Gelijke Behandeling?

1993-04-09
  • Jaargang 37
  • nummer 8
"Als Christenen de handen ineen slaan, is niets ons onmogelijk. Wij kunnen iedere wet of wetsontwerp dat ons goed lijkt aanvaard krijgen. En dat is precies wat we van plan zijn."

Amerikaans Christelijk leider, rond 1980

In een tijdsspanne van maar tien jaar is de Morele Meerderheid van de jaren '80 geworden tot de vervolgde minderheid van de jaren '90. Het seizoen van Christen- pesten is kennelijk geopend.

Charles Colson, mei 1990

Onder de indruk
In het afgelopen nummer van 'Opbouw' ben ik begonnen met een serie overdenkingen over het geestelijk klimaat in ons land, nu het wetsvoorstel Gelijke Behandeling door onze Tweede Kamer is aangenomen. In dat vorige artikel maakte ik melding van een recent verschenen Amerikaans boek dat grote indruk op me heeft gemaakt, No God but God, geredigeerd door Os Guinness en John Seel.
De ondertitel van dat boek Geen God dan God is: Breken met de Afgoden van onze Tijd. Het opmerkelijke is dat het hier gaat om afgoden binnen de evangelische kerken en niet om zulke afgoden erbuiten. Twee van zulke afgoden die uitvoerig worden gesproken zijn het 'meerderheidsgevoel' en 'minderheidsgevoel' onder de hoofdstuktitels 'Weemoed naar het verloren rijk' en 'Meer slachtoffer dan gij'.
Zoals te verwachten is, gaat het daarbij om voorbeelden uit de Amerikaanse situatie, maar met de nodige voorzichtigheid is er ook voor onze situatie wat uit te leren.

'Jezus voor het hele volk'
Het eerstgenoemde hoofdstuk begint met een voorval op 29 april 1980. Toen werd in de Amerikaanse hoofdstad Washington DC een massale betoging gehouden onder de titel 'Washington voor Jezus'. Allerhande christelijke hoogwaardigheidsbekleders waren op die dag naar de hoofdstad gekomen en kondigden aan dat ze "de bedoeling hadden de geestelijke en ethische koers van het volk te veranderen". Ze hadden speciaal de datum 29 april gekozen, omdat op die dag in 1607 een eerste groep van blanke kolonisten een kruis op Amerikaanse bodem had geplaatst en "dit volk voor God hadden opgeeist, als zijn instrument om het Evangelie aan alle volkeren te doen kennen."
Na lange tijd van politiek isolement was de 'Moral Majority' aan de macht gekomen, de 'Morele Meerderheid', 'Christelijk Rechts'. Men eiste nu 'meerderheidsstatus' op: Amerika was van den beginne een Christelijke land geweest en dat moest zo blijven. Dat moest nu ook maar eens politiek en cultureel gestalte gaan krijgen, in andere abortuswetgeving, etc.

'Vervolging'
Het andere hoofdstuk begint met een dag in November 1990. In een plaats in de buurt van Boston zou die dag de eerste steen worden gelegd voor de bouw van een kerk. Al spoedig bleek dat de bewoners van de wijk allerminst ingenomen waren met de bouw van die kerk: op diverse wijze lieten ze hun misnoegen blijken Ze reden wat auto's klem en belden de politie dat het verkeer vast zat. Anderen verscheurden papier en klaagden luidkeels dat de komende kerkmensen de.
straat bevuilden. De voorganger werd formeel vervloekt. Een paar kerkleden werd in het gezicht gespuwd. De gemeente was verbijsterd en het incident haalde de pers, in het hele land. Op andere plaatsen in de VS is iets vergelijkbaars gebeurd, meestal in mildere vorm overigens.

Tussen deze twee gebeurtenissen wordt het betreffende thema aangesneden en de vraag gesteld: hebben we reden voor een 'meerderheids-' c.q. 'minderheidsgevoel'? De schrijvers menen dat noch voor het een noch voor het ander echt reden bestaat.
De achterliggende gevoelens en motieven worden nader bekeken.
Met enige omzichtigheid kunnen wij, zoals gezegd, in ons land wellicht ook wat met de erbij geboden analyse; ons land heeft immers een eigen ontwikkeling doorgegaan, die niet per se gelijk is aan of samenvalt met de Amerikaanse.
Anderzijds is ook dit volk 'een natie onder God' geweest en is ze dat nu niet meer.

'Een christelijk land'?
Het eerste dat wordt opgemerkt is dat in de Verenigde Staten veel gelovige; in in de vroege jaren '80 een accentsverschuiving meemaakten die men mogelijk zelf niet echt heeft onderkend.
"Wat begon met het besef van de bijdrage van het geloof aan de opbouw van ons land veranderde in een vals vertrouwen in de plaats die evangelicals zich in onze samenleving verworven hadden.() Hun status als pelgrims op zoek naar het hemelse rijk werd minder belangrijk dan hun status van burgers van een 'Christelijk Amerika'.(67) De ontwikkeling volgde het patroon van de meeste vormen van afgoderij: eerst kwam er een overmaat aan aanhankelijkheid aan het verleden, toen werd het de basis voor vertrouwen, en tenslotte werd het christelijk verleden van dit volk een afgod die tot openbare trots en zelfbedrog leidde."
De schrijvers leggen vervolgens het verband met de houding van Christus naar zijn Joodse volksgenoten die in hun Jood-zijn de diepste grond van hun zekerheid vonden. Ze wijzen op het woord van Christus, als Hij met de Samaritaanse vrouw spreekt die Hem vraagt waar God moet worden geëerd, op de Gerizim of in Jeruzalem? (Johannes 3:40) Jezus zegt haar dat de ware aanbidding niet te maken heeft met een plaats, maar met een Persoon. Waarachtige aanbidding, zegt Hij. heeft niet te maken met aanhankelijkheid aan de positie van welk volk dan ook, maar met een houding van het hart. In die visie van de Here Jezus ligt de verandering van respons op zijn woord besloten, het verschil tussen het 'Hosanna' van de ene week en het 'kruisig Hem' van de week erop...

'Het verlangen naar dwang'
Schrijver John Seel merkt op dat het meest verontrustende van het 'meerderheidsgevoel' het verborgen verlangen is om de Eer van God binnen een volk af te dwingen! Er zit een latente wens in om onze wil als meerderheid aan een heel volk op te leggen. We wijzen naar het (mogelijk nooit bestaan hebbende) verleden waarin ook het hele volk Gods wil wenste te volgen!
Er wordt dan gewezen op het kwalijke heden en de konklusie ligt voor de hand: naar dat verleden moeten we terug. Dat kan en dat moet en het zal, op basis van onze superieure aantallen! En daar zit hem nu net de kneep. Wij verdienen de macht!

Maar zodra je dat zegt, begeef je je op het pad van diktatuur! Dan ontwikkel je een diep verlangen naar de een of andere vorm van geestelijke diktatuur... Dan is maar de vraag of er in Staphorst of Nunspeet fundamenteel andere 'ayatolla's' zouden opstaan dan in Islamitische landen. Zouden ayatolla's in Yerseke anders zijn dan in Iran?, om nog maar eens een onterechte vergelijking te maken. (We hebben het hier dus niet-over de inhoud van hun geloof, die stellig aanmerkelijk zal verschillen, maar over hun verlangen naar macht, hun wens om aan het hele volk hun wil op te leggen.) Daar ligt het meest verontrustende element van 'Christelijk Rechts' in Amerika, zeggen de schrijvers. En juist dit element is ook niet meer houdbaar; het is het zelfs nooit geweest.
Ons verlangen naar Macht is zogezegd ietwat verdacht. Ik heb het in ons land ook wel eens gehoord, dat iemand zei: Ik zou zo graag willen dat we als Christenen in dit land de meerderheid hadden! Hij zei nog net niet: 'de macht hadden', maar het lag er dicht bij. En stel je eens voor dat we die macht hadden, wat dan? Moesten dan alle 'heidenen' zich verplicht bij onze kerken melden? Was dat dan het moment om de tekst toe te passen: Dwing ze om in te gaan? Gaat het dan om het prediken van het Woord, 'gelegen of ongelegen'? Op dit punt moeten we ook zelf nadenken: wat zoudenwe dan het liefste in dit volk zien gebeuren?
En met welke middelen zouden we dat doel willen nastreven?

Argumenten?
Nog een argument. 'Wij waren hier het eerst; dit is een Christelijk land.' Is dat een waar en is het een juist argument?
Is het een argument dat voor Gods aangezicht kan staan? Is het niet eerst een vertrouwen in onze status, onze historisch verwortelde status, dan onze status in Christus?
Is het niet een vertrouwen op een beeld van het verleden dat zelfs nooit zo bestaan heeft? Zou er ten derde niet een kant aan zitten die zich niet verdraagt met een zekere 'vrijheid' die Christus aan ieder gunt om Hem ook weer te laten vallen? '"ij wilt toch ook niet heengaan?" (Johannes 6:67) is een vraag aan de discipelen die niet zo gemakkelijk te verbinden is met ons diep-ervaren verlangen naar een bepaald soort 'christelijke samenlèving'.
'Wij waren hier het eerst' is ook om minstens een andere reden een uiterst griezelige fundering. Zeggen we dat ook in zendingslanden? Is de doninante cultuur of religie argument om dus maar niet te gaan vertellen Wie Christus is? In dat geval is onze God te klein, te zeer verbonden aan een westerse cultuur en historie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief