'Redt een Kind' jubileert
1993-04-09
Na het verhaal over het ontstaan van Stichting 'Redt een Kind' deze keer een kort verhaal over de dagelijks werkwijze op het kantoor. Daarvoor heb ik een gesprek gehad met de heer Albert Hengelaar, die op het kantoor, dat sinds een jaar in Ommen staat, verantwoordelijk is voor een groot stuk administratie. Ook sprak ik met de heer Koen van Vondel, een van de vrijwilligers op 't kantoor dat in Eck en Wiel is aangehouden.- Jaargang 37
- nummer 8
Het blijkt dat er door 'Redt een Kind' ongeveer 9500 kinderen worden ondersteund. "Daarvan worden er 9000 gesponsord". vertelt de heer Hengelaar.
"Vijfhonderd kinderen zijn (nog) niet gesponsord en worden voorlopig uit het algemene fonds gesteund. terwiji naar 'adoptie-ouders' wordt uitgezien."
"Wat voor kinderen zijn dat meestal?", wil ik weten. "'t Zijn kinderen uit India, Kenia, Oeganda en Ethiopie, maar ook uit Tanzania, Zuid-Afrika en Birma. Dat laatste werk is weinig bekend, maar er is veel behoefte ook aan steun voor kinderen uit dat land, waar veel aan de hand is. We hebben er twintig kinderen, in een land waar geregeld kinderen worden vermoord."
Er blijken ook andere manieren om te beschrijven wat er in de diverse gebieden gebeurt. Er zijn 82 huizen, weet de heer Hengelaar me te melden."In nog twaalf centra krijgen zo'n 1500 kinderen aanvullende hulp. In een bepaald dorp is er een sociaal werker, die de kinderen naar school laat gaan, hun op het punt van hygiene hulp biedt en Bijbelonderwijs geeft. En 's avonds gaan de kinderen weer naar hun eigen huis."
Het gaat om kinderen die hun ouders verloren hebben, echte weeskinderen zijn. maar ook kinderen die ongewenst zijn, of verlaten. die uit een a-sociaal milieu komen of ver van de bewoonde wereld wonen.
In de ruim twaalf jaar dat Hengelaar voor de Stichting werkt. heeft hij het werk zien toenemen. "Er zit een zekere groei in de fondswerving; ieder jaar komt er een paar ton bij. Op dit moment wordt er bijna zeveneneenhalf miljoen gulden per jaar bijeengebracht."
Waarbij ik, ook vanuit eigen aanschouwen, weet hoe zuinig er met het geld wordt omgesprongen. Nog geen 3% van het geschonken geld blijft aan 'overhead-kosten' in ons land achter! Dat is onvoorstelbaar laag; er zijn instanties. ook Christelijke clubs, waar 25 tot 30% van de inkomsten aan salarissen en kantoorkosten etc. opgaat.
"En er is, anders dan bij sommige collega-organisaties, bij ons ook geen suppletie van de kant van de overheid". verneem ik. "We brengen het helemaal zelf op."
Dat dat zo goedkoop kan is voor een deel te danken aan de belangeloze hulp van een aantal vrijwilligers. Een ervan is de heer Van Vondel uit Veenendaal, die dit werk al weer acht jaar doet. vijf dagen in de week. Op een bepaald moment werd hij arbeidsongeschikt en is hij zijn tijd op deze manier gaan vullen. Hij brengt veel tijd achter de computer door. "Iedere sponsor heeft een eigen bestand.
waarin we aangeven wanneer er betaald is en wie 'zijn/haar' kind is; pas aan het einde van het jaar wordt duidelijk of al het benodigde geld ook is binnengekomen; omdat er zoveel zo belangeloos wordt gegeven. wachten we normaliter ook een hele poos, als er sprake mocht zijn van achterstalligheid.
Er wordt niet meteen 'werk van gemaakt'. als de bijdragen achterblijven."
Tegelijk blijkt hoe ook hij onder de indruk is van de offerbereidheid van de gevers. "Mensen gaan toch vaak voor zo'n 15 jaar verplichtingen aan. Stel je voor dat een kind drie of vier jaar oud is. en blijft tot ongeveer zijn twintigste, dan weet je hoe lange termijn steun door de meeste sponsors wordt geboden." Daaruit spreekt een grote mate van trouw, daarover zijn Hengelaar en van Vondel het eens. Dat is heel bijzonder, temeer omdat lang niet alle sponsors heel bemiddeld zijn. In de loop van die tijd geven mensen toch wel zo'n 12.000 tot 13.000gulden. wordt snel berekend. Er is voor allerhande projekten veel geld nodig. dat weten we. maar ook voor dit werk blijkt de steun er steeds weer te zijn."De mensen geven toch maar steeds!", wordt opgemerkt. De 'aanhang' zit overigens vooral in onze Nederlands Gereformeerde Kerken. bij de Vrijgemaakten en bij de Christelijke Gereformeerden. Zo is het 'van den beginne' ook wel geweest, begrijp ik.
"Het is steeds de bedoeling geweest om goedkoop te werken; het is een soort hobby geworden". zegt Van Vondel. "Hoe goedkoper we kunnen werken. hoe leuker men het vindt. Het feit dat we nu vijfentwintig jaar bestaan is ook wel een teken dat men ons in onze werkwijze 'zuiver' acht. En verder is het natuurlijk een zaak van Gods zegen geweest."
Er zijn uiteraard ook wel eens legaten en ook zijn er wel mensen die een groot bedrag hebben uitstaan en de Stichting steunen door de opbrengst van de rente af te staan. "Kijk nu vandaag", zegt de heer Van Vondel. "Het is weer het begin van een maand; ik had vandaag een erg dikke enveloppe met zo'n 1100 overboekingen. veelal automatische afschrijvingen." Dat brengt dus weer veel werk aan de winkel. maar ook het besef dat er continuiteit is. zowel in de vraag daar, als in de steun hier. En dat dus nu al 25 jaar. Waarvan akte.