Reis door Turkije (12, slot)
1993-12-17
Van Ankara gingen we naar Cappadocië. Als gevolg van de vaak gebrekkige aanwijzingen zaten we al spoedig op een verkeerde weg. Achteraf vonden we dat niet erg, want we moesten hierdoor een smallere weg nemen, die door een prachtig landschap gaat. We zagen hele mooie zandheuvels, smalle riviertjes en een prachtig meer.- Jaargang 37
- nummer 26
En zo kwamen we in een gebied, dat van oudsher Cappadocië heet. In Handelingen 2 wordt verteld, dat op de Pinksterdag in Jeruzalem joden waren uit Cappadocië, Pontus en Asia. Evenals de mensen uit andere streken hoorden ze de apostelen in hun eigen taal spreken. Of Paulus hier ooit is geweest, weten we niet. De streek zal hem niet geheel onbekend zijn geweest, want hij werd aan de Zuidkust, in Tarsus, geboren.
Naar Cappadocië was het wel enkele honderden kilometers, maar die grote afstanden waren blijkbaar geen belemmering.
Hij heeft in Azië duizenden kilometers afgelegd, al of niet met behulp van een ezel.
Cappadocië is al vroeg een christelijk centrum geworden. Er waren honderden christelijke kerken en kloosters, voor een groot deel in de enorme rotspartijen. Alleen in de buurt van het plaatsje Göreme zijn 365 kerken geweest, waarvan er 100zijn teruggevonden. In de 4e eeuwen enkele eeuwen daarna waren er duizenden monniken en kluizenaars in Cappadocië.
Tijdens het concilie van Nicea in 325 waren zeven Cappadocische bisschoppen aanwezig.
Cappadocië is wel de 'tuin van God' genoemd. Hierbij zal niet alleen gedacht zijn aan de vele joden, die er eerst, en christenen, die er later, woonden, maar ook aan het buitengewoon mooie landschap. Bij Kayseri (vroeger Caesarea, niet te verwarren met Caesarea in Israël) is een hoge berg van 4000 meter, die heel, heel lang geleden tijdens vulkaanuitbarstingen een enorme hoeveelheid as en lava te voorschijn bracht. Het landschap werd hiermee over veel kilometers bedekt en als gevolg hiervan werd er tufsteen gevormd. Dit poreus gesteente werd door de regen uitgehold en als gevolg van het natuurgebeuren (regen, wind, zon) werden er merkwaardige uitsteeksels gevormd. Er zijn bv. rotspunten met zoiets als een platte steen er op. Als je op een heuvel staat en naar beneden kijkt, is het soms net of je een enorm tentenkamp ziet, allemaal kleine 'puntrotsjes' . In een reisgids staat, dat het op een sprookjeswereld lijkt met puntmutsen, duiventillen, schoorstenen en paddenstoelen.
Daar komt nog bij, dat in die rotspartijen verschillende kleuren voorkomen.
En in de stralende zon heeft dat alles een heel bijzonder effect. In deze 'tuin van God' hebben tot in de 14de eeuw christenen gewoond. Ze zijn er vaak vervolgd, maar vaak hebben ze er ook rustig kunnen leven. Het bijzondere is verder, dat in de rotsen niet alleen woningen zijn uitgehouwen, maar ook kerken en kloosters zijn gemaakt. Tijdens de christenvervolgingen hebben de grotten als schuilplaats gediend, maar in rustige tijden woonden er monniken en kluizenaars en ook 'gewone' mensen.
Ook waren er in dit gebied onderaardse steden, die zijn aangelegd in de 7de eeuw, toen vanuit Arabië de moslims in de buurt kwamen. Er is een enorme hoeveelheid van gangen, veel kilometers lang en soms zijn er wel vijf of zes verdiepingen. Hier hebben vele jaren christenen gewoond. De gangen werden vaak afgesloten met enorme stenen. De onderaardse steden hadden meertjes, waardoor er drinkwater was, opslagplaatsen voor eten, dat in rustige tijden werd opgeslagen.
Enkele van deze ondergrondse steden kunnen vandaag nog bezocht worden.
Gelukkig, dat er een goede 'wegbewijzering' is, want anders zou je er beslist verdwalen. Duidelijk staat aangegeven waar de verschillende ruimten voor dienden en zelfs is er nog een schuilkerk met een altaar te zien.
Dat de mensen in die tijd aanzienlijk kleiner waren dan tegenwoordig hebben we ook ontdekt. Op een gegeven moment kon ik niet verder, toen ik trachtte in ongeveer haakse houding me voort te bewegen. Op gevaar af, dat ik beklemd zou komen te zitten (staan!), ben ik nog even doorgegaan, maar toen ben ik in dezelfde houding toch maar teruggegaan.
De kerken en kloosters, waarvan er vele bewaard zijn gebleven, zijn, zoals gezegd, bijzonder. Niet"alleen omdat het je stil maakt, dat hier mensn hebben gewoond en tot God hebben gebeden, maar ook omdat ze getracht hebben hun godsdienst vast te leggen in de prachtigste muurschilderingen, die vrijwel ongeschonden de eeuwen hebben getrotseerd. In de vallei van Göreme is een soort museum in de open lucht, waar in een grote cirkel een aantal kerken en kloosters zijn te bezichtigen. Je moet soms wat klimmen om erin te komen, maar de moeite wordt ruimschoots beloond.
Om een voorbeeld te noemen: in de Karanlik kloosterkerk, ook wel donkere kerk genoemd omdat er helemaal geen ramen zijn, kom je eerst in een voorportaal, van waaruit je naar boven kunt en naar beneden. Er is een kloosterruimte en een kerkzaal en overal zijn fresco's te zien, bijbelse voorstellingen, gedeelten van de door Christus afgelegde kruisweg, de verheerlijking op de berg enz. Hier, in Cappadocië, is een stuk christelijke cultuur te zien van heel lang geleden, enig in zijn soort.
We waren er drie volle dagen in een gezellig klein hotel in een even gezellig plaatsje, temidden van. gezellige mensen, die graag een praatje maakten. We hadden er nog wel langer willen blijven, maar dat kon niet. We reden terug naar Ankara en vandaar vlogen we naar Istanbul, waar we nog een week uitrustten, voor zover dat mogelijk was. Want ook hier was veel te zien. Na veel gezoek vonden we er een klein Armeens kerkje, waar nog kerkdiensten worden gehouden. Toen we even met de kosteres spraken, bleek, dat ze er van overtuigd is, dat Jezus leeft, temidden van de vaak moeilijke omstandigheden. En omdat Hij leeft, leven wij met Hem! Vanuit Istanbul vlogen we terug naar Nederland.