'Bevindelijke prediking'

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
Theologische Verkenningen - Bijbel en Praktijk - nr. 6 - onder redactie van Drs. A.G. Knevel - Uitgeversmaatschappij J.H. Kok te Kampen - 120 pag. - f 16,90.

Diverse auteurs uit de Geref. Gezindte hielden - alweer een tijd geledenover bovengenoemd onderwerp een lezing voor de EO-radio. In de desbetreffende serie werd nader ingegaan op de verschillende aspekten van de bevindelijke prediking. "Bevinding is een geladen term geworden, soms een scheldwoord. Dit boekje wil een pleidooi zijn voor goede bevindelijke prediking. Liever gezegd schriftuurlijkbevindelijke prediking", aldus de eindredakteu rin zij n 'Woord vooraf'. Wij menen, dat de opzet en de inhoud van dit geschrift beantwoorden aan het gestelde doel. De diverse bijdragen zijn alle van niveau. We geven even de inhoud weer. Achtereenvolgens wordt door W.H. Velema (chr. geref.) geschreven over: 'Bevinding in de Bijbel' en: 'De verhouding Wet en Evangelie in de prediking', door K. Exalto (Ned. herv.) over: 'Lutherse prediking; bevindelijk?' en: 'De prediking van het Woord Gods en haar adres.', door W. Balke (Ned. hèrv.) over: 'Kan men bij Calvijn spreken van bevindelijke prediking?', door W. Janse (Ned. geref.) over: 'Bevindelijke prediking en de belijdenis', door T. Brienen (Chr. geref.) over: 'Het charisma der bevindelijke prediking: De Nadere Reformatie', door A. de Reuver (Ned. herv.) over: 'Kohlbrugge: prediking van hart tot hart.', door J. Hoek (Ned. herv.) over: 'De Heilige Geest en de prediking', door W. Verboom (Ned. herv.) over: 'Alle aanneming waardig', door M.J. Arntzen (Vrijgem. geref.) over: 'Zelfonderzoek in de prediking'. door C. Trimp (Vrijgem. geref.) over: 'God brengt de mens ter sprake', en tot slot door W. van Gorsel (Ned. Herv.) over: 'Onderscheidenlijk preken'. Het boek wordt afgesloten met de vermelding van de personalia van de schrijvers.
Velema geeft een nadere omschrijving van wat hij onder bevinding verstaat, nl. datgene wat God een mens doet ervarerl, laat gewaar worden als zijn Geest in ons werkt. M.i. blijft hij bij alle goede opmerkingen, die hij maakt, toch teveel hangen in de sfeer van het innerlijk van de mens. Exalto benadrukt, dat de kern van Luthers verkondiging is: de rechtvaardiging door het geloof alleen. Hij heeft geen andere bevinding gekend dan de ervaring van het geloof. Ik heb het idee, dat velen de benadering van Luther - t.a.v. de bevinding te beperkt zullen vinden.
De bijdrage van Balke over Calvijn vind ik heel boeiend. Hij erkent, dat de bevinding zoals die vandaag door velen als een belangrijke zaak wordt ervaren niet op dezelfde wijze bij Calvijn wordt teruggevonden. Balke relateert de term bevinding aan Rom. 5.
Maar dat betekent voor hem geen verenging tot het persoonlijke leven.
Wij moeten naar reformatorisch inzicht de prediking en de bevinding zien fungeren in een hele brede kontekst, zodat zelfs politiek en kultuur erbij betrokken worden. W. Janse schrijft over bevindelijke prediking en de belijdenis.
Ook hij aksentueert, dat onder bevinding niet alleen de rechtvaardiging valt, maar ook de heiliging, niet alleen de binnenkamer, maar ook de buitenwereld. Bevindelijke prediking is volgens hem niet hetzelfde als gepredikte bevinding. Een puntige notitie, tevens als waarschuwing bedoeld!
Brienen schetst de gevaren van de prediking van de mannen van de Nadere Reformatie.
De Reuver geeft aan, dat de prediking van Kohlbrugge er één is, die opkomt uit het hart van de Schrift, heen is gegaan door het hart van de prediker en mikt op het hart van de hoorder.
Hoek stelt terecht, dat aandacht vragen voor de Heilige Geest in de prediking nooit kan en mag betekenen, dat de aandacht afgeleid wordt van Christus.
"Dat zou haaks staan op de diepste intentie van de Geest van God."
Exalto brengt te berde, dat bevinding niet te forceren is. "Zij is het leven des geloofs. Dat geloof leeft bij het Woord.
Maar het lééft er dan ook werkelijk bij". Velema gaat nader in op de verhouding Wet en Evangelie in de prediking en vat één en ander als volgt samen: "Het is een in elkaar van Wet en Evangelie. De Wet wijst aan waar wij, zondaren, wonen. Het Evangelie is de boodschap, die op dat adres bezorgd moet worden". Verboom komt, schrijvend over Verbond en Verkiezing, tot de volgende formulering: "De beloften van God gelden de hele gemeente, maar de vervulling van Gods belofte niet".
Arntzen poneert, dat het bij de zelfanalyse gaat om de mens, die door Christus vernieuwd wordt. "Dat staat mijlenver af van een humanistisch zelfverwerkelijkingsideaal."
Trimp verwoordt zijn visie t.a.v. de Christusprediking. Die brengt ook de tegenstem van het hart ter sprake. Het nut van de aanvechting moet worden aangewezen. Maar de Heilige Geest wil de menselijke ziel maken tot klankbodem van de hoge tonen van het Evanglie. Tot slot schrijft Van Gorsel over het onderwerp: Onderscheidenlijk preken. Hij wijst de classificatiemethode af - de indeling van de hoorders in allerlei klassen, staten en standen en het behandelen van hen volgens deze indeling -, maar roept wel op rekening te houden met de geestelijke verscheidenheid in de gemeente en hanteert toch ook zèlf o.a. het onderscheid tussen bekommerden en bevestigden.
Het gebruik van een dergelijke terminologie werkt m.i. verwarrend hoewel ik het met Van Gorsel eens ben, dat in het kader van de gemeenschap de enkeling aandacht verdient. Ik eindig met een citaat van W. Kremer: "De Heilige Geest wil met de gemeente en de enkeling naar het volle heil Gods". Er blijkt in deze bundel meer overeenstemming dan verschil te bestaan t.a.v. de bevinding.
Dat stemt tot vreugde. Het is nodig over deze dingen na te denken en door te spreken. Daartoe kan dit goede geschrifteen uitnemende dienst bewijzen.
Daarom willen wij dit boek heel hartelijk aanbevelen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief