Het beeld van de Vader (2)

1993-12-03
  • Jaargang 37
  • nummer 25
In het boek 'Muren van mijn hart' van Bruce Thompson komt een aangrijpend verhaal voor in het eerste deel.
Dat deel heet: 'afbraak van de persoonlijkheid' . Het gaat over een man, Larry genaamd, die getrouwd is en door zijn manier van leven zijn vrouw op de rand van een zenuwinzinking heeft gebracht. Deze vrouw is bij de (christelijke) hulpverlener Thompson terechtgekomen. Larry is verslaafd aan alcohol en drugs. Samen bidden zij voor een opening en tenslotte komt Larry ook in therapie. Aanvankelijk is hij één en al afweer en het kost Thompson heel wat moeite om tot de mens Larry door te dringen.
Maar uiteindelijk is hij in staat te vertellen waarom het zover met hem gekomen is. Nooit heeft iemand iets om hem gegeven. Zowel door zijn vader als zijn moeder is hij afgewezen. Zijn reactie is geweest: opstand en rebellie. Het heeft hem in de gevangenis gebracht. Zijn vrouw is de eerste mens geweest in zijn leven die om hem gaf. Thompson is in staat Larry te helpen door hem langzaam maar zeker een ander vaderbeeld bij te brengen, nl. het beeld van God de Vader. Pas wanneer Larry inziet dat God hem volledig aanvaardt en niet afwijst is hij in staat van zijn zelfhaat af te komen en het gedrag dat daar een gevolg van is.
Het is waarschijnlijk tussen Larry en zijn biologische vader nooit meer goed gekomen maar gelukkig met zijn leven wel en ook met de kans dat hij zijn eigen kinderen een goed beeld van de vader mee kan geven.
Deze therapie is voor Thompson het begin geweest van een heel scala van psychologische inzichten waarmee hij beschadigde mensen de weg terug kon wijzen via het geloof. Heel nederig geeft hij hiervan God de eer. Wat een verschil met René Diekstra, de man die ik vorige week beschreef. Beide begaafd, beide in hun jeugd gelovig, beide met een grote hoeveelheid mededogen en medeleven. Wat zijn nu de overeenkomsten en de verschillen van hun benadering. Beide gaan ze in gesprek, proberen de mensen zich volledig uit te laten praten. Zo komt de pijn boven. Dan zie je al meteen een verschil. Bij Diekstra moet de patiënt er samen met de hulpverlener uit zien te komen. Het beste resultaat dat je dan kunt verwachten is: het leren aanvaarden van wat geweest is. Vaak zijn verstoorde verhoudingen niet meer goed te krijgen, soms zijn de mensen in kwestie zelfs overleden. Bij Thompson komt er meteen een dimensie bij nl. God en de bijbel. Wat zegt de bijbel. Is het u ook wel eens opgevallen dat werkelijk alle mogelijke menselijke verhoudlnqen en vooral het falen daarbinnen in'de bijbel beschreven staan.
God heeft ons hiermee duidelijk willen maken dat wij met alles naar Hem toe kunnen gaan, Hij weet er al van.
Zo komen wij m.b.v. het geloof veel verder dan het aanvaarden, het ermee leren leven. Wij leren vergeven en ook in onszelf te kijken, te erkennen wat daar allemaal zit aan opstand en rebellie ook al komt het misschien niet zo duidelijk naar boven als bij Larry. Een volgende stap in de therapie is: werken aan jezelf. Ook hierin zit een overeenkomst en een verschil. Bij Diekstra komt alles uit de mens zelf voort, hier zit ook de gedachte achter dat alles in principe oplosbaar is.
Bij Thompson wordt God aan het werk gezet in een mensenleven en de mens wordt geacht hier actief bij mee te werken. De gedachte hierachter is: mensen willen een hoop maar kunnen weinig op eigen houtje.
Zo komen we weer terug bij het begin. Diekstra constateert evenals Thompson de gebrokenheid van de mens, de vader en de zoon die elkaar niet kennen, niet kunnen bereiken. Diekstra stelt voor om eens per jaar een vader en zoon dag te houden waarin een poging kan worden gedaan iets van de breuken te herstellen. Thompson maakt een driehoek met God op de punt en vader en zoon aan de beide zijden. Ook al kunnen zij misschien niet rechtstreeks naar elkaar, zij kunnen altijd via die punt.

Ik ken een vader die heel veel van zijn zoon houdt, die steeds kontakt met hem zoekt, hem steeds wil helpen, raad wil geven. Maar als ze bij elkaar zijn komt er vaak alleen maar kritiek en het ergste is dat er nooit eens een compliment is ook al doet die zoon nog zo zijn best. Het gaat hier niet om een puber maar om een volwassen man met een gezin. De vader heeft nooit een goede relatie met zijn eigen vader gehad, ze waren levenslang vreemden. Zo zie je hoe het kwaad kan doorwerken van geslacht op geslacht. Is de vader nog te veranderen? Ik vrees van niet. Hij leeft niet met God, hij hoeft geen rekenschap af te leggen. En de zoon? Het blijft pijn doen, ontegenzeggelijk en het beeld van God de Vader heeft er ook onder geleden.
Maar daarnaast is er ook begrip gekomen en een gevoel van medelijden: man wat kom je veel tekort wat doe je jezelf tekort. En zo is er ruimte gekomen om de kontakten, ook al zijn ze niet optimaal, zoveel mogelijk in stand te houden en het goede in de vader te blijven zien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief