Verlossing door God Zelf
1993-12-17
"Israël hope op de HERE - Jaargang 37
- nummer 26
want bij de HERE is goedertierenheid,
bij Hem is veel verlossing.
Hij Zelf zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden. "
Psalm 130:7,8
De aankondiging van de geboorte van Jezus bevat opdrachten. Jozef moet Maria tot vrouw nemen (en zo Jezus een plaats verschaffen in de stamboom van David) en hij moet de zoon van Maria 'Jezus' noemen. De laatste opdracht moet Jozef bijzonder ontroerd hebben. Dat God deze naam aan het kind wil geven! Jezus, de Griekse versie van de Hebreeuwse naam: Jozua, is immers een bijzondere naam; een naam met een betekenis en een naam met een geschiedenis.
Jozua, Jezus betekent: Jahwe redt. De HERE redt. Zo was het ook in geloof bezongen door de dichter van Psalm 130.God Zelf zal komen redden. En Hij zal het grondig aanpakken: is niet alle ellende uiteindelijk het gevolg van de zonde? Dan zal het volk van God van de zonden moeten worden verlost.
Niet minder dan dat. Daarover spreekt de psalmist gelovig zijn verwachting uit. God Zelf zal het doen. Het grote wonder gebeurt dan ook, dat deze profetie zelfs naar de letter vervuld wordt; niet alleen door Gods hand, maar door God, die mens wordt, zal de verlossing plaatsvinden. Er wordt helemaal niets meer aan de mensen overgelaten: God Zelf zal het doen. Hij zal het vuile werk opknappen, Hij zal mens worden, de vervloeking op zich laden en sterven aan het kruis.
Het is de vraag, hoeveel Jozef hiervan heeft geweten. Misschien wel niets. Maar dan heeft hij toch volop zich kunnen verheugen in de naam Jezus. Niet in het minst vanwege de unieke geschiedenis van die naam. Naamgeving gebeurde in het oude Oosten veel bewuster dan vaak bij ons het geval is. In de naam van hun kind wilden ouders iets tot uitdrukking brengen. Hoe het kind is of wat ze verwachten. Dat is voor mensen een feilbare bezigheid. Maar wanneer God een naam geeft, is dat raak. Hij weet precies wat Hij doet. Deze Jezus zal zijn wat zijn naam zegt. Hij zal zijn: de HERE redt. Zoals Jesaja al had mogen aankondigen, dat Hij "sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst" is. Wanneer je dit plaatst in het licht van de geschiedenis spreekt het nog meer. Want er zijn in de geschiedenis van Gods volk meer Jezussen, meer Jozua's geweest.
De bekendste is zonder meer Jozua, de zoon van Nun, de opvolger van Mozes. Aanvankelijk heette hij Hosea; dat betekent: verlossing. In die naam komt het verlangen van zijn ouders, bij zijn geboorte nog slaven in het land Egypte, tot uiting. Maar Mozes geeft hem een stelliger naam; hij verandert het verlangen in belofte: de HERE redt.
Jozua zul je heten. En het volk van God mocht onder Jozua het beloofde land binnengaan. De uitredding uit Egypte was volkomen. De naam Jozua werd waargemaakt.
We komen de naam Jozua ook tegen in de tijd van de ballingschap. Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester.
Hij keerde met Zerubbabel uit de plaats van ballingschap terug. Toen de straftijd in Babel voorbij was, mocht het volk met hem weer naar het beloofde land. Er spreekt uit zijn naam groot geloof. Zijn vader was immers hogepriester zonder tempel. Alles wat voor een gelovige Jood het leven betekende, het land, de stad en de tempel, lag in puin. Ze zaten vast in dat ellendige Babel. De zaak leek hopeloos. Maar Jozadak noemde zijn zoon: Jozua. De HERE zal redden. Hij wist het zeker en geloofde het woord van God, dat de ballingschap maar zeventig jaren zou duren.
Jozef krijgt van de engel in zijn droom te horen: Jouza 111 zal komen. Jezus. God, die telkens zijn volk heeft verlost ondanks hun zonden zal nu zijn volk definitief bevrijden. Daar waar Jozua I en Jozua 11 tekort zijn geschoten, zal nu de man komen, die het werk grondig zal doen. Hij zal zijn volk redden van hun zonden. En omdat Hij God Zelf is, zal Hij alles volmaakt doen. Een Jozua IV zal er nooit meer komen. Niet meer nodig.
Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. Hoe ver dat strekt besef je, wanneer je met de zonde te worstelen hebt. Hoe wanhopig klinkt Psalm 130 aan het begin. "Uit diepten van ellende!" En hoe spreekt het geloof, wanneer de psalmist niet anders kan doen dan wachten en hopen op de HERE. Daar vindt hij rust en vrede. Het moet van God komen.
De engel zegt tegen Jozef: het komt van God. Sterker nog: God zal het helemaal zelf doen. Noem het kind dan ook: Jezus! En het evangelie, waarmee we blij mogen zijn is het evangelie van de Messias, de Christus. Zijn naam is ons al een teken, een belofte. Inderdaad, wat is er veel goedertierenheid bij God, wat is Hij een God van uitredding en verlossing. Onvoorstelbaar veel. Ook op het kerstfeest gedenken we de geboorte van Gods Zoon. Zijn naam op zich is al evangelie. Onze Heiland heet Jezus!