Christelijke levensstijl

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
no 5 in de serie Ethische Bezinning. uitg. v.d. Berg Kampen, 1992, 212 blz. prijs f 29,50, Dr. J. Douma

De serie 'Ethische Bezinning' van dr. J. Douma is bijna voltooid. Na nr. 5 moet alleen nog volgen, nr. 6 'Huwelijk en Sexualiteit'. In hoofdstuk 1 van dit geschrift wordt de vraag behandeld wat christelijke levensstijl is.
Christelijke levensstijl heeft met Christus te maken, de weg die men in navolging van Christus bewandelt. Die navolging betekent niet het imiteren van Christus. Navolging betekent dienen en gehoorzamen. Niet nabootsen, maar wel zijn levensstijl navolgen.
In het 2e hoofdstuk gaat de schr. in op 'christelijke levensstijl en onze omgang met God'. Het geloof, zo stelt hij, kunnen we de voedingsbodem van het christelijk handelen noemen. Het gaat daarin om ons geloof in de navolging van Christus. Maar daarmee is niet alles gezegd. Wij geloven in de drieënige God.
In een noot geeft hij daarbij een verbeterde definitie van de ethiek. In 'Verantwoord handelen' gaf hij de indruk, dat hij het handelen van de mens jegens God, evenals zijn handelen jegens de naaste als ethisch handelen kwalificeert. Hij geeft nu de volgende definitie 'Ethiek is de bezinning op goed en kwaad in het handelen van de mens met als maatstaf van beoordeling Gods openbaring in de Heilige Schrift.

In dit hoofdstuk gaat hij ook in op wat nu vaak spiritualiteit en vroeger vaak ascetiek genoemd wordt. Het woord ascese vindt hij in deze tijd minder gelukkig, omdat bij dat woord de negatieve betekenis vaak gaat domineren en onthouding meer doel dan middel werd.
Christelijke spiritualiteit omschrijft hij dan als 'de beoefening van en de bezinning op onze gemeenschap met de drieënige God. In dit verband pleit hij ook (en terecht) dat de westerse wereld haar consumptieptroon zal wijzigen en een meer sobere levensstijl zal aannemen om daarmee effectievere hulp aan de Derde wereld mogelijk te maken.

In het volgende hoofdstuk is de christelijke zede aan de beurt. Dat is niet hetzelfde, aldus Douma, als christelijke levensstijl. Dourna laat zien, dat in de gereformeerde zede nogal wat wisseling is. Bij zede denken we aan een groepsgedrag. Zede is wat men doet. De kinderen nemen de zede van de ouders over, maar als ze volwassen worden, gaan ze zich afvragen waarom zij nu eigenlijk moeten doen, wat zij doen.

In dit hoofdstuk is Douma, en terecht, erg voorzichtig met uitspraken en past hij ervoor op allerlei zaken te veroordelen.
Van wetticisme is bij hem gelukkig geen sprake.
De gereformeerde zede gaf vroeger dit beeld. Stipte zondagsviering, afkeer van bioscoop en toneel, kaartspel, loterij en dansen. Het beperken van de omgang tussen jongens en meisjes (geen sexualiteit voor het huwelijk, maar ook geen gemengd zwemmen), gereserveerdheid tegenover de laatste mode en het roken van vrouwen. Douma vergelijkt in dit hoofdstuk ook de zedenspiegel, die Voetius de gereformeerden in zijn tijd voorhield. Daaruit blijkt hoe betrekkelijkdie gereformeerde zede is. Veel ervan is tijdgebonden.
Het valt me op, dat Douma, terecht, die gereformeerde zeden met nuchterheid bekijkt. Een nuchterheid, die hem vast niet door alle gereformeerden in dank wordt afgenomen. M.i. heeft het verheffen van de zog. gereformeerde zede tot christelijke levensstijl in het verleden veel moeiten veroorzaakt.
Douma waarschuwt tegen een versteende zede die tot vormloosheid kan leiden.
Zijn conclusie in dit hoofdstuk is dan ook, dat we beter af kunnen stappen van de term gereformeerde zede en volstaan met de aanduiding 'christelijke levensstijl'. Over welke gereformeerden gaat het als we zouden vasthouden aan 'gereformeerde zede'?
Laten we ons daarom houden aan de term christelijke levensstijl, om te laten uitkomen dat de navolging van Christus bepalend is voor de goede levensstijl. Dat houdt een boodschap in, die voor allen geldt, gereformeerd of niet.

In de volgende hoofdstukken geeft hij wat concreter aandacht aan een aantal aspecten van de christelijke levensstijl.
Daarin beperkt hij zich tot meer bezinning op onze persoonlijke houding als christen in deze wereld.
Hoofdstuk behandelt beroep en geldbesteding.
Hij is van oordeel, dat we geen tienden, maar wel een percentage van onze overvloed aan anderen dienen te geven.

De laatste hoofdstukken behandelen ontspanning en sport. Het boek is in duidelijke stijl geschreven. Wie zich op het gebied van de moraal nader wil oriënteren moet dit geschrift bestuderen.

Graag sluit ik me aan bij de wens van prof. Velema, dat prof. Douma er nog eens toe kan komen een alles omvattende ethiek te schrijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief