Het vreselijke Kerstfeest
1993-12-31
"Zie ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des Verbonds, die gij begeert. Zie Hij komt, zegt de HERE der neerseneren.- Jaargang 37
- nummer 27
Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan als hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van 'de smelters en als het loog van de blekers."
Maleachi 3:1,2
Het is Kerstfeest geweest en we leven nog. Wat is dat een merkwaardige opmerking. Kerst is immers het feest van vrede op aarde, van God, die in zijn welbehagen zijn Zoon naar de aarde stuurt. Is het niet mede dankzij Kerst dat we leven? Dat is waar. Maar de werkelijke diepte van het Kerstfeest is meer. Er zit in het Kerstgebeuren een stuk opluchting; het gezang van de engelen en de vreugde van de herders zijn niet in de laatste plaats met opluchting verbonden. In het licht van Maleachi kan het gezegd worden: het is Kerstfeest geweest en we leven nog.
Want de laatste profeet van het Oude Verbond mocht de komst van Johannes de Doper en de komst van Gods Zoon, de Engel des Verbonds, aankondigen. Jezus is immers de Here, God uit God, licht uit licht, dat in de duisternis schijnt. Maleachi mag spreken van de dag, die aanbreekt, dat God plotseling bij zijn tempel zal opduiken.
Van de dag van Jezus' komst (niet van de Heiland, zoals de hoofdletter bij 'Hij' in onze vertaling suggereert maar van de dag) wordt gesteld, dat hij als vuur zal branden en als loog zal bijten. En dat is ook niet vreemd; wanneer de Heilige komt tot een onheilig volk, wanneer God Zelf naar de verdorven wereld komt, dan moet het wel branden. Gods toorn over de zonden is immers groot. Het is niet voor niets, dat God ook in het Nieuwe Testament 'een verterend vuur' wordt genoemd. Hij is te rein van ogen om het onrecht te zien. Alleen al het lezen van de profeet Zefanje maakt dat schokkend duidelijk. Wanneer de HERE naar de aarde komt, berg je dan maar!
Maar zie, Hij kwam als een klndje, een baby. Van uiterlijke heerlijkheid was geen sprake. Daar konden Johannes, Jakobus en Petrus pas iets van zien op de berg. Maar Jozef en Maria zagen het niet in de stal! Zo op het oog een heel gewoon kind. Dat Hij geen zonde had merkten ze pas later. In plaats van de grote wereldbrand het suizen van een zachte stilte, het huilen van een hulpeloos kind in een geïmproviseerde wieg. Is dit nu, waarvan Maleachi sprak? Waar blijft nu de ondergang van de goddeloze, waar het roepen "bergen valt op ons en heuvelen bedekt ons?"
Toch: Hij is het, die komen zou. Aan zijn komst mogen we zien, hoezeer God de wereld liefheeft. Er is natuurlijk geen sprake van, dat de Heilige Geest zich heeft vergist toen Hij bij monde van Maleachi de huiveringwekkende dag van Gods komst voorzegde. Maar in zijn lankmoedigheid heeft God die dag in fasen laten komen.
Eerst komt zijn Zoon naar de aarde om daar te leven, gewoon te leven zoals ieder ander mens. Om daarna te sterven, ook als ieder ander mens. Maar wel met dit verschil: toen Jezus stierf ontlaadde de heilige God zijn toorn tegen de zonden van de wereld. Aan het kruis op Golgotha ondervond die maçhteloze mens Jezus wat het zeggen wil, door God vervloekt te zijn. Maar straks, straks zal de profetie geheel worden vervuld. Dan verschijnt Jezus met de wolken in macht en heerlijkheid. Dan zal de dag gekomen zijn, brandend als een oven.
Tot die tijd mogen wij Kerstfeest vieren. Zijn we ons ervan bewust, dat het kerstfeest vol genade is? Wij leven nog. Omdat de Heiland kwam als kind in deze wereld, omdat Hij de weg van het kruis ging, omdat Hij zijn Geest uitstortte en zijn evangelie liet verkondigen. Wij leven nog. En we zullen leven tot in eeuwigheid. Want wanneer die dag komt, de grote dag des HEREN, en alle onrecht brandende vergaat, zal het voor ons de opgang van de zon der wereld zijn. Het is Kerstfeest geweest en we leven nog.
Wanneer de apostel Petrus schrijft over de opmerking, dat het allemaal wel erg lang duurt voordat de belofte van de komst wordt vervuld, wijst hij erop, dat dit alles te maken heeft met het geduld van God. God wil niet dat mensen verloren gaan, maar dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de waarheid komen. Maar, vervolgt hij, de dag des Heren zal kornep als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbij gaan en de elementen door vuur vergaan. Als een dief. Plotseling, zei Maleachi. We weten niet wanneer.
Straks komt er anders weer een nieuw jaar. We weten niet, hoelang de vervuiling van Maleachi 3 nog uitblijft.
Maar er is geen enkele reden meer om niet te bidden: Kom, Here Jezus, ja, kom spoedig!