De vrije keus?

1993-04-23
  • Jaargang 37
  • nummer 9
De plechtigheid, waarin Bill Clinton op 20 januari j.l. werd geïnstalleerd als de 42e president van de Verenigde Staten van Amerika, begon met een publiek gebed dat werd uitgesproken door de vergrijsde evangelist Billy Graham.
Voor sommigen kwam dat als een verrassing. Clintons programma wordt immers beheerst door het thema 'change', verandering. "Vandaag beloven wij dat het tijdperk van impasse en willoosheid voorbij is, en een nieuw seizoen van Amerikaanse vernieuwing is begonnen", zo zei hij in zijn inaugurele rede. Billy Graham daarentegen geldt als een man van de status quo.
Hij vertegenwoordigt dat deel van de Amerikaanse christenheid dat ijvert voor het behoud van traditionele christelijke waarden. Van hem zal men eerder een pleidooi voor persoonlijke wedergeboorte verwachten dan een programma van sociale vernieuwing.

In mijn proefschrift leid ik de lezer binnen in het denken van een man, bij wie die twee werelden verrassend samenkomen: Charles Finney. Men zou hem de Billy Graham van de eerste helft van de negentiende eeuw kunnen noemen, een gedreven evangelist, die met onmiskenbaar charisma en uitgekiende methodieken talloze mensen dreef tot persoonlijke bekering.
Tegelijk was hij de man van de sociale vernieuwing; de presidentiële verzekering "dat een tijdperk van impasse en willoosheid voorbij is" zou hem uit het hart gegrepen zijn geweest.
Hij riep zijn hoorders en lezers op tot radikale veranderingen in hun ekonomische en sociale stellingname.
Hij beloofde, dat bij daadwerkelijke afschaffing van de slavernij, het duizendjarig rijk - Gods Koninkrijk op aarde - niet lang meer op zich zou laten wachten.

Zo sloot zijn revival-prediking naadloos aan op de Amerikaanse droom van het samen bouwen aan een nieuwe wereld. Finney is bezield door de overtuiging, dat bekeringen en revivals en daarmee ook een nieuwe wereld maakbaar zijn. Die overtuiging rust op twee pijlers: vrijheid en rede.
Vrijheid houdt bij hem vooral in, dat de mens vrij is om keuzes te maken.
Slaat zijns inziens het calvinisme de mensen lam door de verkondiging dat zij van nature onmachtig zijn om zich te bekeren, hijzelf brengt de stimulerende boodschap dat zij zélf kunnen belissen over hun eeuwig wel en wee.
Alles wat moet, dat kan, als je maar wilt - dat is het optimistische parool waarmee Finney golven van religieuze en morele energie losmaakt. Daarnaast heeft hij een onwankelbaar vertrouwen in de rede. Niet alleen de werkelijkheid zit naar zijn besef volstrekt redelijk in elkaar, maar ook het christelijk geloof en de christelijke moraal en ten diepste God zelf. In zo'n rationeel geordend geheel is het geen willekeur als mensen zich tot God bekeren, maar tle enig juiste keuze.
Dan echter moet het mogelijk zijn hen langs de weg van strikt logische argumentatie tot die keuze te brengen. En zo ontwerpt Finney methodieken en technieken, waarmee hij de waarheid zo indringend op mensen laat afkomen, dat zij redelijkerwijze wel rnóeten zwichten.

En toch - zwichten doen zij niet altijd.
Ze zijn immers vrij - zo vrij, dat ze onredelijk kunnen zijn. Finney werpt hier even een blik in de afgrond van de menselijke vrijheid. Werkelijke vrijheid blijkt de irrationaliteit te introduceren.
Waar mensen volkomen vrij zijn, slaagt zelfs de volmaakt redelijke God er niet per definitie in om hen aan zijn kant te krijgen. Vrijheid en rede staan dus bij nader inzien op uiterst gespannen voet met elkaar. De mens is zo vrij, dat hij volhardend kan weigeren de enig juiste keuze te maken - het toppunt van onredelijkheid. God is zo redelijk, dat Hij nooit iets anders kan kiezen dan het goede - en dus is Hij niet echt vrij meer.

De vraag is wie het volgens Finney wint: de vrije mens of de redelijke God. Daarover kan geen twijfel bestaan: de triomf is aan God, en dus: aan de rede. De gedachte dat de mens in zijn vrijheid een zodanige spaak kan steken in het wiel van de rede, dat de nieuwe wereld in gevaar komt, is Finney te gortig. Hij houdt het erop, dat God in zijn redelijkheid ook de menselijke vrijheid bedwingt. Zo komt achter de vrije keus van de mens alsnog een vraagteken te staan.

1 Op verzoek van de redaktie stelde dr. A. v.d. Dussen dit exposé beschikbaar ter publikatie in ons blad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief