar de essentie daarvan juist in zich heeft opgenomen. Die liefde van het Nieuwe Testament voor het Oude, en dus van het nieuwe in het algemeen voor het oude in het algemeen, die hebben we geloof ik broodnodig in het emancipatieproces. Het is de antirevolutionaire liefde van "Eer uw vader en uw moeder".
Kennis en geloof zijn niet hetzelfde
De progressie van de kennis adelen door een voortgang in de liefde, - we zouden daar in eigen kring mee kunnen beginnen. Want ook onder christenen van één kerk en zelfs van één gemeente komt het voor dat tegenover veroordelende behoudzucht niets anders dan minachtende progressiviteit komt te staan. Wat er dan in zo'n gemeenschap ook doorgebroken mag zijn - de liefde niet! Het staat voor mij vast dat er veel meer broeders en zusters gewonnen zouden kunnen worden voor de vooruitstrevendheid wanneer ze maar de indruk kregen dat hun behoudende opvattingen met respect bejegend worden en dat men er eerlijk z'n best voor doet het goede en mooie ervan in het nieuwe te integreren.
Heeft het daar niet teveel aan ontbroken? Ik denk dat de vooruitstrevenden onder ons voor dit gebrek een blinde vlek hebben. Ze zien het gewoon niet. Dat komt wellicht doordat in onze kringen geloof en kennis zo dicht aan elkaar verbonden zitten dat we niet door hebben dat we kennis gemakkelijk voor geloof (en dan natuurlijk het enige echte en ware geloof) verslijten. Dus wat is nou liefde voor de in kennis achterblijvenden!? Het zijn immers eigenlijk toch maar de ongelovigen met wie geen rekening kan worden gehouden wil je van kerk kunnen blijven spreken? Kenniskennis-
kennis, weten-weten-weten,een gereformeerde, zo heb ik wel eens gekscherend gedefinieerd, is iemand die dom zijn erger vindt dan slecht-zijn (vandaar misschien zijn voorliefde voor de misdaadroman en -film). Het zou wel eens juist in de gemeente kunnen zijn dat de kennis zich het meest opgeblazen gedraagt. Vanwege die gezegde verwarring tussen .kennis en geloof.
Emancipatie in de Bijbel zelf
Maar we behoeven de schuld niet eenzijdig naar één kant toe te schuiven.
Dat de kerk de boot mist in het leveren van een christelijke bijdrage aan het emancipatieproces ligt ook nog aan iets anders. En daarbij moet ik de kant van de behoudenden uitkijken.
Zij vinden elke emancipatie in strijd met het Woord van God. Willen we aan het gezag van de Heilige Schrift gehoorzamen dan moeten we (zeggen ze) de cultuur van de bijbel integraal overnemen, inclusief alle gebruiken waarover de apostelen hun voorschriften gegeven hebben. Daarom waren ze vroeger tegen afschaffing van de slavernij en zijn ze nu vandaag tegen de gelijkschakeling van mannen en vrouwen. Bij hen legt de bijbel een stolp over het hele leven heen en wat de moderne ontwikkeling betreft: in plaats van er de stoot toe te geven knelt de Schrift die volgens hen af. Wat deze mensen totaal ontgaat is dat er in de bijbel zelf een ontwikkelingsproces gaande is. Onder andere daardoor verschilt onze godsdienst van de islam. De koran heeft niet dat eigenaardige van de bijbel dat er boeken uit heel verschillende tijden in samengebracht zijn. Het is daar alles in één tijd, om niet te zeggen: op één tijdstip, geopenbaard. In de bijbel echter liggen de eerste en de laatste boeken meer dan tien eeuwen uit elkaar. In de bijbel kom je het opmerkelijke tegen dat er dingen 'voor eeuwig' worden ingesteld (bijvoorbeeld de besnijdenis en de sabbat) die later toch weer teruggenomen worden of stilzwijgend buiten gebruik raken. In de oude tijd - om nog iets van die ontwikkeling te laten zien - worden alleen jongetjes besneden maar de doop die de besnijdenis opvolgt is voor mannen en vrouwen, voor jongens en meisjes gelijkelijk bedoeld.
Dat zijn ontwikkelingen en voor wat het laatste geval betreft kun je zelfs van emancipatie spreken: niet langer is de vrouw in de man begrepen. Daar zouden de behoudenden eens goed over na moeten denken. Ruilen ze de beweging van de bijbel niet voor verstarring in? Is de lavastroom van de Schrift bij hen niet gestold? En een tweede inzicht waarmee onze traditiegebonden broeders en zusters geholpen zouden kunnen zijn is dat men in het vasthouden aan het oude zelf niet consequent is en ook niet kan zijn. Zelfs aan de doopsgezinde Amishpeople van Noord Amerika die zoals bekend de bijbelse cultuur in alles proberen na te bootsen, is dat te zien. Ook zij ontkomen niet aan het compromis. Niemand ontkomt daaraan.
De Geest van God en de geest van
de tijd Wanneer de behoudenden hiermee gaan rekenen kunnen zij hun strijd om het behoud van dit of van dat niet meer met de laatste ernst voeren. In de bijbel zelf veranderen dingen en wat henzelf betreft zijn zij in hun vasthoudendheid niet consequent - dat moet toch, zou je zeggen, het standpunt van de behoudenden openbreken. Zouden we het verschil tussen wat aan gewoontes en levensinrichting vastgehouden moet worden en wat losgelaten kan worden daarom niet wat kunnen relativeren? Zodat voor de liefde waarmee wij de emancipatie in de wereld christelijk moeten sturen meer energie vrijkomt? Zoals het nu gaat, worden wij christenen te vaak vastgepind en vastgebonden door de onderlinge strijd over het blijvende en het wisselende van de dingen. En intussen woedt in de wereld buiten ons de opgeblazenheid van de kennis voort met schromelijke verwaarlozing van de liefde waardoor met name de behoudenden in het verdomhoekje terecht komen. Zou juist de gemeente niet de plaats kunnen zijn waar voorgeleefd wordt hoe dat eigenlijk moet tussen vooruitstrevenden en' behoudenden?
Maar zoals gezegd, daarvoor moet het inzicht doorbreken dat we in al de dingen die in de emancipatie aan de orde komen met niets anders dan adiafora te maken hebben, dat wil zeggen met dingen waarover je als christenen onderling van mening kunt verschillen. Wel dingen waarover de bijbel zich uitlaat, zeker, maar toch op zo'n manier dat je daarin behalve de Geest van God ook de geest van die tijd ontmoet. Dat inzicht zal voor de nodige ontspanning zorgen waardoor we aan de gezegde liefde toe kunnen komen. Maar wanneer we er aan beide kanten altijd maar weer geloofszaken van maken en er steeds het goddelijke gezag van de bijbel (dat we toch beter voor belangrijker zaken kunnen reserveren) bijhalen dan zuIlen onze handen geboeid blijven door een strijd op leven en dood over zogenaamde 'waarheid' en zogenaamde 'leugen' - een strijd die ons steeds meer buiten de markt van het leven zal plaatsen.