Overvloedig in het werk van de Here (1)
1993-12-03
Maandag 22 nov. 1993 overleed te Schiedam dominee C. Vonk. Hij mocht de hoge leeftijd van 89 jaar bereiken.- Jaargang 37
- nummer 25
Omdat hij een vooraanstaande positie innam in onze kerkgeschiedenis van de laatste zestig jaar en met hem een van de laatste prominenten uit de Schriftbeweging van de jaren dertig is heengegaan, besteden we in Opbouw wat ruimere aandacht aan zijn levensarbeid in decontext van zijn tijd. Het tweede deel van dit artikel wordt in het volgende nummer geplaatst.
Cornelis Vonk werd op 13 mei 1904 geboren in de gereformeerde pastorie te Gameren. Zijn vader was een begaafd linguïst, die zijn zoon reeds voor diens gymnasiumjaren de beginselen van het Latijn en Frans onderwees. Na zijn kandidaatsexamen aan de VU nam de jonge Vonk zich voor bij prof. V. Hepp te promoveren op de leer van de concursus, maar de Here leidde zijn leven in andere richting. Hij bewaarde de begaafde student voor verstrikking in scholastische dogmatiek en bestemde hem ervoor om Schriftgeleerde te worden. Zover was het voorlopig echter nog niet.
De jaren dertig
In 1929 betrok hij de gereformeerde pastorie te Baarland in de zak van Zuid-Beveland. Daar was zijn povere theologische bagage al spoedig uitgepakt. De jonge dominee Vonk was binnen twee jaar uitgepreekt. Op twijfel aan Gods beloften van mystieke gemeenteleden had hij vanuit zijn scholastische kennis geen afdoend antwoord. Wat moest hij beginnen?
Een ouderling wees hem op de kanttekeningen van de Statenbijbel en van toen af begon hij zich met al zijn gaven en krachten toe te leggen op de studie van de Heilige Schrift. Hij kreeg oog voor de diepe kloof tussen de intellectualistische begrippen van de scholastische theologie die hij aan de VU had ingedronken en het levende, praktische spreken van de Heilige Schrift.
Vooral de geschriften van A. Janse, met name diens boek Van de Rechtvaardigen, gaven hem de sleutel in handen. Later kwamen daar de werken van de hervormde ds. J.G. Woelderink nog bij. "Jan se en Woelderink hebben mij het verbond leren zien." Zijn preken veranderden. 'Theologie' zat er niet veel meer in. Wel heel veel van Gods Woord. Actueel in de gangbare zin van het woord zouden ze nooit worden, maar wel vol van de hevige en eeuwige actualiteit van het Evangelie van Jezus Christus. Wie Vonk in hun jeugd hoorden preken, zouden levenslang blijven verlangen naar klare Schriftopening op de kansels. Na drie jaar werd hij. nog maar achtentwintig jaar oud, als derde predikant beroepen te Schiedam waar hij van 1932-1972 dienaar des Woords is geweest. Op zijn achtenzestigste jaar ontving hij emeritaat, tot zijn spijt twee jaar voor de zijns inziens normale leeftijd van zeventig jaar. Evenals in Zeeland kwam hij ook in het vooroorlogse Schiedam in aanraking met de tweeling scholastiek en mystiek. Om de gemeente daartegen te wapenen schreef hij zijn beide boeken over Huisbezoek in Gods gemeente en Huisbezoek naar Gods geboden. Het tweede vond hij later als leidraad wat wettisch. Ze bevatten echter nog een schat van Schriftuurlijke wijsheid en basisonderwijs over de visie op de gemeente en de discussies over de toe-eigening des heils.
Onder prof. C. Veenhof stonden ze in·Kampen voor de ambtelijke vakken op de lijst van aanbevolen literatuur.
Reeds in deze boeken keerde hij zich tegen het scholastieke wedergeboortebegrip en de theologische beschouwing van Gods verbond als was het een corpus, met een in- en uitwendige zijde. Jaren later verheugde hij zich over de ontdekking van de oudoosterse verdragsteksten, die zo'n frappante overeenkomst vertonen met de Bijbelse verbondsteksten. Hij voelde zich daardoor bevestigd in de overtuiging, waartoe hij als jong predikant met moeite gekomen was, dat men aan een verbond of verdrag geen in- en uitwendige zijde kan onderscheiden.
In 1936werd hij hiervoor als 32-jarige predikant door een synodale commissie, bestaande uit enkele VU hoogleraren, op het matje geroepen en berispt! Men denke van de aanklevende spanning, die dit in die jaren voor een predikantsgezin meebracht, niet gering! In Schiedam had hij een wijk van 1700 zielen te bearbeiden. Hij was zo zuinig op zijn tijd dat hij zijn fietsenstalling extra beloonde als men zorgde dat hij nooit zijn banden hoefde op te pompen.
Want al studeerde hij hard, waar men hem in de gemeente nodig had, daar wilde hij wezen. En altijd met het Woord van God ("Een broodbezorger moet brood achterlaten"). Naar populariteit streefde hij niet, al sprak hij naar de begrippen van die tijd wel populaire en geen sacrale kanseltaal.
Dominees moesten zich echter volgens hem hoeden "voor de zonde van Absalom, die zich tussen de koning en zijn volk drong". Een vriend van de Bruidegom ontstele Hem niet de liefde van zijn bruid.
Mede belast met de redactie van het Schiedams Kerkblad begon hij daarin met het parafraseren van de brief aan de Galaten. Dat was toentertijd een vondst! Uit Vonks pionierswerk is tenslotte de volledige Parafrase van de Heilige Schrift gegroeid die door Wever in Franeker werd uitgegeven. Hij schreef daarin de deeltjes over Marcus, Romeinen, 1 en 2 Corinthe en Galaten.
De jaren veertig
Het sprak vanzelf dat ook Vonk zich met alle kracht keerde tegen de dogmatische producten die de synoden in de jaren veertig als goddelijke waarheden aan de kerken oplegden. Toch was hij een man des vredes, die ook later alles wou doen om de kerkelijke vrede te bewaren. In die vurige hoop schreef hij de mooie brochure: 'Is de tegenwoordige strijd over de wedergeboorte der kinderkens wel nodig?' A. Janse vond haar echter nog te 'theologisch' .
De Vrijmaking overkwam hem zijns ondanks. Na zijn schorsing en afzetting bleven bijna 1200 gemeenteleden hem trouw. Na de eerste afzonderlijke kerkdienst werd een dringend beroep op de gereformeerde kerk gedaan dit ook de laatste gescheiden kerkdienst te laten zijn. Dit verzoek werd helaas afgewezen. In 1965 zou de gereformeerde kerk van Schiedam de schorsing en afzetting van haar vroegere dienaar des Woords echter alsnog herroepen. Voordien hadden reeds enige vooraanstaande gereformeerden, een enkeling. op zijn sterfbed, zich met hem verzoend.
De kerkdiensten die tijdens de hongerwinter 's morgens om acht uur in de ijskoude Grote Kerk te Schiedam werden gehouden, waren voor velen onvergetelijk. Terwijl armada's bommenwerpers overvlogen naar Duitsland en de Rotterdamse havens en hijskranen vernietigd waren en velen met lege magen luisterden, verkondigde hij de nieuwtestamentische verbondswraak in de gedachtegang van de gewraakte leeruitspraken iets onbestaanbaars.
Inmiddels fietste hij door Zuid-Holland om her en der voorlichting te geven over de synodebesluiten. Toen het blad Reformatorische Stemmen fuseerde met De Vrije Kerk, werd hij hoofdredacteur. Als zodanig stond hij aan de wieg van het Nederlands Dagblad, dat immers als Gereformeerd Gezinsblad is voortgekomen uit De Vrije Kerk. Maar al gaf hij dit blad uit handen, het devies bleef hem levenslang dierbaar. 't Was een van de eerste teksten waarover hij na de vrijmaking preekte: "Staat dan in de vrijheid met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen", Gal. 5:1 SV.