Als zwijgen géén goud is

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
Nietwéér
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Zo luidt het spreekwoord. Tegelijkertijd weten we, dat de daarin vervatte waarheid niet altijd opgaat. Er kan immers een tijd zijn om te zwijgen maar ook een tijd om te spréken. Spreken, niet zwijgen, het kan soms ook plicht zijn.
Over dat spreken en dat zwijgen hoorden we enkele maanden geleden een dominee. Niet hier maar in Duitsland.
In een kerkdienst in Bitburg. In zijn preek, waarin o.a. de hernieuwde opkomst in Duitsland van vreemdelingenhaat, van racisme en van nationaal-socialisme aan de orde kwam, sprak hij toe. uiteraard in het Duits - de woorden: Laten we niet wéér zwijgen.
Zijn bedoeling was duidelijk. Als kerken en als christenen leven we niet op een eiland maar midden in de wereld.
Nu weer in een omgeving, waarin vreemdelingenhaat opnieuw zeer actueel is; waarin nationaalsocialistische leuzen opnieuw opgeld doen. Met alle soms zeer ingrijpende gevolgen, voor die vreemdelingen en Duitse joden, maar ook voor de Duitse bevolking zelf.
In die wereld hield hij zijn toehoorders voor: Laten we als kerken en als christenen er niet wéér het zwijgen toedoen, Niet wéér. Hij wekte de kerkgangers zelfs op om de maandagavond daarna mee te lopen in een optocht, een manifestatie tégen die ontwikkelingen.
Hij sprak die woorden in een kerkdienst, waarin ongetwijfeld nog een behoorlijk aantal mensen aanwezig was, dat de opkomst van het nationaalsocialisme en de jodenvervolgingen in de dertiger jaren had meegemaakt, daaraan misschien zelfs wel had deelgenomen.
Gemeenteleden, die ook de tweede wereldoorlog aan den lijve hadden ervaren. Die toen al leefden en wellicht wel gezwegen hadden om over het meedoen aan andere 'activiteiten' nog maar niet te spreken.
Laten we als kerken en als christenen, zo luidde de oproep, niet wéér zwijgen maar in deze tijd wel het Woord van God laten spreken.

Direct verantwoordelijk
Laat ik één ding voorop mogen stellen.
Het ging daarbij niet primair om een oproep tot allerlei kerkelijke instanties om zich te laten horen. Dat komt natuurlijk ook wel eens voor, maar dat was niet de inzet. Hij richtte zich tot de gemeente, tot zijn gemeenteleden. Tot de mensen, die onder zijn gehoor zaten. Natuurlijk kunnen 'kerken' als organisatie ook weleens van zich (moeten) laten horen. In uitspraken van kerkeraden, classes of synoden, in kanselboodschappen, in een algemeen publiek getuigenis. Zoals bij voorbeeld in oorlogstijd, maar niet alleen toen, wel voorkwam. Waarover je ook wel eens in de krant kunt lezen, al is dat nog bepaald geen garantie, dat daarin écht Góds woord wordt vertolkt, wordt doorgegeven.
Het ging hem er om zijn gemeente wakker te schudden. Om de gemeenteleden op te roepen om·zich niet achter allerlei schijnargumenten te verschuilen maar om te spréken als spreken geboden is. Omdat mensen, en zeker christenen, soms niet (langer) mogen zwijgen.

In de greep van de tijdgeest
Nu leven we in een wereld waarin zich tal van ontwikkelingen voordoen. Het nationaal-socialisme is ook niet uit de lucht komen vallen, niet ineens ontstaan en voor de New-Age-beweging geldt hetzelfde. Ons leven ondergaat tal van invloeden waarbij de satanische achtergronden van bepaalde bewegingen soms pas geleidelijk aan duidelijk worden. Dat kan het gevaar met zich meebrengen, dat je bepaalde achtergronden en motieven eerst niet zo onderkent maar daar' pas geleidelijk aan zicht op krijgt.
Ik weet niet of U wel eens boeken hebt gelezen van de Duitse auteur' C.C.
Bergius. Een aantal van zijn zeer boeiend geschreven boeken spelen in de dertiger jaren. Jaren, waarin in Duitsland de nederlaag van de .eerste wereldoorlog nog nadreunde. Een tijdperk, waarin zeer velen zonder werk waren en het dagelijks leven bijzonder weinig perspectief leek te bieden. Het was ook een decennium, waarin velen een ideologie, die er prat op ging wel een toekomst te bieden, al te gemakkelijk met beide handen aangrepen.
De boeken van deze auteur bevatten voor een deel ook autobiografische elementen. O.a. in romans als EI Comandante en Oleander, Oleander. Het oorlogsverleden van de auteur was kennelijk ook niet zo erg fraai. De boeken zijn zeer boeiend en niet alleen vanwege de daarin gegeven schildering van die tijd. Ze zijn ook beklemmend. In hun beschrijving van de wijze waarop geleidelijk aan mensen steeds sterker in de greep van een satanische ideologie kunnen geraken. Soms zonder dat ze zich dat direct bewust zijn.

Niemöller
Natuurlijk kan en kon het ook anders.
Niet alleen nu maar ooktoen. Ook in die tijd waren er christenen, die met inzet van hun leven wél Gods woord lieten klinken. Soms eerst aarzelend.
Maar later met te meer kracht. Een boeiende illustratie van een dergelijke ontwikkeling vindt men bij voorbeeld in de in 1939 in Den Haag uitgegeven bundel van de 28 'laatste' preken van Ds Martin Niemöller. De 'laatste' preken, niet omdat hij daarna nooit meer heeft gepreekt, maar omdat hij daarna, op 1 juli 1937, door Hitiers trawanten gevangen werd genomen en vervolgens, ondanks een vonnis, waarin hij onschuldig werd verklaard, toch in het concentratiekamp Sachsenhausen . terecht kwam. Wie de bundel achter elkaar doorleest, komt tot de ontdekking, dat de daarin opgenomen preken, wat men er verder ook óver zou kunnen zeggen, steeds meer aan duidelijkheid winnen. De allerlaatste in die verzameling opgenomen preek eindigt (in de Nederlandse vertaling) dan met de woorden: "En laten we juist nu niet ophouden naar het woord des kruises, naar hetEvangelie van Jezus Christus te luisteren. Laat ons het prediken en leeren.
Het gáát er thans om - wij hebben ook niets anders te doen - dat wij doen evenals de apostelen, die toen hun een nieuw spreekverbod werd opgelegd, juist tóen uitgingen en niet ophielden het Evangelie van Jezus Christus, het woord des kruises, te prediken; en prediken kunnen wij het slechts, V(anneer wij het zelf geleerd hebben en er zelf naar luisteren. Want van dit woord - en , van dit woord alléén - leeft ons geloof, dat blijdschap is; en uit dit geloof vloeit de blijdschap voort, die ons onder het kruis staande houdt en ons bepaalde stappen laat doen met onze voeten; een blijdschap die onder het kruis jubelt en van het leven getuigt.
Lieve vrienden, de mensch leeft niet van brood alleen, doch door het Woord Gods! En daarom kunnen wij slechts met de discipelen bidden: "Heer, geef ons, Heer, geef Uw gemeente, Heer, geef Uw Christenheid thans allerwegen dát Brood! Amen"

Waarover zwijgen wij?
Nu is het in zekere zin gemakkelijk om zo, vele jaren later, te schrijven over hetgeen christenen toen, bij onze oosterburen, hebben nagelaten. Wij zijn immers geen Duitsers en hebben daar veelal zelfs niet aan mee kûnnen doen.
Toch zou het al te gemakkelijk zijn om.
met die constatering te volstaan. Want ook ónze wereld, ook ónze samenleving ondergaat ingrijpende veranderingen; heeft te maken met een scala van invloeden. Met de opkomst van wat wel de RTL-4-mens is genoemd, de confrontatie met vele allochtonen met veelal hun eigen religieuze achtergronden, de opkomst van de New-Age-beweging, de secularisatie etc.
Dan blijft ook voor ons de vraag, in hoeverre wij wel het karakter van de diverse stromingen onderkennen. Of worden ook wij ongemerkt of misschien toch met een gevoel van enig onbehagen meegezogen in bepaalde ontwikkelingen zonder goed een en ander te onderkennen? Zodat je na een aantal jaren terecht gekomen kunt zijn in een situatie, die je voordien niet voor mogelijk had gehouden. In een gedachten- en leefwereld, die je vroeger zeker zonder meer had afgewezen.
Waarin je dingen hebt leren accepteren - je kon toch moeilijk anders? - die je toch liever niet uitvoerig ter discussie stelt en waarover je liever zwijgt.
Natuurlijk kunnen er óók ontwikkelingen zijn, waarin je - terecht - afstand neemt van hetgeen je vroeger verdedigde.
Bij voorbeeld dat je inzichten verdiept zijn en Gods Woord een nieuwe glans kreeg. Waarin de Schrift je 'nieuwe' dingen leerde.
Toch is het goed je rekenschap te geven van de mogelijkheid, dat je geleidelijk aan door verandering van omstandigheden en wijzigingen in de ideeënwereld beïnvloed wordt zónder dat je zelf in de gaten hebt, dat je inmiddels toch bepaalde grenzen bent gepasseerd. Zodat je dan zwijgt op momenten, waarin spreken geboden is. In situaties, waarin zwijgen géén goud is. Toch een mogelijkheid om eens over na te denken?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief