Delen van het goede dat je leert
2007-08-17
In het vorige artikel hebben we geschreven over wat het inhoudt om leren als aangrijpingspunt te nemen bij het nadenken over catechese. Past dit wel als het gaat om onderwijs vanuit Gods Woord? Staat op deze manier de catechisant niet teveel centraal? Het zijn vragen die in een visie op catechese beantwoord moeten worden. Maar als je bezig bent met een visie op catechese, is het ook je taak je te verdiepen in de theologische achtergronden. Daar willen we graag op ingaan. - Jaargang 51
- nummer 16
Het is onze ervaring dat je vaak gedeelten uit de bijbel kiest die aansluiten bij je visie. Die visie komt echter mogelijk eerder voort uit bijv. pedagogische of onderwijskundige kennis dan dat je redeneert vanuit de norm en vandaaruit tot een beschouwing komt. Het is veel meer een kwestie van verantwoorden dan deduceren. En dat gaat door, omdat nieuwe ontdekkingen in de leerpsychologie ook weer nieuwe perspectieven bieden om naar leren in de bijbel te kijken. Maar het omgekeerde kan ook. Dat je door kenmerken van leren en onderwijzen in de bijbel aan het denken gezet wordt over het onderwijs nu. Soms werd wel heel direct geredeneerd en een op het oog vanzelfsprekende link gelegd tussen bijbelteksten en de praktijk. Memoriseren van catechismusvragen en –antwoorden werd bijvoorbeeld nogal eens gelegitimeerd vanuit teksten als Deuteronomium 6:7: ‘gij zult het uw kinderen inprenten’ en Hosea 4:6: ‘mijn volk gaat verloren door gebrek aan kennis’. Maar gezien de context van deze teksten zijn daar wel veel sprongen voor nodig.
Zo gaat het in Deuteronomium over de geboden van God, die het volk in het beloofde land moet naleven op basis van ontzag voor de Here. De ouders moeten zich die geboden eigen maken, en ze bij hun kinderen inprenten door er steeds over te praten en ze zichtbaar te maken op afschriften. De bedoeling van de profeet Hosea komt mogelijk in de NBV beter tot zijn recht door de formulering: ‘Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is.’ Het gaat in beide gevallen niet om memoriseren op zich, maar juist om die diepere laag, die we in het vorige artikel hebben aangeduid met integratieniveau. Het gaat om kennis die men zich doorleefd eigen gemaakt heeft en die sturend is voor het leven en de omgang met God.
Het gaan van een weg
De genoemde bijbelgedeelten ondersteunen de theologische beschouwing dat ‘leren’ betrekking heeft op het leren gaan van een weg. Dit is iets wat duidelijk wordt in een bijbelboek als Spreuken, maar ook in het onderwijs van onze Heer zelf. Daarom is er ook wel voor gepleit om de navolging van Christus tot een centraal item van het catechetisch onderwijs te maken. Vanuit de visie op leren is van belang dat ook hier weer blijkt dat leren dieper gaat dan het leren van begrippen.
Het gaat ook hier om kennis die functioneel toegepast moet worden in het leven van elke dag. Jezus zelf heeft daar ook op gewezen. In Matteüs 28 krijgen de discipelen de opdracht alle volken te maken tot leerlingen van Hem, ‘en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Matteüs 28:20) Het blijkt steeds te gaan om kennis die vertaald moet worden in gedrag en houding.
Leraren in de bijbel
Afgezien van de uitleg van de woorden in verband met onderwijzen en leren, zijn er ook andere gegevens die overweging vragen. Te denken valt aan de vraag: wat kun je leren van ‘leraren’ en onderwijssituaties, die in de bijbel zelf voorkomen? Dan valt bijvoorbeeld op dat een profeet als Ezechiël erg creatief was en meer durfde dan menig catecheet. Hij gebruikte drama in zijn onderwijs om het beleg van Jeruzalem uit te beelden op zo’n manier, dat niemand de boodschap kon ontgaan (Ez. 4). En iemand als Jeremia met zijn aarden kruik, die hij publiek stukgooit (Jer.
19) of met zijn houten en later ijzeren juk (Jer. 27), paste de principes van het aanschouwelijk onderwijs prima toe.
Ook van de onderwijsstijl van de Jezus zelf valt veel te leren. Uniek was Hij als het gaat om het gezag waarmee Hij sprak. Maar er is nog meer: in tegenstelling tot de Farizeeën, die in hun onderwijs het denken tot rust brachten, is het effect van Jezus onderwijs vaak dat mensen onrustig werden, uitgenodigd werden om een antwoord te geven op het onderwijs en een geloofsbeslissing moesten nemen.
Deze voorbeelden geven aan dat onderwijs vaak heel uitnodigend werd gegeven. De mensen werden er mee aan het werk gezet. Het gaat hier niet om het opslaan van feitenkennis op zich, maar om kennis die je raakt, waar je over nadenkt en zoekend mee bezig bent. Het is kennis die je actief maakt.
Paulus in zijn brieven
Paulus’ brieven aan bepaalde gemeenten kunnen gezien worden als een vorm van (schriftelijk) onderwijs.
Wat hij schrijft sluit vaak aan bij eerder onderwijs in de Schrift dat hij of zijn medewerkers of anderen vóór hem gegeven hadden. In de brieven gaat hij vaak in op de concrete vragen die leven in de gemeente. Daarbij blijft hij niet steken op cognitief niveau. Er is vrijwel altijd een link naar het morele niveau, maar op zo’n manier dat het theologische en het morele in elkaar overgaan en met elkaar verbonden zijn. En hij werkt aan wat samenvattend genoemd kan worden: onderscheidingsvermogen. Daarmee kunnen de mensen de situatie waarin zij nu verkeren plaatsen in het licht van Gods plan. Daarbij gaat het om het geleerde toe te passen in de eigen situaties waarin de mensen leven.
Leren is bij Paulus een sociaal gebeuren. Opvallend daarin is dat Paulus regelmatig zichzelf als voorbeeld stelt. Als voorbeeld van de impact van de boodschap op heel zijn mens-zijn. In moderne termen: Paulus zet zichzelf bewust in als identificatiefiguur. Maar niet in de vorm van eenrichtingsverkeer. Want de leermeester kan ook leren van de leerlingen.
In het begin van zijn brief aan de Romeinen zegt hij (1:11-12): ’Want ik verlang er naar u te ontmoeten en u te laten delen in een geestelijke gave, om u te sterken, of liever, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne.’ Deze tekst zou heel goed passen bij mensen die het wederkerig leren benadrukken, een gedachte trouwens die op meer plaatsen in de brieven van Paulus voorkomt (zie bijv. Kol. 3:16 en I Kor. 14:26).
In dit verband past ook Galaten 6:6: ‘Hij die onderricht wordt in het woord, dele van alle goed mede aan wie dat onderricht geeft’. In de Nieuwe Vertaling wordt net een ander accent gelegd: ‘Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij léért, met zijn leermeester delen’. Wat hier staat: ‘delen van het goede dat je leert’, spoort prima met een visie dat het bij leren gaat om het verwoorden van wat je je eigen gemaakt hebt.
Het zou jammer zijn deze gegevens te laten liggen in een visie op catechese.
Hans Meerveld is docent didactiek van de catechese in Kampen (TUK) en Zwolle (GH) en projectleider van het catecheseproject Follow Up. Roel Venderbos is predikant van de NGK in Kampen en lid van de kernredactie van Follow Up.