Kerkenraadsbeleid inzake relaties en relatievormen (3)

1993-12-03
  • Jaargang 37
  • nummer 25
Dát er door de kerkenraad gereageerd moet worden op verkering van een gemeentelid met iemand die de HERE niet dient, of samenwoont, werd in de vorige artikelen verdedigd. Maar voordat we ingaan op de vraag hóe te reageren, willen we eerst stilstaan bij het kader waarbinnen het pastorale contact plaatsvindt. Een pleidooi voor geloofwaardig pastoraat.

Geloofwaardig kader
Wil het gesprek met jongeren overtuigen, dan zal het kader waarbinnen het gevoerd wordt geloofwaardig moeten zijn. Er zijn kaders denkbaar, waarin het op hun levensstijl aanspreken van jongeren nauwelijks geloofwaardig overkomt. Bij die kaders denk ik dan aan de thuissituatie, de betrokkenheid van de gemeente en het totale beleid van catechese, vermaan en tucht van de kerkenraad. Over alle drie een opmerking.

Opvoeding
We staan voor het feit, dat niet alleen de Heilige Geest, maar ook de tijdgeest behoorlijk door onze kerk waait.
Samenwonen, geslachtsgemeenschap voor het huwelijk (gepaard gaand met gebruik van voorbehoedmiddelen) e.d. zijn toch echt uitingen van wereldgelijkvormigheid. Dit bepaalt ons bij de vraag: Hoe komt het, dat onze jongeren zo vatbaar zijn voor de tijdgeest? Hier zou een hele artikelenreeks over te schrijven zijn. In dit verband wil ik bij één aspect de vinger leggen en wel bij de rol van de ouders. Dat bedoel ik niet generaliserend, alsof we bij ieder geval van samenwonen de oorzaak thuis moeten zoeken. Integendeel, te vaak merken echt voor de HERE levende ouders, die biddend hebben geprobeerd hun kinderen aan de hand van de HERE te leiden, tot hun verdriet, dat dat niet helemaal, soms zelfs helemaal niet gelukt is. Toch kan de houding van de ouders mede bepalend zijn voor de opstelling van de kinderen.

Zo vader, zo zoon?
Te denken valt bijvoorbeeld aan ouders, die samenwonen helemaal niet zo'n punt vinden. Ja, wat moet je als kerkenraad dan nog? Of, een meisje van 16 krijgt verkering met een ongelovige klasgenoot. Ouders kunnen daar slap of fatalistisch op reageren: "Ze is nog maar 16, het loopt zo'n vaart niet", of, "Nu is het gedaan".
Meerdere keren heb ik echter meegemaakt, dat ouders tot heil van hun kind de poot stijf hielden en met succes. Ik weet wel, het loopt ook wel eens anders - ernstig verstoorde verhoudingen - en dan is het nodig het roer om te gooien. Hoe het ook zij. voor het gesprek met jongeren maakt het wel degelijk uit hoe de ouders zich opstellen.
Te denken valt ook aan ouders die over deze dingen nooit goed en open hebben doorgesproken met hun kinderen.
Ik wil daar niet direct de staf over breken, je zou de ouders eerst eens moeten spreken. Mogelijk stonden schaamtegevoelens in de weg, mogelijk hadden ze zelf boter op hun hoofd. Maar, er kunnen ook kwalijke nalatigheid en gemakzucht achter zitten.
Soms vraag je je ook wel eens af of er bij de ouders vormen van wereldgelijkvormigheid zijn, andere vormen van wereldgelijkvormigheid, die de kinderen verder doen afglijden. Stel, als ouder lap je voortdurend de verkeersregels aan de laars en je toont ook op andere manieren geen respect voor de overheid te hebben, ben je dan niet bezig het individualisme in je kind voeding te geven? En welke bladen liggen op tafel? Privé, Story, de Panorama of de Telegraaf? Naar welke tv-programma's kijken we? Naar van ontrouw en overspel vergeven programma's?
Hoe brengen we onze kinderen dan normbesef bij? Denk ook maar aan de plaats van de ouders binnen de kerk, of de wijze waarop er thuis over de kerk gesproken wordt. Via de ouders kan een negatief beeld van de kerk ontstaan of de indruk worden gewekt, dat de kerk aan de rand van het leven hoort. Met alle gevolgen van dien. Weer een ander voorbeeld: mogelijk zijn we trouw in de kerkgang, maar desondanks zijn er nog heel wat afgodjes in ons leven: ons werk, ons huis, de tuin, de vrije tijd. Een materialistische en egocentrische inslag van de ouders werkt door in de kinderen.

Eén front
Dit alles heeft te maken met het kader waarbinnen we als kerkenraad het gesprek met jongeren aangaan. Om verschillende redenen is het goed dat in het oog te houden. Willen we als kerkenraad geloofwaardig overkomen, dan kunnen we er niet omheen, allereerst als ouders de HERE toegewijd te leven. Willen we de tijdgeest onder de jeugd een halt toeroepen (voor zover dat binnen ons bereik ligt). dan zullen we eerst zelf de geestelijke strijd moeten strijden.
Ook kan het in sommige situaties heel vruchtbaar zijn, als kerkenraad en ouders proberen één 'front' te vormen.
De kerkenraad steunt de ouders, de ouders steunen de kerkenraad, van die samenwerking gaat zegen uit. Uiteindelijk echter heeft de kerkenraad zijn eigen verantwoordelijkheid en moet hij zijn eigen lijn trekken. Soms ondanks de ouders, hoe pijnlijk dat ook kan zijn.

Gemeenschap
Willen wij het gesprek met jongeren aangaan, dan zullen zij niet alleen in naam, maar werkelijk bij de gemeente moeten horen. Stel, we leven wat langs jongeren heen. Pas als er sprake is van een ongelovige vriend-
(in) of samenwonen heeft de kerkenraad opeens interesse. Dan krijg je reacties als: "Jullie hebben me nooit zien staan en nu woon ik samen en opeens staat er een ouderling! dominee op de stoep!" Voorwaarde voor een goed gesprek over deze dingen is een naar jongeren open gemeenschap, waarin merkbaar om hen gegeven en voor hen gebeden wordt! In Opbouw 37ste jrg. no. 20 pag. 360 schreef H. Algra hier ook een stukje over. Hier zit nog een kant aan. Mijn indruk is, dat jongeren, die al op jongere leeftijd een beetje aan de rand van de gemeente zitten, tot een risicogroep behoren. De lossere band aan de gemeente leidt in onze open samenleving van het een tot het ander. Het tot de rand van de gemeente behoren is soms gevolg van de houding van de ouders, soms spelen andere factoren mee. Het is daarom echt zaak als het even kan alle jongeren bij de jeugdvereniging en andere jongerenactiviteiten te betrekken.
Een enkele keer heb je te maken met jongeren, die zich bij hun kerkelijke leeftijdsgenoten nooit thuis hebben gevoeld. Op catechisatie werden ze genegeerd of zelfs een beetje met de nek aangekeken. Jongeren kunnen soms heel hard en onwijs op elkaar reageren. AI op jonge leeftijd kunnen dan bitterheid en frustraties jegens de kerk wortel schieten, die het risiko van een buitenkerkelijke partner e.d. vergroten. Vangt de kerkenraad dergelijke signalen op, dan is het goed ze niet te laten liggen en waar mogelijk corrigerend op te treden. Hartelijke liefde doet meer, dan duizend mooie woorden bij elkaar!

Evenwichtig vermaan
We zullen ervoor moeten waken ons door bovengenoemde zaken sneller tot actie te laten prikkelen, dan door zonden die in een andere' sfeer dan het zevende gebod liggen. Soms kom je van die instinctieve reacties tegen.
Een stelletje blijkt samen te wonen en het eerste wat er binnen de kerkenraad over gezegd wordt, ls het houden van het Heilig Avondmaal. Deze reactie is ergens wel begrijpelijk. De kerke raad heeft binnen onze gereformeerde traditie toe te zien op het in goede, geestelijke orde verlopen van de avondmaalsviering. Toch lijkt deze eerste reactie op samenwonen me niet de beste. Wat tegen de borst stuit is die overspannenheid, waar het gaat om deze zonden. Zodra het zevende gebod in het geding is, zitten alle katten in de gordijnen. Maar nog nooit heb ik horen zeggen: Die of die is een workaholic, laten we hem afhouden van het Heilig Avondmaal. Of: die rijdt in een auto van ruim een ton, laten we 'm ... Of: hij spaart iedere maand f 250,-, dan heeft hij op zijn 65ste een ton of wat, laten we 'm maar afhouden van. We zouden er ook toe over kunnen gaan degenen, die niet voldoende aan hun VVB betalen van het HA af te kunnen houden. Enz. enz. Ik wil maar zeggen: er zijn ook andere signalen van wereldgelijkvormigheid in de gemeente, net zo tijdgeest doortrokken, waarbij we er niet over piekeren om tot tuchtmaatregelen over te gaan. Hiermee wil ik niet zeggen, dat we samenwonen etc. moeten laten lopen.
Wel, willen we geloofwaardig blijven in het pastorale vermaan, dan zullen we dit vermaan moeten toepassen op de oude mens in al zijn verschijningsvormen.

Open deuren?
Misschien worden bovenstaande opmerkingen ervaren als het intrappen van een stel open deuren. Natuurlijk moet de thuissituatie verdisconteerd worden, natuurt ijk moet er echt contact zijn etc. Desondanks meen ik er toch goed aan gedaan te hebben één en ander aan te stippen, alleen alom binnen het kader van deze bezinning voor zoveel mogelijk aspecten aandacht te hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief