Ideals

1993-12-31
  • Jaargang 37
  • nummer 27
"Ik heb goals, objects en ideals."
Hij zei het met kracht in z'n stem en met een diepe overtuiging, Het paste bij z'n leeftijd, ruim dertig jaar, Je bent jong en je wilt wat. Hij ook, Maar eigenlijk kon hij niet zo veel.
De ziekte van Hodgkin had zich in hem genesteld en ondanks chemokuren en bestralingen vrat deze maar verder.
In die tijd zei hij het.

Goals - dat waren voor hem doelen, die vlak voor de hand lagen, Dingen die hij nog kon maken: vliegtuigmodellen, treinstellen. Objects - deze lagen wat verder weg: vrienden opzoeken, reizen, zingen op een oratoriumvereniging, En dan de ideals - een gaaf lichaam, geen ziekenhuizen meer, geen medicijnen, Helemaal gezond, Voor dat 'ideal' hebben we gebeden, Bij hem op z'n kamer. Ook in de kerk, Wat was hij boos, toen iemand dat maar onzinnig vond, Hij wilde gezond zijn en léven!
Wie kan ruim vier jaar leven met de gedachte dat je toch moet sterven? Maar allengs verdwenen de objects en even later de goals, De ideals bleven.

Toen kwam de verschrikkelijke jeuk, Hij krabde z'n lichaam kapot. 's Nachts hoestte hij z'n longen bijna uit z'n lijf.
En de koorts begon z'n krachten te slopen, Toen heeft hij gevloekt.
Hij was niet boos op God, in principe niet, Hij vervloekte de jeuk, Die satan, die hem met vuisten sloeg!
"Houd je God nog vast?", vroeg hem een vriend, "Wie houdt wie vest.: ", gaf hij als antwoord, Een zus stuurde hem een kaart. "En niemand zal hem uit Mijn hand roven."
Er werd gevochten om een kind van God, Hij kon niet meer op z'n kamer blijven, Z'n moeder heeft hem tot het laatst toe verzorgd, Wie weet wat het is, je kind te zien lijden?
Dat is nog erger dan dat je zelf lijdt

Toen kwam de laatste dag, Ik mocht nog bij hem komen.
Wie ik daar aantrof?
Een jongeman, die gewonnen had, Hij had het zijn omgeving nooit moeilijk gemaakt.
Nu had God het voor hem gemakkelijk gemaakt.
Toen ik aan z'n bed zat, brak juist de zon door en de stralen bleven op hem rusten,
"De zon schijnt", zei hij. Het was de zon van Gods liefde, De kamer was licht.
Er was vrede.
"Weet je nog van dat ideal?", vroeg ik, "Heb je 't nog?"
Hij knikte, terwijl zijn ogen oplichtten.
Hij wees naar boven.

Die nacht heeft hij het bereikt.
Een geschenk van God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief