Een herinnering

1993-12-17
  • Jaargang 37
  • nummer 26
Deze morgen las ik in de krant het overlijdensbericht van ds. C. Vonk. Hoewel hij een collega was en hij erop stond dat ik hem tutoyeerde, heb ik daarmee altijd moeite gehouden. Hij was dominee Vonk. Een man van verbazingwekkende kennis van de Schriften en van de theologie. Hij is dan ook een leraar der kerk als weinig anderen.
Zijn verdiensten op dit gebied verdienen uitvoerige aandacht. Ik wil een heel persoonlijke herinnering kwijt als hommage. Ik was eens afgevaardigde van de classis Dordrecht - Gorinchem naar een particuliere synode van Zuid-Holland, die de kerk van Schiedam moest bijeenroepen. De eerste vergadering werd dan ook geleid door dominee Vonk. En bij het constitueren van de vergadering werd bezwaar gemaakt tegen mijn aanwezigheid. Ik was niet betrouwbaar genoeg en niet gereformeerd meer. Er was tegen mij door niemand ooit enige aanklacht ingediend over welke afwijking ook in mijn denken. En ik was me ook van geen kwaad bewust. Maar toch: ik moest weg. Want ik was ondertekenaar van de Open Brief.
Daarin was de klassiek gereformeerde leer verdedigd dat we alleen behouden worden door Jezus Christus en dat de toekomst van Hem is en niet afhankelijk van het benoemen van de Vrijmaking door mensen. Dat te zeggen was velen in de Vrijgemaakte Kerken niet welgevallig. De eis van sommige afgevaardigden om mij weg te zenden werd door Vonk afgewezen. Daarover is een hele lange dag gepraat. Ik zat erbij en ik hoorde het. Ik heb me in die strijd niet gemengd. Exegetisch leek de eis naar niets. Dogmatisch was het godsdienstige flauwe kul en kerkrechtelijk was het van een onverdraaglijke tyrannie. Tussen de middag nam dominee Vonk me mee naar zijn huis om te eten.
Anders vreten ze jou nog op, zo zei hij. Hij wilde me, zeer pastoraal, bewaren voor de horde, die zich tegen me keerde. Gelukkig waren er wel meer mensen als Vonk, die de onzin ervan inzagen. Wijlen D.K. Wielenga en Henk van Tongeren weerden zich dapper. Aan het eind van de middag ging de vergadering uiteen zonder een beslissing.
Als ik me goed herinner, liet ds. Vonk aan het slot van de vergadering Psalm 60:7 zingen in de berijming van 1773.

Geef Gij ons hulp in tegenheên,
bij U is raad, bij U alleen.
't Is vruchtloos, waar men zich mee vleit,
want 's mensen heil is ijdelheid.
Wij zullen dapp're heldendaan in God verrichten,
hoe 't moog gaan;
Hij, die van ons wordt aangebeden,
zal onze weêrpartij vertreden.

Dirk Jansz Zwart bespeelde het orgel. Ik ging getroost naar huis. Een broeder had zich voor me ingezet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief