Strijken

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
Weet u welke tekst ik graag mag lezen, het laatste hoofdstuk van Spreuken.
Daar wordt zo heerlijk de loftrompet gestoken met de 'goede huisvrouw'.
Nou die dame heeft dan ook heel wat in haar mars.
Een soort kleine ondernemer was ze als ik het goed interpreteer. Als ik lees dat ze als eerste opstaat en als laatste naar bed gaat word ik wat minder enthousiast maar dat zal wel komen omdat ik een vrouw van deze tijd ben, m.a.w. mijn man staat ook wel eens als eerste op. (nee ik ben niet gewoon lui) Ach het huishouden heeft nooit echt mijn liefde gehad. Als kind al had ik heel goed in de gaten dat het werk van mijn moeder bestond uit een nooit veranderende reeks van - mijns inziens - saaie handelingen.
Ik nam me heilig voor nooit huisvrouw te worden.
Allerlei beroepen passeerden de revue, zoals: danseres, schooljuffrouw, zangeres, schrijfster en nog een paar tot de verbeelding sprekende leefwijzen.
Nee huisvrouw werd ik absoluut nooit.
Toch was ik niet jaloers op jongens.
Mijn vader was een zogenaamde kleine zelfstandige en het waren vaak moeilijke tijden voor ons. Het leven van mannen was dus ook niet zo aanlokkelijk.
Wel kreeg ik al gauw door dat studeren de weg vrijmaakte naar een ruime beroepskeuze. Ik ging naar de lerarenopleiding.
Wilna werd dus schooljuffrouw. Toch een beroep van het lijstje. Ik ontmoette tijdens mijn studie mijn man die voor tandarts studeerde. Ik deelde hem mee dat ik geen huisvrouw zou worden want ik ging beslist lesgeven. Hij vond het prima.
We studeerden af en begonnen ons arbeidzame leven. Ik werd eerst een jaar tandartsassistente, dat was makkelijk voor ons beiden en ik kon op mijn gemak naar een baan uitkijken. Ik ging solliciteren en solliciteren en solliciteren.
Kortom, het lukte niet want er waren bij ons in de buurt meer dan genoeg leraren.
U begrijpt het eind van het liedje al, ik werd huisvrouw.
Nou zal ik niet zeggen dat het zo erg is als ik vroeger dacht. Eigenlijk is het helemaal niet zoals ik vroeger dacht. Wat ik als kind zag waren inderdaad die dingen die mij ook nu nog weinig inspireren. Elke dag de afwas, de was, de stofzuiger, kortom de sleur. Maar ik ben als huisvrouw ook eigen baas.
Weliswaar word ik geregeerd door het school rooster van de kinderen maar binnen die marges kan ik toch behoorlijk mijn eigen gang gaan. Ik deel elke dag mijn dag zelf in.
Zo ben ik toch nog een kleine zelfstandige geworden. Ik voed mijn kinderen op en daarbij komt mijn beroep mij goed van pas.
Ik kan tussendoor even naar die mevrouw die pas weduwe is want ik schuif mijn werk gewoon een paar uur op. Ik kan altijd mee naar artsen en andere hulpverleners.
Moet ik wel rekening houden met mijn planning maar een beetje intelligente huisvrouw kan dat wel. Blijven natuurlijk de minder leuke kanten over maar ik ben reëel genoeg, elk vak heeft die.
En ik moet zeggen dat bepaalde klussen die geen denkwerk vereisen héél nuttig kunnen zijn. Neem nou strijken.
Strijken vind ik echt heerlijk. De spullen zien er weer prachtig uit en intussen laat ik alles de revue passeren wat mij op dat moment bezighoudt. Ik voer een gesprek met iemand die ik niet mag waarin ik dat eindelijk eens zeg. In werkelijkheid zal ik dat gesprek nooit voeren maar het lucht wel op.
Ik probeer uit te vinden waarom de relatie tussen bepaalde mensen die ik ken zo fout is gegaan. Ik probeer een oplossing te bedenken voor een probleem rond een kind, het gaat niet goed met rekenen, wat zal ik doen.
Is de strijkwas klaar dan zijn mijn gedachten ook glad en gevouwen. Ik kan er weer met frisse moed tegen aan en richt me op een ingewikkelder klus.
Nee, huisvrouw zijn is zo gek nog niet.
Onlangs las ik dat in Nederland weer meer vrouwen kiezen voor één baan en niet een dubbele maar er zijn ook vrouwen die dat voor hun gevoel niet kunnen maken. Zo vertelde Ria Lubbers dat haar dochter het liefst bij haar kinderen zou willen zijn maar "zoiets kan niet voor een vrouw van 1993".
Zelf had ze er behoorlijk onder geleden dat haar moe.der als maatschappelijk werkster meer buitenshuis dan binnenshuis maatschappelijk was.
Wat ik ook prima vind is een gecombineerde taakverdeling. Ik zou bijvoorbeeld best een paar dagen per week buitenshuis willen werken als mijn echtgenoot de kinderen op zou kunnen vangen. Helaas is zoiets, gezien de grootte van zijn praktijk, niet mogelijk.
Maar we roeien allemaal met de riemen die we hebben. Moraal: laat je niet manipuleren door omgeving of maatschappij maar richt je leven zo in dat Salomo zou zeggen: "zij is meer waard dan edelstenen".

P.S. Voorlopig is dit mijn laatste bijdrage aan Opbouw. De komende maanden zal iemand anders een vrouwen column verzorgen. Het laatste kwartaal van dit jaar hoop ik weer verder te mogen gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief