"Is Christus verdeeld?"
1993-03-12
Van het een komt het ander. Toen ik kort na het schrijven van mijn artikel over 1 Cor. 7, 34 aan tafel het eerste hoofdstuk van 1 Cor. hoorde lezen, ging er bij v. 13 als vanzelf een rood lichtje bij mij branden.- Jaargang 37
- nummer 6
Een parallel geval?
Nu eenmaal op grond van Lf:. 12, 52.53 en Mt. 10,35 is komen vast te staan, dat de uitdrukking 'X is verdeeld' niet alleen kan betekenen "er loopt een breuklijn (of: er lopen breuklijnen) door X heen", maar eventueel ook "er loopt een breuklijn tussen X en een ander" (of: "er lopen breuklijnen tussen X en anderen"), begon ik me af te vragen: moeten we dat 'is verdeeld' soms ook hier in laatstgenoemde zin verstaan?
De gangbare opvatting
De onder ons gebruikelijke vertalingen doen dat niet. Laat NBG het nog eenvoudig bij "Is Christus gedeeld?", en de Canisius-vertaling bij "Is Christus soms verdeeld?", vele andere vertalers hebben de weergave aangescherpt tot "Is Christus dan in stukken verdeeld?" (Groot Nieuws, Willibrordus, Het Boek, Friese Vertaling). Anne de Vries zet daarenboven het passief om in het actief: "Heb je dan Christus in stukken verdeeld?" En - om maar niet te noemen - ds. M.R. van den Berg schrijft in zijn toelichting bij deze tekst: "Gemeenteleden die zich tegen andere gemeenteleden afzetten door de naam van Christus als spandoek te gebruiken, doen dwaas, zegt hij" (d.i. Paulus, D.H.). "Ze doen alsof Christus opgesplitst kan worden in stukken"
(curSivering van mij, D.H.)'.
Opgesplitst of afgesplitst?
Ja, dat is nu dus maar de vraag: bedoelt Paulus, als hij hier het onderhavige woord ('memeristai') gebruikt, te vragen, of Christus is opgesplitst in stukken, 6f bedoelt hij te vragen, of Christus is afgesplitst van de rest?
Mij dunkt toch: het laatste.
V.12
Om te beginnen: wat in v. 12 voorafgaat wijst er niet op, dat de vier partijen in de gemeente van Corinthe elkaar het bezit van Christus betwisten, en elk met een stuk van Hem aan de haal gaan. Integendeel! De bewoordingen wijzen er veeleer op, dat slechts één partij 'Christus' in haar vaandel schrijft, en de andere drie respectievelijk 'Paulus', 'Apollos' en 'Cefas'. Zij die Christus zeggen te volgen, vormen dus blijkbaar een aparte groep; een partij die zich heeft afgezonderd van de groepen die zich voor volgelingen van resp. Paulus, Apollos en Cefas uitgeven.
V.13
Ook wat op de woorden "Is Christus gedeeld?" in v. 13volgt, bevestigt die - gedachte.
V. 13 is nl. een reactie van den apostel op de in v. 12 geschilderde toestand.
Paulus grijpt in v. 13 chiastisch terug op wat hij in het vorige vers had vermeid: eerst richt hij zich tot de het laatst genoemde Christus-partij, daarna tot de het eerst genoemde Paulus-partij. (En wat hij tegen déze zegt, geldt natuurlijk mutatis mutandis ook voor de Apollos- en voor de Cefaspartij.) Nu stelt Paulus hier aan zijn partijgangers twee vragen: 1) Ben ik soms ten behoeve van jullie gekruisigd? 2) Ben je soms in mijn naam gedoopt?
Met die tweede vraag reageert hij kennelijk op het feit dat de eerste groep uit v. 12 de naam 'Paulus' in zijn vaandel schrijft. Hier horen we een waarschuwing zorgvuldig om te springen met de naam waarnaar wij ons noemen. Wat betekent het nl. ten diepste, wanneer wij onder een bepaalde naam leven?
Als Davids naam over Rabba wordt uitgeroepen, houdt dat in, dat hij die stad heeft veroverd, en dat ze nu zijn eigendom is, 2 Sam. 12,28. In dezelfde zin als hier van David, spreekt de Schrift elders van den Heere: Am. 9, 12, aangehaald in Hd. 15, 17.
Als wij dus Christus' naam dragen, betekent dit, dat we zijn eigendom zijn, omdat Hij ons 'veroverd' heeft, nl. op den Duivel, op de Dood. Vanwege die diepe betekenis van de naam waarnaar wij ons noemen, begint Paulus dan ook met aan de zich naar hem noemende partij te vragen "Ben ik soms voor jullie gekruisigd?" d.w.z.
"Heb ik jullie soms uit de dood bevrijd, op den Duivel veroverd?" Dan zou met recht bij hun doop zijn naam over hen zijn uitgeroepen. Dan pas zouden ze nu het recht hebben zich naar zijn naam te noemen.
Onteigening
Paulus' vraag behelst dus dit: neem ik voor jullie de plaats van Christus in?
Heb ik Christus als jullie velosser en eigenaar verdrongen? Men vergelijke ook de uitspraken aan het slot van hoofdstuk 3 waar dit betoog op uitloopt: nièt van Paulus (c.q. Apollos, c.q. Cefas). máár van Christus (en Paulus, Apollos en Cefas zijn van jullie, nièt jullie van hen).
M.a.w. Paulus suggereert met zijn vragen uit v. 13 niet dat zijn partij maar een stuk van Christus heeft. Nee, hij bedoelt: zijn jullie soms Christus kwijt als je bevrijder, als je eigenaar?
Heb ik Christus van jullie onteigend?
De ware betekenis
Wat Paulus bedoelt met de vraag 'Is Christus verdeeld?' is rn.t dan ook niet 'Is Christus verdeeld over een aantal groeperingen?', maar 'Is er verdeeldheid tussen Christus en ons?' M.a.w.
volgt Christus met zijn partij een afzonderlijke koers, die van de onze afwijkt, zoals in 7, 34 de koers van de gehuwde vrouw afwijkt van die van de ongehuwde? Kiest Christus een richting die haaks staat op die van ons drieën, zoals in Mt. 10,34-36 vader en zoon als vijanden tegenover elkaar staan?
Om nog eens op de eerder geciteerde uitspraak van ds. Van den Berg terug te komen: mensen die, zoals de in v.
12 het laatst genoemden, de naam van Christus in hun vaandel schrijven doen niet alsof Christus opgesplitst kan worden in stukken. Nee, ze suggereren veeleer, dat zij alleen de volgelingen van Christus zijn.
In plaats van "Is Christus gedeeld?"
zou ik dan ook liever vertalen "Heeft Christus zich afgescheiden?" D.w.z. is Hij secreterder" geworden in plaats van universeel hoofd van zijn gemeente in Corinthe?
Noten
1 M.R. van den Berg, De eerste brief aan de Korintiërs, hfdst. 1-7. Amsterdam 1984, blz. 24.
2 'Secte' komt van het latijnse 'secare' = '(af)snijden'.