Doen wat goed is voor allen (1)
1993-12-31
De gemakkelijke ingang van de diaken- Jaargang 37
- nummer 27
Van mijn vader die zowel ouderling als diaken geweest is herinner ik mij dat hij het werk van een diaken het fijnst vond. Ik denk dat ik begrijp waarom. Het werk van de ouderling heeft te maken met het leiding geven aan de gemeente volgens het woord van God. En wij weten allemaal dat zich daarbij een grote verscheidenheid van keuzemogelijkheden voordoet. Zeker in deze tijd met zijn vele moeilijke en schier onoplosbare problemen. Telkens moeten er weloverwogen en zware beslissingen genomen worden: niet zus maar zo. En geen van die beslissingen blijft zonder tegenspraak.
Over het diaconale werk bestaat onder christenen een veel grotere eenstemmigheid.
Niet wat betreft de praktische invulling natuurlijk, maar over de christelijke barmhartigheid zelf bestaat toch eigenlijk geen verschil van mening. Alle christenen zijn het er over eens dat christelijke barmhartigheid moet. Die eenheid van motivatie verleent aan het diaconale werk een grote charme. Je bent als diaken die hulpverlenend bezig is zonder meer als christen herkenbaar en aanvaardbaar. Dat is binnen en buiten de kerk het geval. Het ouderlingenwerk is wat dat betreft veel hachelijker. Je wordt als ouderling dan ook minder snel met warmte en sympathie tegemoet getreden dan als diaken. Zeker in deze tijd van secularisatie die van het christelijke geloof alleen de naastenliefde denkt over te houden. Ik denk dat die populariteit uitgebuit moet worden.
Diaken in tweeërlei zin
Als diaken draag je ook een naam (diaken betekent 'dienaar') die je rechtstreeks met iedere christen verbindt.
Want als christenen zijn we allemaal diakenen in die zin dat we allen tot dienen geroepen zijn. We zijn als het goed is allemaal algelijk Martha 'bezig met veel dienens' (Luk. 10 : 40). Het woord 'diaken' heeft in het NT een heel algemene betekenis en pas daarna en in veel minder gevallen de speciale beteneis van 'diaken-zijn'. Wij zijn in die algemene betekenis van het woord allemaal diakenen en Christus is zelfs de diaken-dienaar bij uitstek.
Hij die niet gekomen is om bediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven tot losprijs voor velen (Matt. 20 : 28). Ook dit gegeven verschaft aan de diaken en zijn werk een gemakkelijke ingang bij iedere christen en zelfs bij de niet-christen. Want bij het dienaar-zijn legt de kerkmens alle pretenties waaraan zowel binnen als buiten de gemeente zo gemakkelijk aanstoot genomen wordt af. De diaken is geen gezagsfiguur. Een diaken, zowel in de algemene als in de bijzondere zin van het woord, draagt de bescheidenheid als het ware voor zich uit. Niet persoonlijk (al kan dat natuurlijk ook) maar ambtelijk. En dat doet sympathiek aan. Nog eens, dat moet uitgebuit worden. Denk aan de populariteit van het Leger des Heils in de samenleving.
De dienst der tafelen
De eerste keer in het NT dat het 'dienen' in de specifieke zin van 'diakenzijn' voorkomt, is er sprake van het 'bedienen van de tafels'. Dat is in Handelingen 6 : 2: 'En de twaalven riepen de menigte der discipelen bijeen en zeiden: Het bevredigt niet dat wij met veronachtzaming van het woord de tafels bedienen'. 'De tafels', dat slaat op de gezamenlijke maaltijden van de eerste christenen die duidelijk moesten maken dat 'niet één zeide dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk' (Hand. 4 : 32). De tafels waren tekenen van saamhorigheid en mededeelzaamheid.
En daarbij dienend rond gaan, dat is diaconie in de speciale betekenis van het woord. Dit spraakgebruik van de dienst der tafels heeft mij er wel eens toe gebracht de diaken te vergelijken met een ober of kelner. Dat is immers ook iemand aan wie de dienst der tafelen is toevertrouwd. En wat is de taak van de ober (of om de voorkeur te geven aan het wat nederiger klinkende woord kelner)? Dat hij oplettend en attent is, het de mensen naar de zin maakt en de wensen van de gasten voorkomt. Wij weten trouwens van Jezus' voetwassing (Joh. 13) hoe ver die dienst der tafelen kan gaan. Tot onder de tafel toe. Ook in de toegespitste betekenis van het woord is de Heiland namelijk de diaken bij uitstek, de aartsdiaken om zo te zeggen.
Hij is niet degene die aanligt maar die (be)dient (Luk. 22 : 27). In zijn navolging moet de gemeente en moet in het bijzonder de diaken treden.
De diaken als achtergrondfiguur
Nu gaat het vandaag over het naar buiten treden van de diaken. Het doen wat goed is voor allen. Van de drie ambten die de christelijke kerk kent is de diaken daartoe de meest aangewezene.
De ouderling is wel een uitsluitend binnenkerkelijke figuur. De dominee heeft iets van binnen en van buiten maar is toch ook meer binnen blijvend dan naar buiten tredend. Maar in onze geseculariseerde tijd is de diaken het gemakkelijkst grensoverschrijdend bezig. Hij is immers zoals ik al zei bij de buitenwacht de meest geaccepteerde kerkelijke official. Toch behoort de diaken in de bijzondere zin van het woord ook in dat uitgaan in de wereld terug te treden achter het dienen van de christenen zelf in die algemene betekenis van het woord. Wel moet hij dat dienend naar buiten treden stimuleren en er wegen voor wijzen. Hij moet in de gemeente de gestalte van het dienen voorleven en dat behoort navolging te vinden bij de christenen die in de week uit de bescherming van de gemeente uitzwermen in de wereld. En zoals nu een diaken er zijn werk van maakt attent te zijn zo behoren christenen in hun omgeving dat ook te doen. Lettend op wat er in hun buurt gebeurt. Weldoener zijn, degenen die door het leven verfomfaaid en verfrommeld zijn verwennen en op de been helpen. En zo de liefde van Christus tot de wereld zichtbaar maken.
Broederliefde en naastenliefde
De apostel Petrus schrijft in zijn tweede brief (11Petr. 1 : 7) dat wij door de godsvrucht de broederliefde moeten schragen (dat is ondersteunen) en door de broederliefde de liefde jegens allen. De gemeente, zo mag je omschrijven, is hier gezien als het oefenterrein van de liefde waarmee we in het algemeen en zonder onderscheid in het leven behoren te staan. We doen als het goed is die vaardigheid aan elkaar op. In de brieven van Johannes komt de naastenliefde niet eens voor.
Deze apostel heeft het enkel over de liefde tot de broeders. Dat is niet omdat hij met oogkleppen rondloopt en de wereld niet ziet. Helemaal niet. 'Alzo lief heeft God de wereld gehad...'.
dat woord komt uit zijn evangelie (3 : 16). Maar Johannes vindt blijkbaar dat de naastenliefde in de broederliefde het meest concreet wordt. Als je dus de broederliefde volhoudt dan komt dat de naastenliefde ten goede. De broederliefde is namelijk in een bepaald opzicht moeilijker dan de naastenliefde. De broeder (of zuster, dat moet u er natuurlijk steeds bijdenken) is immers bekend, met alle lek en gebrek dat hem eigen is. De naaste echter heeft de charme van het onbekende aan zich, je kunt hem zelfs idealiseren. Daarom is de broederliefde een goede oefenschool voor de naastenliefde.
Ik denk dat Johannes door het alleen over de liefde tot de broeders te hebben het juist zo bedoelt. Ga je namelijk zonder broederliefde aan de naastenliefde beginnen dan is het gevaar niet denkbeeldig dat je afhaakt zodra je de naaste wat nader leert kennen. Wie zijn broeders kent die komt ook in de wereld niet voor verrassingen te staan. Die heeft veel mensenkennis opgedaan. Ik bedoel dit niet als een cynische maar als een nuchtere analyse van het woord van Petrus dat we alleen via de broederliefde moeten en ook kunnen doorstoten naar de liefde jegens allen.
In- en uitademen
Een omgekeerde beweging, niet van binnen naar buiten zoals bij Petrus en Johannes, maar van buiten naar binnen toe, zit trouwens in het woord van Paulus aan de Galaten opgesloten waar het thema van onze konferentie op gebaseerd 'is: 'Laten wij doen wat goed is voor allen, maar in het bijzonder voor onze geloofsgenoten' (Gal. 6 : 10), Waarom wordt hier de lijn van de liefde jegens allen zonder onderscheid weer naar de broederschap teruggebogen?
Misschien omdat de broederliefde het grote voordeel van de wederkerigheid heeft De liefde kan niet blijvend van één kant komen, Dan raakt ze opgebruikt Ze heeft de stimulans van de wederkerigheid nodig, En in de gemeente is dat het geval. Daar komt de liefde als het goed is niet van één kant Daarom is de gemeente behalve het vertrekpunt ook weer het herstellingsoord van de naastenliefde, Die kan onder de broeders weer op adem en op verhaal komen, Om daarna weer verfrist en met nieuwe moed uit te gaan, In het sterk diaconale Matteüs 25 vereenzelvigt onze Here zich met iedere arme die we tegenkomen: In zoverre je je om hem bekommert doe]e dat aan Mij, In Matteüs 10: 42 lijkt de kring nauwer getrokken: 'En wie één van deze kleinen omdat hij een discipel is ook maar een beker koud water te drinken geeft, voorwaar Ik zeg u, zijn loon zal hem geenszins ontgaan', Broederliefdenaastenliefde, naastenliefde - broederliefde, beweging van binnen naar buiten en van buiten naar binnen, het is als het in- en uitademen van een levend lichaam,
(wordt vervolgd)