Ex Libris

1993-03-12
  • Jaargang 37
  • nummer 6
In de mist van het schimmenrijk
Het boekenweekgeschenk van 1993is geschreven door W.F. Hermans en het heet: In de mist van het schimmenrijk.
Er zijn 582000exemplaren van gedrukt.
Naast elkaar geplaatst zouden die meer dan vijf kilometer plankruimte vullen! Het boek bevat 96 bladzijden.
Daarin komt drie keer de bekende Nederlandse vloek voor. Dat weet u dan maar vast. Verder worden er enkele mensen dood geschoten; het bed wordt nogal actief gebruikt en er wordt wat geklungeld in het "verzet".
Zinloosheid en mislukking zijn troef.
Het boekje bestaat uit fragmenten van een dagboek, bijgehouden door Karel Rotteveel in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Dat had voor Hermans het voordeel dat hij geen bijzondere opbouw hoefde te bedenken, hij kon de dingen gewoon achter elkaar laten gebeuren en ze opvullen met ontboezemingen van de personen die erbij betrokken waren.
Veel verrassingen biedt het boek niet, eerder wekt het irritatie. Er gebeuren van die stomme dingen in! Toch zijn het studenten die daar aan het prutsen zijn en van die mag je meer intelligentie verwachten. Karel heeft het trouwens zelf ook wel door. Zijn vriend Michiel heeft een zender gebouwd, daarmee zullen ze berichten naar Engeland zenden. Wat voor berichten?
Over versterkingen die de Duitsers in de duinen bij Haarlem hebben aangelegd.
Wie de gegevens zal verstrekken, weten ze niet goed, er wordt vaag gesproken van "de leider van een groep scholieren". Behoorlijke kaarten zijn er niet. Op welke golflengte ze moeten zenden, weten ze niet. Maar: De Engelsen zullen wel de hele dag naar geheime zenders zoeken. Dat ze gemakkelijk door de Duitsers uitgepeild kunnen worden, dat komt niet bij ze op. Wat een amateurisme! Karel denkt dan ook: "We zijn volwassen studenten. Wij haten de Duitsers die ons land bezet hebben, maar wij weten niets anders te bedenken dan kinderachtigheden als deze. Niemand heeft ons nodig, niemand in Engeland weet dat wij bestaan."
Nou ja, kinderachtigheden ... een klein half jaar daarvoor heeft hij samen met een vriend Douwe, een tandarts overvallen die joden had verraden. Een behoorlijke ontsnappingsmogelijkheid hadden ze niet bedacht. Zijn vriend schoot de tandarts dood, vluchtte op een fiets (waarvan hij eerst met een zakmes het slot moest openbreken) en werd gepakt. Hij is.gefusilleerd.
De andere vriend, Micliiel, wordt door een stom toeval opgepakt. Het geklungel gaat gewoon door. De zender staat nog steeds in de kast bij de ouders van Michiel; er ligt een pistool naast.
Later haalt Karel dat pistool weg en legt er papieren voor in de plaats die gemakkelijk tot zijn arrestatie zouden kunnen leiden, als ze gevonden werden.
Er staan meer dingen in het boek waar ik vraagtekens bij zet. De vriendin, Madeion, is "over tijd" en haar minnaar haalt dan wel even een pil om dat te verhelpen. Waren er in 1944zulke pillen? Karel loopt met het pistool in zijn zak, moet vluchten voor Duitsers en al hollende schiet hij een Duitse soldaat dood: "Ik trok het pistool, richtte en drukte af." Nou, iedereen die wel eens met een pistool geschoten heeft, weet dat het zo niet gaat. De volgende morgen hoort Karel dat de Duitsers als represaille vijftien mensen hebben doodgeschoten en enkele huizen in brand hebben gestoken. De informatie die ik heb, is dat dit laatste in Nederland nooit is gebeurd. Had Hermans niet eens hier en daar zijn licht moeten opsteken?
Nog iets dat niet bepaald geloofwaardig klinkt: Om de zender te bedienen hebben ze iemand nodig die morse kent. Karel zal een juffrouw van de telegramafdeling bij de P.T.T. versieren.
Hij belt op en de eerste de beste die hij aan de telefoon krijgt, is bereid een afspraakje met hem te maken.
Later krijgen we de verklaring: Een waarzegster had voorspeld dat ze zou worden opgebeld en dat de man die ze aan de lijn kreeg, precies die woorden zou zeggen waarmee Karel het gesprek begon. Nou ja ... Verder maar.
Karel wordt op haar verliefd (ze heet Madeion en heeft al een minnaar, maar "doet het" gerust met twee); er ontstaan natuurlijk verwikkelingen, ze meent zwanger geworden te zijn, gebruikt de eerder genoemde pil en andere spullen om eraf te raken, maar aan het einde blijkt dat ze onvruchtbaar is en nooit kinderen zal kunnen krijgen. Allemaal vergeefse moeite.
Nee, het is geen boek dat je met genoegen leest. Het is een trieste, sullige geschiedenis van mensen die door de omstandigheden maar wat worden voortgedreven. Diepgang heb ik niet kunnen vinden; dat er een parallel is tussen het begin en het einde, brengt daar ook geen verandering in. Wel stuitte ik op veel onwaarschijnlijkheden die het allemaal niet bepaald geloofwaardig maken. Ik heb zelfs gedacht: Zou Hermans de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) misschien bij de neus hebben genomen? Jaren geleden deed hij mee aan de prijsvraag voor het boekenweekgeschenk, maar zijn novelle Het Behouden Huis, werd toen niet gekozen. Zou dit nu de wraak zijn?
Zit hij zich nu in België te verkneuteren?
Je weet het maar nooit met Hermans.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief