Terloops
1993-03-12
Alles wordt nieuw- Jaargang 37
- nummer 6
Het is vaak moeilijk - vooral voor jongeren - om te geloven, dat eens alles nieuw wordt, dat God eens alles tot volkomen vernieuwing zal brengen. Je kijkt om je heen; honger, martelingen, oorlogsgeweld, corruptie enz. En dan moet je geloven, dat God eens alles nieuw zal maken. En je vraagt je af, waarom het nu niet alvast een beetje nieuw kan zijn.
Een vraag, die 'zo maar' kan opkomen.
En heus niet alleen bij jongelui.
In Genesis 5 lezen we iets van de vader van Noach. Als hij bij zijn pasgeboren zoon staat, zegt hij: "Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid van onze handen op deze aardbodem, die God vervloekt heeft". Denk je eens in. Daar staat een oude manLamech is dan 182jaar - en hij kijkt naar zijn pasgeboren zoontje en dan heeft hij het over de moeiten van het werk en over een vervloekte aarde, maar dan begint hij met de woorden 'deze zal ons troosten'.
Voor die oude man is de geboorte van dat kind een stap dichter bij Jezus, dichter bij de vernieuwing. Hij weet temidden van de narigheid - want die was er toen ook al - dat het eens goed komt.
Een les voor ons.
Er is er Een, die doorwerkt.
Er is ziekte, oorlog, dreiging, afgunst, rouw, vervuiling, verdeeldheid. Maar de Here Jezus heeft alle angsten op Zich genomen en voor ons gedragen.
Kijk, hierin zijn wij verder dan Lamech.
Hij moest leven uit de belofte van de komende Zoon. Wij mogen leven uit de vervulling in de gekomen Zoon én de verwachting, dat die Zoon eens weerkomt.
De wereld verandert van dag tot dag.
Hier kapen terroristen een vliegtuig, daar is een militair regime, dat mensen verdrukt. Weer ergens anders worden in een burgeroorlog vrouwen verkracht. We worden opgeschrikt door vliegtuigrampen en kort geleden door het vergaan van een veerboot met mensen uit het arme Haiti (1800 doden).
En Jezus is van de aarde weggegaan om plaatsen te bereiden in het huis van Zijn Vader. Daar is ruimte, plaats voor allen.
En hier?
Je wilt God wel eens ter verantwoording roepen om de dingen, die er allemaal gebeuren. Job deed dat ook.
Totdat hij opeens zag, dat dat toch te gek was. "Zie, ik ben te gering, ik leg de hand op mijn mond..."
De hand op onze mond leggen. Dat is moeilijk. We moeten het vaak doen, maar we doen het te weinig.
Eens zat er een man in een boom: Zacheus.
Een heleboel dingen waren hem niet duidelijk, maar één ding wist hij zeker.
Hij wilde Jezus zien. En toen hij de Heiland zag en vooral toen hij merkte, dat de Heiland hem zag, toen vielen alle vragen opeens weg. Hij kwam uit de boom, geloofde dat het allemaal eens goed zou komen, want hij verwachtte iets. Toen de Here Jezus aan het kruis hing, snapten de discipelen er helemaal niets meer van. Ze konden het niet aanzien en ze konden het niet verwerken. Maar die éne moordenaar had het opeens door. Zijn ogen werden geopend en toen keek hij dwars door de problematiek heen en hij bad: "Jezus, denk aan mij ..." Hij geloofde, dat het goed zou komen, want hij verwachtte iets.
Geloven, dat het goed komt.
Geloven, dat er iets méér is.
Dat er Eén is, Die komt en Die alles toch nieuw maakt.
De vragen blijven. De duivel gaat rond als een briesende leeuwen veroorzaakt heel wat ellende. En God is er ook en Hij laat nog zoveel gebeuren.
We kunnen de narigheid niet allemaal benoemen.
In 1977schreef ik eens over de kinderen van Bangla-Desh, die het toen helemaal niet gemakkelijk hadden.
Eén van hen maakte een tekening en schreef erbij: "Straks wordt het allemaal goed. Kinderen en-mensen, die gewoon met elkaar praten en nooit meer schietende soldaten."
Dán gewoon met elkaar praten, Dat hoort bij het nieuw-worden en het nieuw-zijn.
Het gebeurt.
God zorgt er voor!